Schröder heeft geleerd van zijn fouten

Het was een rumoerig jaar, het eerste ambtsjaar van kanselier Schröder. Op het schild geheven als stemmentrekker, kalfde zijn imago al snel af na de breuk in de Männerfreundschaft met minister van Financiën en partijvoorzitter Lafontaine. De laatste had zichzelf uitverkoren als waakhond van links bij het beleid van een regeringschef die om electorale redenen weliswaar het politieke leiderschap was gegund, maar die door menige partijganger als een Fremdkörper werd beschouwd. Op haar Berlijnse congres deze week heeft de SPD Schröder alsnog in de armen gesloten. Van Lafontaine werd niets meer vernomen. Diens recente boek, dat hem de kans op terugkeer had moeten verschaffen, is uitgepakt als een boemerang. Voor wie het eigen nest bevuilt, blijft het nest voortaan gesloten. De kanselier noemde in zijn congresrede Lafontaine's abrupte vertrek dit voorjaar uit regering en partijbestuur droogjes ,,niet acceptabel''.

Wat precies de oorzaken zijn van Schröders nieuwe populariteit bij het partijvolk laat zich raden, of het moet de harde werkelijkheid zijn van een reeks van tegenslagen in recente deelstaatverkiezingen. De zware teleurstelling over een zo snel omgeslagen publieke opinie doet de kameraden samendrommen rondom een leider voor wie geen alternatief bestaat. Op de top weet de kanselier zich, dankzij enige verschuivingen in de personele bezetting van na Lafontaines vertrek, omringd door getrouwen en een enkele in zijn ambities al eerder gefrustreerde. Van hen valt geen gevaar te duchten. Met het oog op de komende Landdagverkiezingen in Rijnland-Westfalen, de lakmoesproef voor de in Berlijn regerende coalitie, dienen de gelederen gesloten te blijven. Daarvan is zelfs de grootste twijfelaar aan Schröders staatsmanschap overtuigd.

Dat de politiek eerder uit een keten van incidenten bestaat dan de vrucht is van een doorwrochte visie op langere termijn, blijkt eens temeer uit de Werdegang van de roodgroene coalitie. Nog aan het begin van de voorbije herfst toonde de kiezer een toenemend verlangen naar de terugkeer van Der Dicke in het Kanzleramt. Maar de afgelopen weken heeft de CDU zelf een einde gemaakt aan haar heiligverklaring van Helmut Kohl. De man moest toegeven dat hij het al die jaren niet zo nauw had genomen met de partijfinanciën. Hij kon niet uitsluiten dat hier en daar een wet was overtreden. De christen-democraten zijn nu hard doende zich van deze recordhouder in de Duitse geschiedenis te distantiëren. Het is alsof een gewezen sportheld zijn gouden medailles moet inleveren als gevolg van een verlaat dopingschandaal.

Voor de SPD is Kohls val een geschenk uit de hemel. ,,In plaats van de staatsfinanciën heeft de CDU slechts haar partijkas gesaneerd'', schamperde Schröder in Berlijn.

Een andere onverwachte gelegenheid om te schitteren was Schröders redding van de bouwonderneming Holzmann van een faillissement dat vele arbeidsplaatsen zou hebben gekost. Voor de theologen van de vrije markt was de ingreep een zoveelste bewijs dat de kanselier als het erop aankomt de liturgie naar zijn hand zet, maar in Duitsland wordt de manoeuvre gevierd als een nationaal reveil tegen de kwalijke gevolgen van de gewantrouwde `Angelsaksische' globalisering. Wie zich de commotie in Nederland over de ondergang van Fokker herinnert, moet begrip hebben voor dergelijke gevoelens. Schröder is zeker niet de enige politicus die bereid is van tijd tot tijd op de oude vertrouwde religie van de industriepolitiek terug te vallen. Bovendien had hij als premier van Nedersaksen ervaren hoe gunstig dit strooien met gemeenschapsgeld in de stembus kan uitpakken.

De `redding van Holzmann' kwam, zo vlak voor het partijcongres, als geroepen. Zij verschaft de holle frase van de Neue Mitte, Schröders geloofsartikel, de sociale scherpte die vooral de linkervleugel van de SPD tot dusver node had gemist. De klachten over de gezamenlijke verklaring van Schröder en Blair waarin beiden uitzicht probeerden te bieden op een nieuw type pragmatisch Europees socialisme, bleven in Berlijn verzwegen. De kanselier heeft met zijn ingreep aangegeven dat het midden moet worden begrepen als een lijn waarvan naar links of naar rechts mag worden afgeweken, al naar gelang de politieke behoefte van het moment. Links eigende zich de winst toe. Partijgenoten aan de rechterkant van de scheidslijn, Schröders feitelijke aanhang, konden zich niet veroorloven in opstand te komen, als zij daartoe al aandrang hadden gevoeld. De bijval, ook buiten de SPD, was daarvoor te groot.

Volgens Schröders critici in binnen- en buitenland was het een verloren jaar. En voor de gezondmaking van Duitslands overheidsfinanciën, economie en sociale verhoudingen gaat die kritiek ook wel enigszins op. Een spaarprogramma, dat deze kwalificatie verdient, moest wachten op het aantreden van Lafontaines opvolger Eichel die vervolgens nog even de ideologische obstakels moest opruimen, opgericht en achtergelaten door zijn voorganger.

Voor de kanselier zelf is het een jaar van moeizaam geleerde lessen geworden. Bij zijn aantreden zei zijn instinct hem dat de tijd rijp was voor meer nationale, Duitse politiek. Dat instinct zette de toon in de eerste maanden van het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie. Franse en Duitse woordvoerders loofden om het hardst de nieuwe helderheid, als correctie op wat als de Europees georiënteerde romantiek van het voorbije tijdperk-Kohl werd bijgezet. Het ging goed totdat de Duitsers het sacrament van Frankrijks agrarische politiek in discussie brachten. Haastig moesten de Duitse onderhandelaars retireren voor de Franse furie die daarop ontstond. Het zag er een aantal maanden naar uit dat de onderlinge verhouding zou blijven zoals zij was: een zelfbewust Frankrijk tegenover een Duitsland, nog steeds op zoek naar zijn plaats in het ene Europa.

Inmiddels heeft Schröder opnieuw ontdekt wat geen enkele politieke leider op den duur kan ontgaan: de pijlers van de macht staan binnen de eigen grenzen. Het belang van goede betrekkingen met andere landen, zeker met vertrouwde partners, kunnen moeilijk worden overschat. Maar de politiek begint in eigen land. Schröder, sinds juli bevrijd van de verplichtingen van het Europese voorzitterschap, is tot deze oude wijsheid teruggekeerd. Zijn partij lijkt dat te hebben begrepen. De kiezer zou haar daarin nog wel eens kunnen volgen. Holzmann staat voor meer dan een bouwbedrijf-in-moeilijkheden.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.