Bontjassen als pijnstiller

Koffieshop Del Cavi in de Amsterdamse Beethovenstraat was tot enkele jaren geleden de vaste ontmoetingsplaats van tientallen Duits-joodse immigranten, die na 1933 op de vlucht voor de nazi's in Nederland waren neergestreken. Ze spraken met het accent van prins Bernhard en waren het nooit met elkaar eens. Behalve hun afkomst deelden ze nog iets met elkaar: ze hadden de dood in de ogen gezien en behoorden tot de kleine groep overlevenden van Hitlers jodenvervolging.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden er zo'n 15.000 Duits-joodse vluchtelingen in Amsterdam. Het merendeel bestond uit geassimileerde joden, afkomstig uit de gegoede middenstand. Een deel van hen trok naar de nieuwe Beethovenbuurt, die met een beetje fantasie deed denken aan de sjieke Berlijnse Kurfürstendamm. Tram 24, die de buurt met de binnenstad verbond, had de bijnaam `de Berlijnexpress'. Duits-joodse vrouwen deden hun boodschappen in Duits-joodse winkels, kochten hun boeken bij Duits-joodse boekhandelaren en aten in door Duitse joden gedreven restaurants.

Van dit alles is weinig terug te vinden in de documentaire Ik bedek mijn Schmerz met mijn nerts, die de wereld van `Del Cavi' wil vastleggen voordat zij voorgoed verdwenen is. De makers hebben drie vrouwen geportretteerd, die eigenlijk niet over hun verleden willen praten en daardoor voor de kijker een raadsel blijven. Zo vertelt de 90-jarige Ilse Hecht weliswaar over haar `heerlijke leven' in het Duitsland van voor 1933, waar ze verkeerde in een milieu van journalisten, acteurs en musici, maar over wat er daarna gebeurde hult ze zich in `silence'. Nu is ze een broos oud dametje, dat in de badkamer van haar flat met grote vegen haar lippen rood stift. Ze haalt herinneringen op aan haar jeugdliefde, die al in 1936 naar Colombia emigreert en met wie ze na de oorlog trouwt. We zien haar in een synagoge en bij de viering van haar negentigste verjaardag. En ook de Friese boerin bij wie ze zat ondergedoken, komt aan het woord en vertelt wat een fijn mens Ilse is. Maar desondanks blijft de kijker met vragen zitten. Wat deed ze nou precies voor en na de oorlog, hoe voelde ze zich in dat vooroorlogse Amsterdam? Zei ze toen ook ,,bei uns war alles besser'', zoals veel van haar lotgenoten?

Beter geslaagd is de geschiedenis van de 84-jarige zangeres Helge Domp, dochter van een pianohandelaar in Münster. Toen Hitler net aan de macht was, zong ze Bach en Buxtehude in een protestantse kerk in Münster, om zich de toorn van de lokale, genazificeerde pers op de hals te halen. Maar ook over Helge, die overigens bewondering afdwingt door haar levenslust, weten we aan het eind van de documentaire niet veel meer dan dat ze het in Nederland aanvankelijk financieel niet breed had, dat ze met haar ouders en zuster was ondergedoken – ,,Ik had die jaren niet willen missen'' – en dat ze na de oorlog een succesvolle zakenvrouw werd, die nog altijd moeite met Duitsland heeft.

Aan de derde hoofdpersoon, Inge Heinemann, ontleent de documentaire zijn naam. Inge is een overlevende van Auschwitz, haar eerste man is in het kamp vermoord en haar dochtertje – dat bij niet-joden was ondergebracht – herkent haar moeder niet meer als die na de bevrijding in Amsterdam terugkeert. Dertig jaar later hertrouwt Inge met de man – ook een Duitse-jood – met wie ze al sinds eind jaren veertig samenwoont. Vervuld van weemoed vertelt ze hoe hij haar verdriet probeerde te verzachten door haar na een geslaagde zakentransactie dure cadeaus te geven. Zo heeft ze een paar keer een bontjas van hem gekregen. Cadeautjes als pijnstiller. Een mooi gegeven voor een documentaire die veel meer had kunnen opleveren dan nu is gebeurd.

Close-Up: Ik bedek mijn schmertz met een nerts, zondag, Ned.1, 18.30-19.29u.