Bierglazen in het apenverblijf

Dieren doen het goed in de hedendaagse kunst. Tom Claassen exposeert het ene uitvergrote paard of konijn na het andere, Maurizio Cattelan maakte naam met een beeld van een suïcidale eekhoorn en Damien Hirst groeide uit tot de meest spraakmakende kunstenaar van het decennium met behulp van koeien, varkens en schapen op sterk water. Dat Hirst daarmee een norm heeft gesteld blijkt uit het begin van Polynesian Instant Geography (PIG), de tentoonstelling die Berend Hoekstra en Hilarius Hofstede in het Stedelijk Museum in Amsterdam hebben ingericht. Daar loopt de toeschouwer tegen vier wrakhouten planken aan waarop de tekst We don't swim in Hirst infested waters te lezen staat - een verwijzing naar Hirsts beroemde beeld van een haai op sterk water.

Het werk van Hoekstra en Hofstede heeft dan ook weinig van doen met het beestenwerk van Cattelan of Hirst. Waar die hun beesten vaak gebruiken als dragers van menselijke emoties, zijn de dieren van Hoekstra en Hofstede onderdeel van een aanklacht: tegen het misbruik van dieren in het algemeen en de verwording van onze cultuur in het bijzonder. De Polynesian Instant Geography van Hoekstra en Hofstede is een zoektocht naar een nieuw utopia, een wereld zonder consumentisme, waar de natuur in ere wordt gehouden – een nieuw land wo die Zitronen blühen.

Het protest-aspect van Hoekstra's en Hofstedes werk wordt het duidelijkst zichtbaar in het deel van PIG dat is te zien in de Amsterdamse dierentuin Artis, in het buitenverblijf van de orang-oetans. Het is een installatie, bestaande uit een bar, die is opgetrokken uit steigerpalen en -planken waarop jerrycans en navulflessen met motorolie zijn uitgestald. Daar tussendoor staan met olie gevulde Belgische bierglazen, zogenaamde `bollekes' van biermerken als Duvel, Judas en Mort Subite. Die merken zijn aardig gevonden, maar verder roept het geheel vooral vragen op, ook gesteld door de kunstenaars zelf. `Waarom drinken apen olie?' vragen ze bijvoorbeeld ergens – maar een antwoord geven ze niet. Als toeschouwer krijg je dan ook vooral medelijden met de monumentale orang-oetan Mewa, die in het hok achter de bar door het stro dendert en die door deze installatie niet naar buiten kan, terwijl de zon schijnt.

Dan is het PIG-gedeelte dat in de negen zalen van het Stedelijk te zien is beter. Hier weinig concrete protesten (behalve tegen Hirst), maar een merkwaardig samenraapsel van voorwerpen en objecten die allemaal uit de zee lijken opgedregd, alsof Hoekstra en Hofstede tijdens hun vakantie op Hawaï per ongeluk een vergeten cultuur hebben ontdekt.

De meeste voorwerpen lijken jarenlang aan het water te hebben blootgestaan. Zo hangt er een hele stellage van uit papier-maché opgetrokken varkenskoppen, waarvan het vlees door het water lijkt weggerot, een reeks `vogelkoppen' bestaande uit een stang en stukken wrakhout, gescheurde en overgeplakte tekeningen, maar ook stukken oud ijzer, wielen, een paar schedels en zelfs een paar zwemvliezen. De `landkleuren' rood, geel en groen zijn bijna nergens te bekennen, uitgespoeld door het water, behalve in een aantal schilderijen, die zo lukraak zijn opgehangen dat ze vooral als decorstukken figureren.

Hoe overtuigend deze `opgedregde' cultuur er ook uit ziet, het lijkt erop dat Hoekstra en Hofstede al te goed in hun ideeën zijn geslaagd. De wereld van PIG is zo'n afgerond, in zichzelf gekeerd geheel, dat je als toeschouwer nauwelijks de behoefte voelt om het tentoongestelde werk op de wereld van alledag te betrekken. Lopend door de negen zalen in het Stedelijk denk je geen moment aan geteisterde mandrils, olieplatforms of Atlantis, maar dobber je lekker weg in een aangenaam, prikkelend bad van beelden. In die zin is PIG een perfect voorbeeld van escapistische kunst – en dat was geloof ik niet helemaal de bedoeling.

Tentoonstelling: PIG (Polynesian Instant Geography) van Berend Hoekstra en Hilarius Hofstede. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13/ Artis, Plantage Kerklaan 38/40, Amsterdam. Dag 10-17u. T/m 16 jan.