De schietende scholier

NIEMAND kan zo bezorgd kijken als Karel van de Graaf afgelopen dinsdagavond deed in Netwerk, of het moest minister Hermans zijn die bij hem aan tafel zat. Maar die kijkt misschien wel altijd zo. Het was de dag van de schietende scholier in Veghel, en Netwerk presenteerde het voor Nederland unieke incident in een kader van `dat hebben we altijd al gezegd'. Moeiteloos werd het Veghelse drama geregen aan het schandsnoer van de Amerikaanse traditie, met veel beelden van het drama in Littleton. En ook van een ander, soortgelijk geval waar een meisje melding maakte van `at least ten to fifteen shots', wat gemakshalve ondertiteld werd als `tenminste tien tot vijftien doden'.

Van de Graaf had overigens ook al meteen de oplossing voor deze nieuwe stap in het `steeds toenemend geweld op scholen': detectiepoortjes! Landelijke registratie! WAAROM IS DIE ER NOG STEEDS NIET, MENEER HERMANS, riep Van de Graaf de benauwd kijkende minister met priemende blik toe. Maar Hermans rechtte gelukkig zijn rug en deed het enige juiste. Hij zei dat je wel kon registreren, maar dat dat nergens goed voor was als je niet wist wat je met die registratie ging doen. Zo is het maar net, maar Van de Graaf wist het beter: `Dan staat de volgende keer tenminste iedereen op scherp'. Tja, hij zal zichzelf en zijn collega's bedoelen, die dan mooi uit een kant en klare waslijst van zie-je-wel gevallen kunnen citeren.

Als er al een volgende keer komt. Want wat van de week in Veghel gebeurde is toch wel heel ver buiten de Nederlandse orde. Een hoogst uitzonderlijk incident, dat niet zomaar beschouwd kan worden als een zoveelste stapje in een trend, en al evenmin met de regelmatige incidenten in het met schiettuig getrouwde Amerika. Er is echt een groot verschil tussen scholieren die een of ander wapen of als zodanig bruikbaar voorwerp in hun zak hebben en schietend door het lokaal gaan. Juist om die reden, om dat uitzonderlijke karakter is ook die gemakzuchtige Pavlov-reactie van de media, die dezelfde avond op alle zenders in koor om detectiepoortjes riepen, zo dom. Dat soort techniek is alleen effectief tegen veel voorkomende, min of meer gestandaardiseerde, onberedeneerde vormen van wangedrag. De broedende eenling met een min of meer duidelijk maar onorthodox plan vang je er nooit mee.

Met poortjes vang je de minder handige of in een opwelling handelende winkeldief. Met poortjes kun je aan de entree van een disco gevaarlijke voorwerpen innemen, zodat de eigenaren, eenmaal binnen en bezopen, ook bij plotselinge ruzie minder gauw onherstelbare schade aanrichten. Maar verder helpen ze geen zier.

Kijk nou naar wat er in Veghel gebeurde. Toen de jongen tot daden kwam was het twee uur 's middags. Hij was al uren op school geweest, het einde van de schooldag kwam zelfs al in zicht. Er was, anders dan CNN suggereerde, geen hooglopende ruzie onmiddellijk voorafgaand aan het drama. Wel was de spanning met de ongewenste vriend van zijn zuster al tijdenlang opgelopen, en vermoedelijk was de beslissing over wat ooit moest gebeuren allang genomen. Die dag ging hij naar huis, ondernam nog één ontsnappingspoging door te zeggen niet meer naar school te gaan, liet zich toch terugsturen – maar nu met zijn pistool. Er was geen uitstel meer mogelijk, geen weg terug meer. Zo'n jongen was nooit met dat pistool door een detectiepoortje gelopen. De schietpartij had dan net zo goed plaatsgevonden, alleen iets later en niet in, maar voor de school.

Dat weloverwogene is, hoe groot verder ook de verschillen, ook een standaard element bij al die Amerikaanse gevallen: zelden of nooit gebeuren die in een opwelling, er is weken, soms maanden over nagedacht. Detectiepoortjes verplaatsen dit soort ellende hooguit. Verder helpen ze niet, behalve van de wal in de sloot. Want er gaat een duidelijke boodschap van uit: het is hier niet pluis. Is `wees bang, vertrouw niemand, wij vertrouwen jou ook niet' nu de boodschap die we op school aan kinderen willen geven? Bereiken we daarmee dat hun vertrouwen in de wereld, de school en hun omgeving zo goed verankerd wordt, dat ze niet op de gedachte komen dat je een schroevendraaier, mes of erger nodig hebt om op het schoolplein te overleven?

Want dat is wel waar de kern van het probleem zit: in de koppen van de mensen, en van scholieren. Tegen opvattingen, voorbeelden en gedachten bestaan geen poortjes. Daar bestaan helemaal geen technische middelen tegen. Alleen overtuigingskracht en een goed voorbeeld helpt. En allereerst zelf goed nadenken, in plaats van alles met de schone schijn van elektronica af te kopen en omwille van de ontsporende enkeling iedereen op voorhand te criminaliseren.

Dat laatste gebeurt toch al onder de nieuw in werking getreden telecommunicatiewet, die internetproviders verplicht om mee te werken aan tapactiviteiten van justitie. Providers vrezen dat, omdat het zo gemakkelijk gaat, het tappen van internetgebruikers een hoge vlucht zal nemen, aangezien Nederland telefoons ook al exceptioneel vaak aftapt. Gezien de houding die justitie en politie tegenover het internet ten toon spreiden, lijkt dat risico niet denkbeeldig. Een voorbeeld van die houding zijn de wilde verhalen die het Gerechtelijk Laboratorium tijdens hoorzittingen over het wetsvoorstel Computercriminaliteit II houdt over dreigende hackers, die `vrij spel' zouden hebben, dat kon je wel zien aan de `aanvallen op computersystemen tijdens de Kosovo-crisis'. Aanvallen? Ofwel die mensen houden heel verontrustende informatie geheim, of ze bedoelen die paar knullige e-mailbommetjes die naar het Witte Huis gestuurd werden, en dan zaaien ze alleen maar onnodige paniek.

Maar nog erger maakte bij diezelfde hoorzittingen meneer Vriesde van het Korps Landelijke Politiediensten het. Die wil een kenteken voor elke internetter, kan je altijd zien en registreren wie hij is en waar hij naar kijkt. Welja, waarom tatoeëren we dat kenteken niet gelijk op ieders voorhoofd, want waarom zou je wel anoniem op straat mogen als dat zelfs achter de computer niet is toegestaan? Je krijgt warempel zin om een groot bord aan de weegschaal van Vrouwe Justitia te hangen, waarop staat: wie angst en repressie zaait, zal misdaad oogsten.