Turkije: Europa helpt ons verder

Turkije wordt kandidaatlid van de Europese Unie. Voor de Turken was een andere uitkomst van de top in Helsinki niet denkbaar.

Hij was een roepende in de woestijn. Deze week liet staatsminister Çay van Turkse Zaken, lid van de extreem nationalistische MHP, weten dat de broedervolkeren in Centraal-Azië net zo belangrijk zijn voor Turkije als Europa. Zijn opmerking werd met hoongelach ontvangen: met het kandidaatlidmaatschap van de Europese Unie voor de deur is de grote Turkse droom door velen allang weer vergeten. De toekomst van Turkije ligt in Brussel, zo is de algemene opvatting, en niet in Baku.

Het is moeilijk in Turkije om groepen of partijen te vinden die faliekant tegen EU-lidmaatschap. Vergeten is de `schandelijke' top van Luxemburg (1997), toen de EU-landen zich voor het karretje van Griekenland lieten spannen en het Turkse gevoel van eigenwaarde zwaar werd gekwetst.

Dit weekeinde in Helsinki loopt het anders, zo vertelden tv-commentatoren gisteravond al. De `groten' (Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië) willen dat Turkije kandidaat wordt. Zweden was tegen wegens de problemen met de mensenrechten, maar heeft zijn verzet opgegeven. En dus was alleen aartsvijand Griekenland een onzekere factor. Maar het Athene van nu is ook dat van 1997 niet meer. De gehate Pangalos, die Turken ooit dieven en verkrachters genoemd zou hebben, is als minister van Buitenlandse Zaken vervangen door Papandreou. Die verklaarde onlangs in Istanbul Grieks-Turkse toenadering als één van de hoofddoelen van zijn politieke leven te zien. Als Athene opnieuw dwars ligt, kan men dat verder wel vergeten, liet president Demirel eerder deze week fijntjes weten.

Alle organisaties en groepen in Turkije hebben hun eigen reden om hun land graag lid te zien worden. De werkgeversclub TÜSIAD onderstreept dat de EU de belangrijkste handelspartner van Turkije is. Kandidaatlidmaatschap zal die band versterken. Groeperingen voor mensenrechten zien het kandidaatlidmaatschap als stok achter de deur voor de regering om de wet beter na te leven en, bijvoorbeeld, ernst te maken met hervorming van het politieapparaat. Zelfs de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), Abdullah Öçalan, liet vanuit zijn cel weten een positief besluit te zullen toejuichen. De EU stelt strenge eisen aan de behandeling van minderheden en zeker nu de gewapende strijd van de PKK op een nederlaag is uitgelopen, rekent Öçalan erop dat `Brussel' het opneemt voor de rechten van de Koerden.

En zo stoelt het Turkse optimisme over de EU in feite op een ondergrond van diepe treurigheid. Want het enthousiasme voor `Brussel' is de logische pendant van het diepe wantrouwen van veel Turken ten opzichte van de eigen staat. Onze eigen politici zijn er niet in geslaagd de problemen van Turkije op te lossen, zeggen mensen op straat, en dus moet `Europa' zich er maar tegenaan gaan bemoeien. Voor de weinigen die het nog niet wisten bewees de zware aardbeving van augustus, toen de autoriteiten in de eerste dagen na de ramp niet in staat bleken om zelfs de meest elementaire vormen van hulp te verlenen, dat je van de Turkse staat niet al te veel hoeft te verwachten. In het beste geval laat de staat je met rust, zeiden cynici, in het ergste geval is hij je grootste vijand.

Als Turkije straks bij `Europa' hoort, zal dat allemaal veranderen, zo hopen velen. Voor de grootste optimisten zijn dan zelfs de problemen met Griekenland in een mum van tijd opgelost. Het dagblad Sabah stak gisteren zwartkijkers een hart onder de riem. Op een kleurenfoto hielden Miss Turkije, Miss Cyprus en Miss Griekenland innig elkaars hand vast. ,,Als wij goed met elkaar kunnen opschieten, moeten onze vaders dat ook kunnen'', lieten de dames weten.