Daans diagnose

Episode 11: waarin Daan Schrijvers de polsslag van de moderne tijd voelt, maar al bij zijn eerste hoofdredactioneel commentaar een bittere pil te slikken krijgt.

De journalistiek, noteerde ik met hoofdredactionele stelligheid, is in feite alles wat het geval is. Tevreden over zoveel aplomb in mijn eerste zin leunde ik achterover, op een wijze die alleen gegeven is aan hen die een intellectuele opmaat voor een glansblad mogen schrijven. Dit was leuk, Daan, verkneukelde ik mijzelve, veel leuker nog dan een verre vakantie. Mijn eigen glanzende foto in gezaghebbende pose (met pijp en belezen blik) stond al kant en klaar midden op de verder bijna maagdelijke pagina. Erboven glommen pontificale krulletters van trots: Memento Mori, het hoofdredactioneel commentaar van M&M, zoals steevast opgetekend door D. Schrijvers.

Met stijgende voldoening las ik terug wat ik na zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw nu ongehinderd aan de eeuwigheid had kunnen overdragen: `alles wat het geval is.' Hmm, mooi geschreven, maar wat betekent het? Even werd het nog stiller. Zo'n inspirerend inzicht zal misschien alleen iemand begrijpen die de gedachten welke erin uitgedrukt zijn – of toch soortgelijke gedachten – zelf al eens gedacht heeft, Daan, dacht ik. Dit Ten Geleide van het Millennium Magazine zou pas zijn doel hebben bereikt, als het iemand die het met begrip las, genoegen deed. En ik bedoelde vooral mijn nieuwe vrienden van het Hoogheemraadschap der Vaderlandse Hoofdredacteuren.

Nog slechts 21 dagen te gaan, wist ik, maar de contouren van het glansblad waarvan ik nog maar zo kort geleden het roer in handen geduwd had gekregen, blijkbaar, begonnen zich nu scherp op mijn beeldscherm af te tekenen. Hier zat ik, ik kon niet anders. Wat daarbij enorm had geholpen, was dat het St. Niklaas-feest van het Hoogheemraadschap was geëindigd in kakofonisch gekrakeel, waarbij niet alleen onze Majesteit een slechte pers kreeg, maar ik van die andere M - de énge M - een aanzegging ontving van ontslag op staande voet, indien M&M in het zicht van de haven alsnog zou stranden op de zandbanken van de moderne tijd.

Enfin, na 10 enerverende episodes die ik beleefd had als danig verwarrend, gebeurde er eindelijk iets dat ik begreep. Ik moest schrijven (voor mijn brood). Dus tikte ik, met een tomeloze toetsaanslag en mijn beduimelde regenjas nog aan.

De journalistiek is de totaliteit van de feiten, niet van de parafrasen, vatte ik mijn tweede gedachte van deze ochtend samen. Dit liep op rolletjes. Als mijn gedachtentrein in zo een tuimelend tempo zou blijven voortdenderen, was mijn Ten Geleide nog voor de koffie klaar. De stoere mannen aan de persen in de kelder zouden niet lang meer hoeven te wachten voordat ik op sonore toon het bevel zou geven tot een glanzend nieuw chapiter in het meeslepende feuilleton der kapitale kwaliteitsjournalistiek (`Heren, nu is het uw beurt,' had ik al geoefend).

Immers, oog in oog met de wende was het Millennium Magazine thans op een haar na gevild: fluitend had ik het beste uit ons nul-nummer geknipt, neuriënd de prullenbakken ten burele nog eens omgedraaid, lachend een chronisch chroniqueur om een handvol kronieken gevraagd en onbekommerd een rondetafelgesprek laten optekenen met de vaderlandse visionairs van het Platform Nationale Millennium Celebratie. Volgens verwachting had dit een prangend profiel opgeleverd van onze dolende natie te midden van kruiende continenten, die vastberaden afstevenden op het gapende onbekende van het nieuwe tijdvak (met name als straks de Millennium Meesters zelf er onverhoopt niet meer zouden zijn).

Het enige waaraan het mijn naar verlichting hunkerende lezers nog ontbrak, was een routebeschrijving bij ons glansblad en het leven. Donnerwetter, daar diende de volgende gedachte zich alweer aan. Ik noteerde: de wereld is onafhankelijk van onze wil, journalistiek gesproken dan. En: in de wereld is alles zoals het is, en gebeurt alles zoals het gebeurt. Daarvoor had je M&M dus au fond helemaal niet nodig, begreep ik ongewild, nu ik uit de citatengids een diepe denker uit het Duits parafraseerde, zonder aanhalingstekens bovendien.

Nauwelijks had ik deze woorden aan mijn beeldscherm toevertrouwd, of de serene rust werd ruw verscheurd. ,,FOUT'', donderde het in alle hoeken en gaten van de volgens Feng Shui-principes gebouwde kantoorkolos. ,,Wat zeggen we: DRIEWERF FOUT!''

Dodelijk geschrokken sprong ik op uit mijn hoofdredactionele M&M-fauteuil, en stootte daarbij lelijk mijn verder ongekamde hoofd. Allejezus, wie hing daar nou een camera neer? En dan nog wel zo'n grote! ,,Zeg, Daan, doe je een beetje voorzichtig met onze spulletjes'', echode het bars door de kamer. ,,En, à propos, nu we het toch daarover hebben...''

Gaandeweg begreep ik dat de voltallige vergadering der Millennium Meesters al die tijd had meegekeken naar het ontplooien van mijn kostelijke kopij. ,,Je breekt de code, Daan, de gedragsregel, de conventie, de ongeschreven afspraak – er zijn talloze eufemismen voor, maar wij als bewakers van het product M&M, zijn onplezierig verrast nu jij in ons glansblad letterlijk verslag doet van de ongezouten werkelijkheid.''

Terwijl er een pijnlijke bult aan mijn hoofd ontsproot, bleek immers dat de merchandising van de M&M-productlijn bij de Bijenkorf reeds in alle profijtelijkheid was losgebarsten, zodat niemand meer behoefte had aan mijn hoofdredactionele prietpraat. ,,Dus onthoud, Daan: de wereld, dat is ONZE wil en voorstelling. Zulks hebben wij bij een veel Duitsere Duitse denker gelezen dan waar jij je mosterd haalt.''

Nog voordat ik `euhhh' had kunnen zeggen, lichtte er een geheel opgemaakte pagina met hoofdredactioneel Ten Geleide op mijn beeldscherm op. Waar zoëven nog mijn foto had gestaan (met pijp en belezen blik) stond nu een manshoge M. Daaronder las ik in kleine letters: `Heden: geen commentaar.'

Er liep een rilling over mijn ruggengraat, alsof ik van een koude kermis was thuisgekomen. En dat was ook zo.

(wordt vervolgd)