DNA-test bij veel meer verdachten

Verdachten van een misdrijf waarop een celstraf van vier jaar staat kunnen in de toekomst worden gedwongen DNA-materiaal af te staan. Nu nog ligt de grens bij een strafmaat van acht jaar. De ministerraad is gisteren akkoord gegaan met een daartoe strekkende wetswijziging van minister Korthals (Justitie).

De wettelijke mogelijkheden voor DNA-onderzoek bij verdachten in strafzaken worden daarmee fors verruimd. De Tweede Kamer had hier onlangs al om gevraagd.

Het voorstel gaat uit van `verdachten van misdrijven waar voorlopige hechtenis op mogelijk is'. Dat zou betekenen dat het niet alleen gaat om verdachten van misdrijven waar vier jaar op staat, maar ook om andere verdachten die volgens de wet voorlopig vast kunnen worden gehouden, zoals personen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Het is echter aan de officier van justitie om te bevelen wie DNA af moet staan. Tot dusverre kan alleen de rechter-commissaris daartoe besluiten.

De gedwongen afname hoeft ook niet langer door het prikken van bloed. Even effectief is het afnemen van wangslijmvlies. Bij hevig verzet kan ook worden volstaan met `een haar of speeksel op een koffiekopje'. Korthals verwacht nu een forse stijging van het aantal opgehelderde misdrijven.