Uit het lood

Reisverhalen als poststukken

De reiziger Dries van Agt, voormalig Commissaris der Koningin in Noord-Brabant en tussen 1977 en 1981 eerste minister van Nederland, heeft zijn belangrijkste buitenlandse ervaringen te boek gesteld in een aantal korte beschrijvingen die niet alleen de omvang van normale vakantiebrieven hebben, maar ook met een gezellige toeristische toon die niet dadelijk aan een politicus doet denken. Ze staan in de bundel Kraanvogels die is geïllustreerd door Van Agts zoon Frans en uitgegeven door Thomas Rap.

De teksten van de oud-premier laten zich lezen als de vriendelijke brieven van een vakantieganger, waarbij zijn bezigheden in staatsdienst – en later als ambassadeur van de Europese Unie in Japan – slechts zeer zijdelings ter sprake komen. Zoon en illustrator Frans vergezelde de auteur toen enkele jaren geleden het veertigste huwelijksjaar van Van Agt en zijn echtgenote werd opgeluisterd met een korte safarireis naar Tanzania, met de kinderen en de kleinkinderen. Daar ontmoette hij leden van de Masai-stam: `Toch bekroop mij steeds sterker de gedachte dat het veelal ging om gekostumeerde lieden die de routes opzochten waarover de toeristen kwamen en gingen, in de hoop op wat grijpstuivers voor het poseren voor begerige camera's'.

Niet alleen de safariverslagen van de CDA-coryfee zijn sterk toeristisch gekleurd, ook diplomatieke activiteiten en gezellig tijdverdrijf, zoals een officiële visite aan Indonesië: `Eugenie en ik gingen daar in april 1980 op officieel bezoek, samen met de Van der Klaauws en een bescheiden escorte van medewerkers.' Minister van buitenlandse zaken Van der Klaauw en zijn echtgenote waren ook aanwezig bij het eerste bezoek dat een Nederlandse premier aan communistisch China bracht en waar Van Agt op wel erg veel schelpdieren werd getrakteerd, mat alle gevolgen van dien: `Mijn lijf maakte amok en brak alle sluizen open.'

Schrijversbrieven populair

Schrijversbrieven worden voor steeds meer geld verkocht. Vorige week werden veertig brieven en ansichtkaarten van de dichteres M. Vasalis aan Gerard Reve voor 8000 gulden verkocht door het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper. Een twintigtal brieven van Godfried Bomans ging voor 17.000 gulden, meer dan het tienvoudige van de richtprijs, van de hand.

De markt voor brieven, manuscripten en andere handschriften groeit in Nederland al jaren, zegt Jeffrey Bosch van Bubb Kuyper. ``De moderne verzamelaar heeft veel minder schroom bij het kopen van privé-zaken van schrijvers dan vroeger. Iemand die werk van een auteur verzamelt, wil er nu graag een egodocument bij, iets waar het handschrift op staat.'' Zo werden brieven van A.F.Th. van der Heijden, Willem Kloos, Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt verkocht voor bedragen tussen de 110 en 1200 gulden. Bosch: ``De opbrengst wordt bepaald door het belang van de schrijver, de inhoud en de vraag hoeveel verzamelaars er zijn.''

Voor de brieven van de vorig jaar overleden M. Vasalis aan Reve waren er genoeg liefhebbers: ze werden uiteindelijk aangeschaft door een Belgische verzamelaar. Vasalis was zich bewust van het lot dat haar brieven zou wachten, zo blijkt uit een van de brieven. `Jan, die deze brief op z'n bureau vond & las zegt dat ik hem 1. niet versturen moet. 2. dat jij hem moet verscheuren, verbranden of bakken & opkauwen (...) Want bedenk zegt hij, dat alles wat bij jou (Gerard) terecht komt een document wordt.' Vasalis, die de publiciteit altijd heeft geschuwd, toont zich in 1983 zeer bezorgd over de aanstaande uitreiking van de P.C Hooftprijs, waar ze een dankwoord moet uitspreken. `Ik zou niet weten waar te beginnen en waar te eindigen. Of ik zou, direct na de aanhef een toeval op het podium kunnen krijgen: dat heb ik vaak geoefend & voorgedaan aan mensen, die in de Arbeids-Dienst moesten of vluchtelingen die een verblijfspapier moesten hebben.' In een brief uit 1966 schrijft ze over drank: `Matigen is niet alleen moeilijk, maar m.i. ook stuitend (...) Het leven is überhaupt niet goed voor de gezondheid, en gelukkig maar, want anders zouden we er nooit, nooit van verlost worden.'

De negentien geveilde brieven van en aan Godfried Bomans werden in 1946 en 1947 geschreven en gaan over collaboratie van Nederlanders tijdens de Duitse bezetting. Zo schrijft Bomans aan de katholieke auteur Albert Kuyle: `Bij een talent als het uwe is het geenszins uitgesloten over de naastenliefde van anderen op stichtende wijze te schrijven en daarbij zelf in de beoefening van deze cardinale deugd ernstig in gebreke geweest te zijn. (...) Waar bleef uw verontwaardiging toen millioenen (...) werden uitgehongerd, doodgeranseld en vergast?'

Kleine uitgeverspresenteren nieuwe boeken

De kleine uitgevers van Nederland beleven de drukste week van het jaar. Zondag vindt in het Amsterdamse Paradiso de 22e Beurs van kleine uitgevers plaats, voor de bescheiden boekmakers het meest geëigende moment om hun nieuwe uitgaven in de openbaarheid te brengen.

Zo spant Uitgeverij IJzer zich de afgelopen maand in om de uitgave van De zondag des levens, af te krijgen. De uitgever prijst het boek al citerend aan als de mooiste roman van Raymond Queneau: `Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef alles met zich mee wat nodig was om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw'.

De jubilerende uitgeverij Reservaat komt behalve met de brieven van dominee J.P. Hasebroek aan E.J. Potgieter (zie de bespreking op pagina 7) met afbeeldingen van de kunstwerken van Louis Paul Boon, naar wiens colums de uitgeverij bij de oprichting tien jaar geleden werd vernoemd. In het boekje zijn ook enkele Boontjes opgenomen die over de kunstwerken gaan.

De Kleine Uitgeverij, nieuw op de beurs, presenteerde dit najaar Helhond, het debuut van M. Fecyn en het eerste deel van een trilogie over `de kille werkelijkheid anno nu'. Voor de Fecyn-fans is er bovendien goed nieuws: andere titels van dezelfde schrijver zullen met Voskuilse regelmaat verschijnen op 1 mei 2000, 1 oktober 2000 en 1 september 2001.