Franjo de Eerste

Als Slobodan Miloševic de chef-doodgraver was van het oude Joegoslavië, dan was Franjo Tudjman zijn adjunct. Maar waar de eerste de federatie tegen zijn wil naar de ondergang voerde – het was een van zijn vele misrekeningen – werkte de laatste van harte aan die desintegratie mee, om, zoals hij het graag zei, ,,de duizendjarige droom van de Kroatische onafhankelijkheid'' te realiseren.

Franjo Tudjman was omstreden. Voor zijn aanhangers was hij de Kroatische vader des vaderlands, een toonbeeld van wilskracht, moed en doorzettingsvermogen, de man die van Kroatië voor het eerst sinds 1102 een onafhankelijke staat maakte (afgezien van de dubieuze marionettenstaat die Kroatië in de Tweede Wereldoorlog was), de man ook die van het communistische Kroatië een democratie maakte, stevig verankerd in het Westen.

Voor zijn critici was Tudjman iets anders: een autoritaire, intolerante, ongevoelige, machtswellustige en ijdele nationalist, die minderheden onderdrukte, de onafhankelijke media het leven zuur of onmogelijk maakte en iedere andersdenkende tot vijand bestempelde. Een grillige, eigenwijze man. Een man met een obsessie. Slobodan Miloševic, zo schreef Warren Zimmerman, als Amerikaans ambassadeur getuige van de ondergang van het oude Joegoslavië, is een gladde oplichter, een kille pragmaticus, een machiavelli. Franjo Tudjman daarentegen is ,,een onbuigzame onderwijzer, met dat streng-stalen brilmontuur in een gezicht waarvan de natuurlijke uitdrukking een grauw is, soms hooguit onderbroken door een vreugdeloos lachje''. Een man, niet geobsedeerd door macht, zoals Miloševic, maar door nationalisme, door het Kroatendom, door die duizendjarige droom. Een ongeduldige opportunist. Tudjman, aldus Zimmerman, legde een nationalisme van de meest kortzichtige soort aan de dag, heeft nooit enig begrip of belangstelling getoond voor democratische waarden en heeft het Kroatische nationalisme gedefinieerd als intolerant, anti-Servisch en autoritair. ,,Kroatië's aansluiting bij westerse instituten is niet ons enige en niet ons eerste doel,'' zei Tudjman nog eind december 1998, drie jaar na het eind van de strijd tegen de Serviërs. ,,Ons eerste en enige doel is de vorming van een leger dat in het belang van Kroatië werkt.''

In 1941 sloot de toen 19-jarige Tudjman zich aan bij Tito's partizanen, net als zijn broer, die in 1943 sneuvelde. In 1946 werd volgens zijn officiële biografie zijn vader om zijn kritiek op Tito vermoord, maar hijzelf bleef lid van de partij om carrière te maken in Tito's leger. In 1960 werd hij de jongste generaal in de geschiedenis van Joegoslavië, maar al een jaar later verliet hij de actieve dienst om zich verder bezig te houden als militair historicus, als leider van een historisch instituut in Zagreb en hoogleraar politieke wetenschappen.

Het bracht hem definitief op het pad van het Kroatisch nationalisme dat hij nooit meer heeft verlaten. En dat bracht hem in conflict met Tito, voor wiens pogingen de etnische groepen in Joegoslavië in evenwicht te houden (nu eens optredend tegen de Serviërs, dan weer tegen de Kroaten of de Slovenen) Tudjman geen enkel begrip kon opbrengen. In 1967 werd hij uit de communistische partij gegooid. In 1972, toen Tito met geweld en zuiveringen een eind maakte aan de `Kroatische Lente' – een opleving van Kroatisch nationalisme binnen èn buiten de partij – kwam hij in de gevangenis terecht, voor twee jaar. Niet voor het laatst: in 1981 kreeg hij drie jaar wegens separatisme. Maar 1972 was het cruciale jaar in het leven van Franjo Tudjman: toen werd elke hoop, dat de Kroaten zich àls Kroaten in Joegoslavië nog thuis konden voelen, de bodem ingeslagen. `1972' leverde hem, met zijn status als politiek vervolgde, de geloofsbrieven als Leider op die hem twintig jaar later goed van pas kwamen.

Tudjman hield zich verder bezig met het schrijven van boeken, over de Kroatische geschiedenis, militaire strategie, nationalisme, de filosofie van het geweld. Die boeken zijn niet altijd onomstreden geweest, want, zo vonden velen, met de historische werkelijkheid nam hij wel eens een loopje. Hij bagatelliseerde bijvoorbeeld het aantal Serviërs, joden en Roma dat in de Tweede Wereldoorlog door de Kroatische fascisten is vermoord. Het etiket antisemiet heeft hem tot zijn dood achtervolgd.

In 1989, toen de desintegratie van Joegoslavië er al twee jaar zat aan te komen als gevolg van de onstuitbare opmars van Miloševic, stichtte Tudjman de Kroatische Democratische Gemeenschap HDZ, met behulp van zijn contacten met de Kroatische diaspora, de vluchtelingengemeenschap van soms zeer rijke Kroaten die Tito's Joegoslavië waren ontvlucht. Bij de eerste vrije verkiezingen, in 1990, werd de HDZ de grootste partij in de Sabor, het parlement, dat Tudjman prompt tot president koos. Het uiteenvallen van Joegoslavië in 1992 was niet Tudjmans werk: het was het werk van Slobodan Miloševic. Tudjman maakte als ultieme opportunist alleen maar gebruik van de mogelijkheden, en het streven van Miloševic om als leider van de Serviërs leider van heel Joegoslavië te worden, speelde Tudjman in de kaart. Hij heeft dan ook niets gedaan om de oude federatie te redden – zelfs in de wetenschap dat een oorlog van het Joegoslavische Volksleger en de Servische milities tegen zijn onbewapende Kroaten Kroatië's vernietiging kon inluiden. Dat het niet zover kwam, lag mede aan Tudjmans contacten met de diaspora: zij financierden de Kroatische bewapening.

Franjo Tudjman realiseerde een droom: het onafhankelijke Kroatië. Of dat onafhankelijke Kroatië onder zijn leiding een democratisch, modern Europees land is geworden, is een andere vraag. Tudjman was géén democraat. Hij regeerde met het motto `wie niet voor mij is, is tegen mij': autocratisch, intolerant, ongeduldig en uitermate bot. Hij schoffeerde het kritische buitenland, manipuleerde het verkiezingsproces, liet kritische kranten sluiten, saboteerde de terugkeer van vluchtelingen als het Serviërs waren, liet zijn HDZ degenereren tot een kliek van corrupte dictatortjes en nam oorlogsmisdadigers in bescherming.

Franjo Tudjman zag zichzelf als de belichaming van Kroatië, en hij gedroeg zich ook zomet de ijdelheid die bij de status van alleenheerser schijnt te horen. Hij tooide zich met eretitels. Zijn geboortehuis werd een museum. Hij deelde Tito's liefde voor uiterlijke schijn, voor witte pakken, witte uniformen, gouden tressen, operette-achtige erewachten, parades, trompetgeschal en bizarre, karikaturale ceremonies. Hij resideerde in Tito's paleizen en zomerresidenties. Franjo de Eerste, koning van Tudjmanistan, schamperde l'Express. Tudjman de Verschikkelijke, schreef The Times.

Nog een bijnaam: Mr. Own-Goal, om zijn stommiteiten in momenten van onoplettendheid, zoals eind `98, toen hij openlijk betreurde dat Bosnië niet gewoon was opgedeeld tussen Kroatië en Servië, en daarmee bevestigde wat iedereen al lang dacht: dat hij en Miloševic daar vanaf het begin in commissie op uit waren geweest.