HET BREIN EN IK

In `Het Brein en Ik' (W&O, 4 december), lanceert de neuroloog Damasio een nieuwe oplossing voor het lichaam-geest probleem. Damasio formuleert dit probleem als de vraag hoe uit hersenactiviteit processen voortkomen die wij geest noemen. Filosofen hebben in de loop der eeuwen op deze vraag verschillende antwoorden gegeven. Zoals: de geest is een emergente eigenschap van de hersenen. Of: de geest komt helemaal niet voort uit de hersenen maar is er identiek mee. Ondanks de verschillen tussen deze theorieën is men het over een ding eens; geest en brein hangen zo nauw samen dat er geen gedachten of gevoelens zonder bijbehorende hersenprocessen zijn. Het filosofisch probleem is hoe deze samenhang te conceptualiseren. Het teleurstellende van de lezing van Damasio is dat hij nu juist geen theorie over deze samenhang naar voren brengt maar deze alleen maar constateert. Aankondigen dat men een oplossing heeft voor het lichaam-geest probleem is dan heel misleidend.

Niettemin blijkt Damasio wel over een aantal filosofische aspecten te hebben nagedacht, met name over intentionaliteit en het ik. Onder intentionaliteit verstaan filosofen het unieke feit dat gedachten en verlangens altijd ergens over gaan en soms over dingen die niet eens bestaan. Damasio stelt dat de neurowetenschap dit probleem zou hebben opgelost: hersenprocessen zijn bezig met (in)direct weergeven van datgene waarmee het organisme in contact staat. Maar het registratievermogen van de hersenen is natuurlijk al veel langer bekend en niet hetzelfde als intentionaliteit; gedachten kunnen immers over dingen gaan waarmee het organisme helemaal niet in contact staat. Bovendien als men al intentionaliteit tot een eigenschap van hersencellen wil maken, dan moet men deze eigenschap in de psychobiologische functies van cellen zoeken. Damasio lijkt dit te willen, maar zonder een goed onderbouwde filosofische theorie komt zijn stelling `Hersencellen zijn met opzet toegewezen om zich met andere dingen en andere activiteiten bezig te houden', neer op 19de-eeuws vitalisme. Overigens zijn ook dergelijke filosofische theorieën controversieel, juist omdat zij niet algemeen genoeg zijn. Als hersencellen ergens over zouden gaan, waar anders over dan voedsel, bescherming, aanvallers en seksuele partners?

Ook Damasio's sterk subjectivistische theorie over het Ik is problematisch. Zoekend naar het ik in het brein komt Damasio tot de conclusie dat het ik-besef ontstaat in neurale structuren `als een speciaal soort gevoel: het gevoel van wat er in het organisme gebeurt'. Afgezien van de categorie-fout – het begrip `ik' of `zelf' functioneert heel anders dan het begrip `hypothalamus' – schiet Damasio's theorie ook psychologisch ernstig te kort. Filosofen hebben er herhaaldelijk op gewezen dat het onstaan van een zelf gekoppeld moet worden aan de ontwikkeling van de publieke taal. (Als men al naar een fysiologisch correlaat van het zelf wil zoeken dan kan men nog het beste terecht bij het gebied van Broca). Zelfs in het decennium van het brein is het niet onverstandig ook te luisteren naar wat filosofen en psychologen te zeggen hebben. Al was het alleen maar om zo beter te weten wat met als neurowetenschapper eigenlijk wil verklaren.