't Hart en Schopenhauer

Maarten 't Hart schreef in het CS (5 nov 1999) de Bijbelcolumn met de belangwekkende titel `Uitverkorenen'. Hij heeft veertig jaar geleden aan zijn geestelijk voorganger om opheldering verzocht over de tegenstrijdigheid tussen enerzijds de vergelding naar daden en anderzijds de rechtvaardiging door het geloof alleen. De voorganger antwoordde met een sluw woordenspelletje: met daad werd bedoeld een geloofsdaad. Maarten 't Hart is hier na veertig jaar nog steeds woedend over. Hij is dus reeds veertig jaar het slachtoffer van het antwoord van de geestelijke. Hij zou de voorganger alsnog dolgraag aan stukken willen scheuren, wellicht middels zijn artikel? Het doet denken aan Schopenhauer: de wereld is de hel, de mens is tegelijk slachtoffer en duivel (in dit geval wraak middels een openbaar artikel). Of is Schopenhauer misschien te somber?