Urk: wij hebben al voldoende ingeleverd

De Urker vissers begrijpen het niet. Hoe is het mogelijk dat Nederland na alle saneringen van de vissersvloot de laatste tien jaar nog steeds niet aan de Europese eisen voldoet? Visser Albert van Urk uit Urk, nors: ,,Waarom krijgen andere landen geld om hun vloot op te bouwen en wij om hem af te bouwen? Dat steekt.''

Van Urk (van rederij A. Van Urk, één kotter) is voorzitter van de producentenorganisatie Oost-Nederland en van de Vereniging Visserijbelang. ,,Geen vis gaat bij ons buiten de afslag om'', zegt Harmen Koffman, eigenaar van rederij Geertruide (vijf kotters) verontwaardigd. En Willem de Boer van rederij De Boer (twaalf kotters): ,,Terwijl de andere landen maar wat aanrommelen.'' De vissers vangen alle hoofdzakelijk tong en schol, maar ook griet, schar en tarbot.

,,We zijn het enige land met een relatief moderne, grote vissersvloot'', legt een woordvoerder van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) de ommezwaai van staatssecretaris Faber (Visserij) uit. Nederland heeft volgens Europa een te grote vloot met te veel schepen, maar de Nederlandse ministers hebben de huidige omvang van de vloot altijd verdedigd zolang de vissers binnen de quota's bleven vangen. Ook Faber. Nu is de staatssecretaris toch onder de Europese druk bezweken. Ze wil de vissers dwingen hun schepen te verkleinen of te slopen, zei ze maandag in de Tweede Kamer. De kamerleden reageerden verbaasd. Gisteren zei Faber in de Kamer desnoods de vissers minder dagen op zee te laten varen.

Daar lachen de vissers om. Urk is volgens Van Urk voor 90 procent afhankelijk van de vishandel. Ze geloven niet dat de vissers hun schepen vrijwillig van de hand zullen doen, of verkleinen. De Nederlandse vloot kromp in tien jaar tijd al van 572 naar 407 schepen, maar dat waren slechts drie schepen vorig jaar en dit jaar geen. ,,Daar is de animo niet naar'', zegt Van Urk. De vissers saneren alleen vrijwillig als het bedrijf er niet goed voor staat.

En de laatste twee jaar hebben de vissers niets te klagen. De omzet van de Nederlandse visafslagen steeg vorig jaar met vijf procent naar 607 miljoen gulden, vooral dankzij de hogere visprijzen. Van Urk vertelt: ,,Twee vissersbedrijven hier in Urk konden geen opvolger voor het bedrijf vinden. Ze wilden saneren, maar andere bedrijven boden meer geld dan de saneringspremie, dus hebben ze hun schepen verkocht.'' En als ze straks gedwongen worden in te krimpen, door een strafkorting bijvoorbeeld of minder zeedagen? Hij haalt zijn schouders op: dan stappen ze naar de rechter, dat hebben ze de afgelopen jaren al zo vaak gedaan.

Er zijn andere mogelijkheden om aan de saneringen te ontsnappen. Veel Nederlandse vissers emigreerden al naar Namibië of Chili om daar hun brood te verdienen. Ook Suriname is de laatste jaren erg populair. Maar het is de laatste stap die vissers nemen. Van Urk: ,,Eenmaal eruit kom je er nooit meer in.''. De vissers die naar Letland of Polen gingen hebben pech, ze moeten daar binnenkort weer weg. Van de 105 schepen in Urk varen er al vijftig onder Duitse, Belgische of Engelse vlag.

De regels in Nederland zijn namelijk strenger dan in de andere EU-lidstaten. Van Urk: ,,Weet je nog, die boot van Gijs?'' De Boer: ,,1993.'' Koffman: ,,Een schip van 161 ton. Werd omgevlagd en kwam in Duitsland voor 98 ton geregistreerd te staan.'' Van Urk weer: ,,En die motor van die ene Belg.'' De verhalen over verkeerd afgestelde motoren, gerommel met cijfers en andere buitenlandse wanpraktijken zijn talrijk. De vishandel uit het buitenland zou de officiële vangstcijfers overtreffen, maar de vissers geven toe dat iedere vissersnatie zo over zijn buren praat. Dus ook over Nederland.

De andere EU-landen geloven er niets van dat de Nederlandse vissers met hun uitgebreide vloot en grote schepen daadwerkelijk vangen wat ze zeggen te vangen. Waarom zouden ze ook? De redenering van de andere lidstaten is dat als een vloot uitgebreider is dan nodig, de verleiding erg groot is om te veel vis te vangen.

Als een van de weinige landen houden Nederlandse vissers hun quota zelf in de gaten. Ze hebben een beperkt aantal zeedagen (170) waarmee ze netjes binnen de gestelde quota's blijven. De vissers houden elkaar in de zogeheten Biesheuvelgroepen – controlegroepen genoemd naar de voormalige minister van Landbouw – scherp in de gaten, waardoor ze ook meer grip op de visprijzen hebben. Van Urk legt uit: ,,Als Harmen een vis te veel vangt, gaat dat ten koste van Willem en van mij.'' De andere twee Urker vissers brommen instemmend. Maar voor Brussel gaat dit systeem om de visvangst te verminderen niet ver genoeg.

En daarom hebben de andere lidstaten in de Europeses visserijraad vorige week unaniem tegen Fabers plan gestemd om de subsidie dan maar te besteden om de vloot af te bouwen. De Europese Commissie is in mei een procedure tegen Nederland begonnen wegens achterstallige sanering van de vloot. Tot Nederland zijn kottervloot gereduceerd heeft krijgt het geen cent van de 68 miljoen gulden aan subsidie. En nu wil Faber met de vissers bespreken hoe ze het geld alsnog binnen kan slepen. Minder tonnage dus, en minder vermogen. De vissersvloot moet 40 procent kleiner worden. Anders dreigt Brussel ook nog met een strafkorting op de vangstquota.

,,Onmogelijk'', zegt ook Johan Nooitgedacht van de Nederlandse Vissersbond over de plannen van Faber. ,,Pure kapitaalvernietiging. Hoe kan je gezonde, economisch renderende bedrijven nu vragen zichzelf op te heffen? Dat stuit op te veel verzet.'' Volgens hem wijkt Nederland bovendien helemaal niet zoveel af van de Europese richtlijn.

Die conclusie trekt ook het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Wageningen in een nog niet gepubliceerd onderzoeksrapport. Het zou een antwoord kunnen zijn op de vraag van de Urker vissers: hoe kan het dat Nederland ondanks alle maatregelen maar niet aan de voorwaarden kan voldoen? Volgens het LEI kloppen de berekeningen waarop Nederland zich in het verleden gebaseerd heeft niet en wijkt de vlootgrootte minder af van de Brusselse richtlijnen dan Faber denkt. Van Urks conclusie: ,,Nergens is zoveel gesaneerd als hier. Brussel beslist over ons en zonder ons, maar vooral tegen ons. Waarom moeten we vooroplopen?'' De sector heeft genoeg gedaan. Eindelijk was er rust. Dit is niet ons probleem, maar een zaak tussen Brussel en Nederland.''