Een Brando-type

Mijn zoon volgt een cursus aan de New York Film Academy en dat feit gaat niet ongemerkt aan ons voorbij. De cursisten moeten in een paar maanden tijd vier korte filmpjes maken, en ons huis, gelegen in een Woody Allen-achtige buurt aan de Westside, blijkt daarvoor een gewilde locatie te zijn. Niet alleen de filmpjes van mijn zoon, maar ook die van een paar medestudenten zijn de laatste tijd in en om ons pand geschoten. Zo hebben we hier al een moord op de trap en een zelfmoord op de herfstbladeren in de achtertuin gehad, is er een wonderlijk schijnsel, afkomstig van een buitenaards wezen, in onze ijskast gefilmd, en is een groot Nigeriaans beeld uit onze woonkamer naar het nabij gelegen Central Park gesleept om daar als `vervreemdend object' dienst te doen. Aan felle lampen en een vloer vol kabels zijn we langzamerhand gewend.

Voor zijn eindwerkstuk, een film van 10 à 15 minuten, besluit mijn zoon de zaak groots aan te pakken. Maar liefst zeventig dollar van zijn schrale maandgeld smijt hij er tegenaan om een advertentie te zetten in Back Stage, een weekblad voor acteurs. Hij kondigt zijn film aan als een `philosophical gangstermovie' en heeft vijf acteurs nodig, vier mannen en een vrouw. De hoofdrolspeler dient een oudere man te zijn van het `Brando-type'. `No pay' staat erbij, enigszins verzacht door `no nudity'.

Ha, ha, no pay, dat zal storm lopen, smalen wij, maar daar kijken we toch lelijk op onze Hollandse voor-niks-gaat-zon-op-neuzen. Honderden enveloppen met `headshots' en curricula van acteurs stromen de dagen na verschijning van het blad binnen. Een enkele van een obscure spierbonk in tarzanbroekje of van een met siliconen volgepompte dame (`I expect your call, darling'), maar verreweg de meeste van de `echte' acteurs, die vaak heel aardige bijrollen naast Robert de Niro of Jack Nickolson te vermelden hebben.

Zo gaat dat hier blijkbaar. Een acteur die na filmopnamen of een paar maanden Broadway werkloos wordt, is niet te beroerd om mee te werken aan een no-pay studentfilm. Je bent met je vak bezig, het voegt weer wat toe aan je lijst met wapenfeiten, je ontmoet mensen uit de business, en wie weet hoe succesvol zo'n kwajongen van een regisseur ooit nog eens wordt.

Mijn zoon organiseert een heuse auditie op zijn kamer en kiest zijn acteurs uit. De hoofdrol gaat naar een uiterst vriendelijke, biljartbalkale 63-jarige meneer in een handgebreide rode trui. Marlon Brando is niet direct mijn eerste associatie en zijn staat van dienst vermeldt voornamelijk musicals, maar mijn zoon ziet iets sardonisch in hem, trekt hem een lange, zwarte jas aan en weet direct: dit is mijn man!

Als de draaidagen zijn aangebroken, bezetten de filosofische gangsters ons huis. Ze zitten op de trap, hangen in de keuken, staan hun snor in te vettem op onze badkamer en Marlon Brando ligt af en toe languit op de sofa in de studeerkamer te dutten. Ik mag mij nergens mee bemoeien, maar soms, als de hele crew kleumend en handenwrijvend de trap af komt stommelen (om mij onduidelijke redenen moet er ook op het dak van het huis gefilmd worden) en mijn zoon, in zijn opnamekoorts, alleen maar ijskoude cola laat rondgaan, ga ik wel thee zetten of soep opwarmen. Zo'n 63-jarige is tenslotte de hele dag onbetaald in touw voor mijn snotneus.

Het enige meisje dat meespeelt, is een elegante, eigentijds geklede verschijning, maar in dat laatste schuilt hem nu juist het probleem. Haar was verzocht iets tuttigs aan te trekken, en ze ziet er veel te vlot uit naar mijn zoons zin. Geen nood: de moeder van de regisseur heeft kastenvol tuttige kleding, dus men heeft het maar voor het uitzoeken. In gezamenlijk overleg wordt voor een sjiek jasje gekozen, een rode sjaal en een zwart leren tasje met belletjes, waar ik heel lang geleden, als studente nog, een rib uit mijn lijf voor gegeven heb, en dat ik nu nooit meer draag (die belletjes!), maar ook nooit heb kunnen wegdoen.

De lampen en de statieven worden nu naar buiten gedragen, want er zal een scène op straat plaatsvinden. Als de opstelling klaar is en ik mijn zoon `Action...' heb horen schreeuwen, loop ik naar het raam. Daar komt het meisje met mijn jasje aan, mijn sjaal om en mijn tasje om haar schouder aangestapt. Klak, klak, klak. Klingel, klingel, klingel. Aan de overkant steekt Marlon Brando in een zwarte jas de straat over. Hij is wel cynisch en verdorven, maar toch gevoelig: je ziet hoe hij getroffen wordt door haar aanblik. Twee leden van de crew houden aan weerszijden het verkeer tegen. Mijn rode sjaal doet het goed tussen de kalende boompjes. Brando grijpt mijn arm vast. Ik ruk me... nee, ik bedoel het meisje rukt zich los en rent weg. Klingel-de-klingel-de-klingel.

Ach, dit wordt een hele mooie film. Hij heet `The trivial moment', ik zeg het maar vast voor als hij straks in Nederland uitgebracht wordt. En mocht u hem zien, let dan even op dat tasje, met die belletjes.