Gokken op de Technotanic

Op de Amsterdamse effectenbeurs blijft het feest, althans wanneer je afgaat op de commercieel gekleurde berichten over Nederlands enige legale piramidespel. Daarin wordt de hele beurs vereenzelvigd met de AEX-index, een warrige formule van 25 veel verhandelde aandelen. Slechts twee indexfondsen houden de eer van dit boegbeeld hoog: ASML (300 procent rendement in de afgelopen 12 maanden) en Philips circa 125 procent. KPN met 70 procent levert ook een flinke bijdrage. Net als Koninklijke Olie, ABN Amro en DSM, in mindere mate.

Maar smaakmakers van andere tijden, samen een derde van de index, doen het relatief slecht: Océ, Hagemeyer, Wolters Kluwer, Elsevier, Unilever, Heineken, Aegon en Ahold. In totaal presteren negen fondsen, een derde, beter dan de AEX-index. Dus geen reden voor overdreven enthousiasme. In de eerste divisie, met de Midkap-aandelen, gaat het nog slechter. Tweederde van de 21 fondsen doet het qua rendement slecht tot matig, gerekend over een jaar. Vergeleken bij de AEX blijven er vier overeind: Endemol (70 procent), Getronics (105 pct), Nedlloyd (170 pct) en Ordina (38 pct). In de ere- en eerste divisie samen doen maar 13 van de 46 fondsen het beter dan de AEX. Nog geen 30 procent dus. Die 30/70-verhouding zie je ongeveer terug in de overige aandelen. Waaruit volgt dat het opwaartse verloop van de AEX-index weinig zegt over de gang van zaken van alle aandelen. De index vertekent de werkelijkheid, net als andere indexen en gemiddelden.

Dan speelt er nog iets. Zeer actieve kortetermijnbeleggers, speculanten, gokkers en handelaren, hier en in andere landen, concentreren hun middelen op aandelen van ICT-bedrijven. Die houden zich (in)direct bezig (of beloven dat te gaan doen) met computers, programma's, Internet, chips, kabels, mobiele telefoons en e-commerce, de handel via Internet. Je bent als bedrijfsleider haast verplicht om te zeggen dat je serieus met die zaken bezig bent, al maak je alleen maar wasknijpers, elastiekjes of haarspelden.

Omdat het snelle volk zich op technologieaandelen stort, rijzen de prijzen de pan uit, ten koste van andere aandelen. Je ziet dat terug in de trekpleisters ASML, Philips, KPN, Endemol, Getronics, Ordina, ASMI (300 procent) en CMG (210 procent). De beurs lijkt op een zinkend schip waarvan de achtersteven en midscheeps water maken, en de voorsteven omhoog komt. In de kajuit housen de technofondsen dapper door. Hoe lang blijft deze Technotanic nog boven water?

De run op deze aandelen is een wereldwijd fenomeen. Laten we veronderstellen dat ze samen 3.000 miljard gulden waard zijn, om een ruw idee te geven van de omvang. De waarde op termijn, afgeleid van omzet, winst en vooruitzichten, bedraagt misschien 20 procent of 600 miljard. Dan verliezen de aandeelhouders geleidelijk aan 2.400 miljard vermogen, ten opzichte van de huidige (papieren) waarde.

Dit proces kan versnellen wanneer de verliezen van veelbelovende bedrijven blijven oplopen en een of meer Amerikaanse koplopers onverwachts failliet gaan. Dan loopt de lucht snel uit de ballon en gaan andere aandelen mee in die val. Daar schuilt het risico van een wereldwijde beurskrach, gevolgd door een jarenlange flauwe aandelenmarkt. Japanse toestanden.

Een belegger/speculant, die niet durfde te boeken op de Technotanic, vraagt zich handenwrijvend af: `Valt er misschien wat te verdienen aan de ondergang?' Jazeker, door put-opties te kopen. Die stijgen in waarde wanneer het onderliggende aandeel daalt, en kunnen vervolgens op de beurs met winst verkocht worden.

Neem ASML en Philips. Donderdag deden die hoogvliegers circa 106,20 en 131,85 euro. Laten we aannemen dat de koers binnen een half jaar halveert tot 53 en 66 euro. Dat lijkt veel, maar na de herindeling van de AEX-index eind februari tellen er door de hoge koersen minder aandelen van die twee mee in de index. Mede daardoor verkopen de grote indexbeleggers tegen die tijd ASML en Philips, als ze dat al niet eerder doen. Welke put-opties komen in aanmerking? Dat hangt er vanaf hoeveel geld je in zo'n gok wilt stoppen.

Neem de ASML april uitoefenprijs 60 euro. Die kost circa 120 euro (265 gulden) per optie op 100 aandelen. Of de put juli 60 euro voor 220 euro. Wie minder pessimistisch is en het verval eerder ziet aankomen, kope de januari 80 voor 100 euro. Er is veel keus door de sterk gestegen koersen.

Philips biedt bovendien meerjarige opties. Wie een langzame, geleidelijke correctie verwacht, zeg langer dan zes tot twaalf maanden, kan daarin zijn heil zoeken. Die zijn iets duurder dan de kortlopende opties, omdat je als houder langer kans maakt op een gunstige koersdaling. Om de kosten te drukken, kan je deze lange opties combineren met geschreven korte opties. Maar dat is iets voor de gevorderden in het optiespel.