Een beetje Salomo

,,Ik ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoekt aan de kinderen, tot aan het derde en vierde geslacht.'' Het Oude Testament schrijft vanuit menselijke wraakzucht ook aan de Eeuwige barbaarse neigingen toe. Inmiddels weten we ons tot enige beschaving te dwingen. Als de kroonprins wil trouwen met de dochter van iemand met een dubieus politiek verleden, mag dat de jonge vrouw niet worden aangerekend, zolang zij zelf andere opvattingen huldigt.

Maar het omgekeerde geldt dan natuurlijk ook: geen kind mag zich er op laten voorstaan dat zijn vader verzetsstrijder was en louter vanwege dat feit respect verlangen. Toch speelt een dergelijk motief altijd mee in de discussie of Nederland een monarchie moet blijven of een republiek moet worden: de positie van de Oranjes zou onbetwistbaar zijn, omdat we aan hun voorvader onze onafhankelijke staat te danken hebben.

Maar van tweeën één: als dit geldt, dan ook het andere. Dan zou hen ook alle ellende aangerekend moeten worden die de nazaten van de Vader des Vaderlands hebben veroorzaakt. Maar niemand zal dat toch willen.

Moeten we hen verantwoordelijk houden voor de terechtstelling van Van Oldenbarnevelt op last van prins Maurits? Voor het uitmoorden van een deel van de rooms-katholieke bewoners van Noord-Ierland om hen te kunnen vervangen door protestantse Engelsen – diepste wortel van de huidige strijd – tijdens het koningschap over Engeland van Stadhouder Willem III?

Of voor het wangedrag van de veel latere koning Willem III? De tuinman, de koetsier en de huisschilder konden er op hun oude dag beeldend over vertellen. Niet smalend en besmuikt, maar met ingehouden verontwaardiging. De vorst was immers bij de gratie Gods koning, zoals eens koning David. Dan moest hij zich ook hoogstaand gedragen. Gelukkig was er koningin Emma over wie zij met eerbied spraken. En over Willemientje waren zij vertederd. Tenminste, zolang zij klein was. Als koningin werd zij wel geëerd, maar was zij te lastig om geliefd te zijn. Te veel Saul, te weinig David.

Van eeuwenlange aanhankelijkheid en verbondenheid is trouwens geen sprake geweest. Dat wordt wel vaak gezegd, maar dat komt er van als er geen fatsoenlijke vaderlandse geschiedenis meer wordt gegeven en men niets weet over stadhouderloze tijdperken.

Bovendien werd in de democratische republiek wel degelijk getwist over de autocratische Oranjes. Johan en Cornelis de Witt werden er het slachtoffer van en werden vermoord, met de stadhouder als stille aanstichter.

Het zou dwaas zijn het koningshuis van nu te beoordelen in het licht van onaangename voorouders. Maar dan doet ook het argument `dankbaarheid jegens Willem van Oranje' niet ter zake.

De positie van het koningshuis moet louter bekeken worden binnen de huidige verhoudingen. En dan heeft het Republikeins Genootschap veel gelijk aan zijn zijde. Door de constitutionele monarchie heeft de koning wel macht en invloed, maar die is niet controleerbaar, zoals dat binnen een democratie behoort. Men kan tegenwerpen dat er velen zijn die slechts achter dikke schermen aan touwtjes trekken in het maatschappelijk bestel. Dat is waar, maar in principe zijn dergelijke personen naspeurbaar. Dat hoort tot de belangrijkste taken van de journalistiek. En als zij worden opgespoord, kunnen zij ter rekening en verantwoording worden geroepen. Bij gebleken wangebruik van hun invloed kunnen zij hun positie verliezen.

De koning daarentegen hoeft nooit en te nimmer verantwoording af te leggen, ook niet als iets uitlekt. Dat komt door die kronkelige constructie dat de minister dat voor hem moet doen.

Toch ben ik niet voor een republiek. Ik schreef dat eerder in deze krant en ook waarom niet. De kans dat een omhooggevallen burger die president wordt, praatjes krijgt en zich extravagant gaat gedragen, is groot. Men ziet dat nu al bij kleinere hoogwaardigheidsbekleders. Men denkt dan dat dat deftig is. Leden van het vorstenhuis weten hoe een hooggeplaatst persoon zich hoort te gedragen, doordat zij daar vanaf de wieg in zijn opgevoed. En als zij daar niet altijd naar handelen kan men dat accepteren omdat ze nu eenmaal een aparte categorie vormen, voor wie andere maatstaven gelden – zelfs koning Willem III bleef onschendbaar. Ze zijn met niemand te vergelijken. Daardoor zijn ze ook geen rivalen van gewone burgers, zoals gekozen presidenten. Burgers kunnen niet, zoals bij een verkiezing, achteraf spijt krijgen van hun keuze. Een koning kan niet tegenvallen, hij is zoals hij is. Hij wordt op onze weg gezet. Niet zo zeer door Gods gratie, denk ik, als wel door het wonder van de voortplanting. Al is de formule nog steeds mooi, wijzend naar de betrekkelijkheid van menselijke hoogheid.

Maar binnen de huidige opvattingen over democratie past het constitutionele van de monarchie niet meer. Macht en invloed horen openlijk te zijn. De koning hoort geen drie-eenheid te vormen met de premier en de ministers, maar met de twee andere symbolen van nationale eenheid, de vlag en het volkslied.

Het zal echter voorlopig zo ver niet komen. Niet omdat de huidige majesteit daar niet van is gediend, maar omdat het volk dat niet wil. Het wantrouwen in politiek en politici is groot. Ik denk dat veel burgers, en niet alléén de weinig geschoolden, in alle argeloosheid denken dat van de koning op kritieke momenten een heilzame, want onpartijdige, invloed kan uitgaan. Een beetje Salomo.