DIKKE MENSEN HEBBEN ONTSTEKINGSEIWITTEN IN HUN BLOED

Mensen met overgewicht, of erger, vetzucht hebben een verhoogd gehalte C-reactief proteïne (CRP) in hun bloed. De aanwezigheid van dit eiwit duidt op het bestaan van lichte ontstekingsverschijnselen in te zware lijven. Dat concludeert een Nederlands/Amerikaanse onderzoeksgroep na een onderzoek bij 16.616 Amerikanen van 17 jaar of ouder. De vraag is nu in hoeverre deze ontstekingsverschijnselen iets te maken hebben met de verhoogde kans op hart- en vaatziekten van mensen die te dik zijn.

In de afgelopen jaren is aangetoond dat het vetweefsel waarin het lichaam overtollig vet opslaat geen dode massa vormt, maar een actieve rol vervult in de stofwisseling. Het produceert onder andere interleukine 6 (IL-6), een zogenaamd alarmcytokine dat vrijkomt als er ergens in het lichaam een ontsteking bestaat. IL-6 heeft niet alleen effect op de ontstoken plaats, maar door het hele lichaam. Tot deze systemische effecten behoren onder andere koorts en de productie van CRP. Uit eerder onderzoek was al bekend dat een verhoogd CRP-gehalte iemands kans op een hartinfarct vergroot. De onderzoeksgroep, waarin uit Nederland medici van de Vrije Universiteit participeren, toont nu aan dat mensen meer CRP produceren naarmate hun gewicht toeneemt (Journal of the American Medical Association, 8 dec).

Omdat het CRP-gehalte bij elke ontsteking toeneemt en een verhoging dus talloze oorzaken kan hebben, was het nodig om andere oorzaken uit te sluiten. Maar ook onder dikke jongeren die niet rookten, niet leden aan hart- en vaatziekten, aan (chronische) ontstekingen of diabetes en evenmin de pil slikten bestond het verband tussen CRP-spiegel en vetgehalte.

Een redactioneel commentaar in de JAMA noemt de resultaten `overtuigend', maar stelt tegelijkertijd vast nog niet bekend is welke matig ontstekingsproces zich nu eigenlijk afspeelt. Het is denkbaar dat het CRP actief betrokken is bij het ontstaan van atherosclerose, maar de vorming kan er ook een gevolg van zijn. Er bestaan veel indirecte aanwijzingen dat de vorming van atherosclerotische plaques gepaard gaat met ontstekingen van de getroffen vaatwand. Mogelijk spelen micro-organismen een rol, maar het zou ook kunnen zijn dat cholesterol hierbij betrokken is. In elk geval is van één cholesterol-verlagend geneesmiddel vastgesteld dat dit het CRP-gehalte vermindert, onafhankelijk van zijn effect op de hoeveelheid cholesterol in het bloed.