Westerling

In Boeken van 15 oktober wijdde Elsbeth Locher-Scholten een uitvoerige en scherpzinnige bespreking aan het proefschrift van de Leidse militaire historicus Jaap de Moor, Westerling's oorlog. Een kanjer van 636 bladzijden, maar de grond van het proefschrift deugt niet. Ik kan het niet beter verwoorden dan dr. Scholten deed, zonder te weten of ze mijn mening deelt. `Het woord oorlogsmisdaden treft men in het register dan ook niet aan ... Alsof die term nooit onderwerp van discussie is geweest, spreekt hij conform het gebruik onder militaire historici consequent van excessen'.

Het begrip oorlogsmisdaad is een historisch, universeel juridisch begrip dat vele malen werd geijkt. De grondslagen voor het begrip werden gelegd door Hugo de Groot in zijn De jure belli at pacis uit 1625. Maar De Moor kijkt de andere kant op.

Hoe De Moor dat begrip weet te vermijden is verbazingwekkend, dat moet ik hem nageven. In de inleiding schrijft hij dat door het vraaggesprek van mij voor de VARA-tv op 17 januari 1969 de vergeten held Westerling met één klap weer in de schijnwerpers of, nauwkeuriger, in de nationale beklaagdenbank geplaatst werd. Hij schrijft verder dat ik het daarbij had over `geweldsexcessen'. Maar ik had het nadrukkelijk over oorlogsmisdaden; waaraan ik nog toevoeg dat ik dat begrip, al naar gelang de gedragingen en de omstandigheden, nuanceerde. De Moor negeert unverfroren ook al diegenen die het begrip zonder schroom gebruiken, onder wie schat ik zo'n zevental redacteuren en columnisten van deze krant.

Over dat taalgedrocht `exces' heb ik een dag voor de aanbieding van de Excessen-nota van de regering Piet de Jong aan de Tweede Kamer op 2 juni 1969 een beschouwing geschreven in de Volkskrant onder de titel: `Tussen sawah en archief'. Ik onderscheidde aan dat nonwoord `exces' drie betekenissen in gewoon Nederlands; alledrie bedoeld om de vierde en enige gepaste weg te frommelen: oorlogsmisdaad. Dertig jaar kijk ik nou al tegen dat bizarre gedrag aan. Wat betreft de militaire historici denk ik dat het hun ontbreekt aan Zivilcourage.