Patat met Romeinen

Nederlandse musea poetsen hun historische collecties op. Het moet leuker, spannender en interactiever worden.

,,Hier hebben we gekozen voor een meer dramatische opstelling'', zegt de conservator van het pas geopende museum Het Valkhof in Nijmegen. Hij kijkt op naar vijf enorme zwaarden die, de punt omlaag, aan draden in een vitrine zweven. Op de bodem van de kijkkast ligt een tekstbordje: een van de wapens is het veronderstelde `beulszwaard' waarmee de graven Egmond en Horne werden onthoofd.

Op de website van het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden staat een foto van een jongetje in Romeinse tuniek met Nikes eronder en een gettoblaster op zijn schouder. !Actie Romein! is een interactieve tentoonstelling. `Met echte voorwerpen, maar ook replica's, elektronische toeters en bellen, puzzels en spelletjes, verkleedpartijen en muziek.' `Coole pagina!!!!!!' schrijft Femke uit Deurne in het elektronisch gastenboek. En volgend jaar komt Asterix en Europa.

Bij een stoere herenfiets staat de conservator van het Amsterdams Historisch Museum. Vanaf maandag presenteert dat museum zijn nieuwe inrichting, waarvan de fiets onderdeel is. De bezoeker die daar straks op gaat zitten, start een filmpje en fietst dan over de Nassaukade van een eeuw geleden. Zodra hij de fietsbel laat rinkelen, verandert het beeld in dat van de Nassaukade nu. ,,Klein grapje'', zegt hij.

In heel Nederland wordt het verleden verzaagd, vertimmerd en opnieuw in de lak gezet. Je kunt geen historisch museum binnenwandelen of het is net nieuw, wordt net heringericht of er liggen plannen in een vergevorderd stadium. Tien jaar Deltaplan – een grootschalige `reddingsoperatie' van de rijksoverheid – heeft veel achterstallig onderhoud bij met name de grotere musea weggewerkt en verbouwingen mogelijk gemaakt. Musea hebben bovendien de weg gevonden naar Europese subsidiepotten en sponsoring door het bedrijfsleven. En dus worden diverse karakteristieke gebouwen voorzien van een opvallende entree, bij voorkeur van uitnodigend glas. Of er wordt een heel nieuw gebouw neergezet, zoals Het Valkhof, dat voortkwam uit de Commanderie van St. Jan en het Archeologisch museum in Nijmegen, en dat in september openging.

Al die fysieke verandering geeft de musea de gelegenheid – dwingt ze soms – na te denken over de manier waarop zij de geschiedenis willen presenteren. De laatste herinrichting dateert meestal van de jaren zeventig en voldoet niet meer aan de eisen van een hedendaags publiek, aldus de conservatoren. ,,De tijd van de vitrine met het uitlegbordje ligt achter ons'', zegt Renée Magendans, directeur van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, beslist. En of het nu op de coole manier van Leiden moet, of even sober als Het Valkhof, dàt er iets veranderen moet, vinden ze allemaal.

Het Catharijneconvent in Utrecht, het museum voor christelijke cultuur in Nederland, heeft de verbouwing vrijwel achter de rug. De hoofdingang is verplaatst van Nieuwegracht naar Lange Nieuwstraat, waardoor het voormalige klooster nadrukkelijker deel uitmaakt van het Museumkwartier, waartoe ook het onlangs heropende Centraal Museum behoort. De volgende stap is de herinrichting van het hele museum. Tanja Kootte, conservator Reformatie: ,,Nu volgen we strikt nog de chronologische ontwikkeling, maar die zal plaatsmaken voor een benadering waarbij `het verhaal' centraal staat. We zoeken dan objecten bij een thema in plaats van bij een periode.'' Er komt een zaal voor `het leven na de dood'. In de refter komt `Christus als beeldverhaal'. Voorheen presenteerde het Catharijneconvent zich als museum voor religieuze kunst, nu wordt het een cultuurhistorisch museum, met als leidraad voor de hele collectie `de spanning en de wisselwerking tussen het instituut `kerk' en de individuele geloofsbeleving'.

Scheepsmodellen

Zolang er nog geen Nationaal Historisch Museum bestaat, is de afdeling Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum in Amsterdam de meest prestigieuze plek voor het vaderlandse verleden. Zij begint met de Opstand en eindigt met de verzuiling. Schilderijen, scheepsmodellen, maquettes en andere voorwerpen leiden de bezoeker van 1648 naar 1940, waarbij vooral Republiek, VOC en Oranje goed zijn vertegenwoordigd. Summiere teksten bieden informatie per periode, elektronische informatie is schaars. Een tamelijk conventionele presentatie, en dat terwijl de afdeling precies een jaar geleden werd heropend.

Inhoudelijke vernieuwingsplannen werden hier doorkruist door het aantreden van directeur Ronald de Leeuw en diens grootscheepse reorganisatieplannen voor het Rijksmuseum. Kunst en geschiedenis, gescheiden sinds eind jaren twintig, zullen volgens deze plannen weer worden geïntegreerd. De Nederlandse geschiedenis zal, aldus Peter Sigmond, hoofd van de afdeling, kunnen worden getoond aan de hand van schutterstukken en andere doeken die nu elders in het museum hangen wegens hun kunsthistorische waarde.

Net als het Catharijneconvent zal het Rijksmuseum de geschiedenisles vervangen door het vertellen van verhalen aan de hand van fraaie objecten. Al zal Sigmond ook in de toekomstige presentatie blijven vasthouden aan de chronologie. ,,Ik kies liever andere breukvlakken dan eeuwen, maar de geschiedenis moet langs een tijdslijn, juist dat besef van continuïteit vind ik essentieel.''

Andere conservatoren hebben de tijdslijn juist losgelaten. In de architectuur van de musea is de dwingende route van zaal naar zaal vervangen door `open constructies', waardoor je van de prehistorie via de Romeinen naar de zeventiende eeuw kunt kijken (Valkhof) of het is mogelijk twee verdiepingen naar beneden te kijken om vanaf het onderdeel `Schiphol', langs de verdieping met de themazalen `groei van de stad' en `bevolking' de elektronische kaart van de stad te zien (Amsterdams Historisch).

Chronologie – daar kan het publiek van nu niks meer mee, is de algemene overtuiging. Magendans van het Rijksmuseum van Oudheden noemt de tentoonstelling Mummies! als voorbeeld: ,,Je kunt het publiek niet uitleggen dat iemand in 2300 voor Christus werd gemummificeerd. Ze hebben geen tijdsbesef. Hun opa en oma zijn oud, dan had je nog de Tweede Wereldoorlog, maar daarachter wordt het vaag.'' Dus is de tentoonstelling een thriller geworden, met als leidraad: zijn mummies nou mensen of griezels? Aan het eind ervan kun je aan de gemummificeerde farao een brief schrijven met je eigen naam eronder, die dan in hiërogliefen wordt uitgeprint.

Aan historische kennis zal de conservator niet meer appelleren. ,,Je kunt er niet langer van uitgaan dat jongeren weten wie Jezus is'', zegt Tanja Kootte van het Catharijneconvent. Vroeger maakte het Archeologisch Museum in Nijmegen de onderverdeling Vroeg-Romeinse tijd, Midden-Romeinse tijd, Laat-Romeinse tijd. Nu heeft Het Valkhof één ruimte met: de Romeinse Tijd. ,,En dan hebben we nog geluk dat de Romeinen herkenbaar zijn'', zegt archeologie-conservator Louis Swinkels. ,,Dankzij Asterix.''

Geen van de conservatoren waagt zich aan een sneer richting onderwijs, geen klacht komt over hun lippen. Kootte: ,,Ik zie het als een uitdaging, voor schoolkinderen kun je een wereld open laten gaan. Historische musea worden hierdoor alleen maar belangrijker.'' De presentatie van het Catharijneconvent wordt gelaagd: de directe informatie is beperkt en richt zich op jongeren, wie meer wil weten kan terecht bij multimedia-voorzieningen. Sigmond: ,,Ik heb les gehad met een jaartallenboekje erbij, nu ligt het accent op andere dingen en dat kan ook waardevol zijn. Bovendien was de feitenkennis vroeger dan wel groter, maar het bezoek beperkter.''

Hoe dubbelzinnig is de slogan van het vernieuwde Amsterdams Historisch Museum: `Je weet niet wat je ziet'?

Vereenvoudiging van de presentatie heeft soms grote gevolgen. In het Valkhof hebben ze 200.000 jaar geschiedenis in het depot gelaten. ,,De jagersverzamelcultuur hebben we maar helemaal laten vallen'', zegt Swinkels. ,,Dat werd een complicerend element in de opstelling. Daar zou je te veel omheen moeten vertellen.'' Een geoefend oog ziet meteen waar het om gaat, de doorsnee-bezoeker ziet alleen een plank vol vuursteentjes. In de huidige opstelling begint de prehistorie met de boerengemeenschappen van een paar duizend jaar voor Christus.

Ambities

Het verleden is te saai geworden om het aan de verbeelding van de bezoeker over te laten. En probeer hem vooral geen geschiedenisles te geven, want dan kun je net zo goed meteen de deuren sluiten. Maar zou juist een museum niet moeten proberen iets te doen aan het tanend historisch besef? Is het overdragen van kennis niet het doel van een historische collectie?

Nee. ,,De bezoekers een bepaalde sensatie geven'', beschouwt Swinkels als zijn doel. ,,Van `wat ik nou toch gezien heb'. Een reactie uitlokken.'' Een reactie - zo murw is de moderne bezoeker door alle prikkels uit het dagelijks leven, dat musea op niet méér durven hopen dan op `een' reactie van hun publiek. ,,Ze moeten een leuke middag hebben'', zegt Sigmond van het Rijksmuseum, ,,dat vind ik belangrijker dan dat ze iets leren. In het ideale geval weten we nieuwsgierigheid op te wekken en pakken ze thuis een boek om uit te zoeken hoe het echt zit.'' Na drie kwartier à een uur moet de argeloze Nederlander of geïnteresseerde Amerikaan weer buiten kunnen staan en ,,een beetje snappen waarom Nederland er uitziet zoals het eruit ziet''.

Niet de liefhebber, maar de passant is de norm. ,,We zijn in Leiden van de aanbodzijde naar de vraagzijde gegaan'', zo vat Renée Magendans het samen. ,,Het museum van vroeger was van hoge kwaliteit, prachtige collectie, mooie tentoonstellingen. Voor archeologen kan het heel interessant zijn om alles te weten over de plooival in de gewaden van Griekse figuren op Attische zwartfigurige vazen. Maar een doorsnee-bezoeker zegt dan GAA-AAAP! Nu vragen we `wat wilt u van onze collectie weten?'''

Lees het elektronisch gastenboek maar na. Reactie op de tentoonstelling Mummies!: ,,Hallo, Wij moeten een werkstuk maken voor het vak Algemene Natuur Wetenschappen, over het ontleden van de mummie Sensaos. Wij zouden graag wat meer informatie willen hebben over het gebruik van de speciale CT-scan de Tomoscan AV Expander. We willen ook graag weten hoe het mogelijk is, dat het aankleden van de schedel met spieren en huid zo correct mogelijk gebeurt. We zouden het op prijs stellen als U zo snel mogelijk antwoordt, vanwege de uiterlijke inleverdatum.'

,,Het publiek is pas geïnteresseerd als het denkt dat het er iets mee kan'', zegt Magendans.

Ridders

Hoe lokken de musea deze snel-verveelde passant binnen? Sommige voeren de prikkels op. Het vernieuwde Verzetsmuseum in Amsterdam is die weg opgegaan. De ontwerpers van het Amsterdamse tentoonstellingsbureau Ars Longa hebben het onderscheid tussen originele stukken uit de collectie en nagebouwde replica's vaag gelaten, beide staan in dienst van een opstelling die vooral een sfeer moet oproepen. En ook hier geldt: weinig tekst en uitleg, veel aanraak- en doe-dingen. In Leiden idem dito: !Actie Romein! is een hands on tentoonstelling: kinderen kunnen helmen opzetten, harnassen aantrekken, leren schrijven op een wastafeltje, vermenigvuldigen met Romeinse cijfers, zonder nul.

Op de zolder van het Amsterdams Historische Museum is het café van Bet van Beeren nagemaakt. Dat was op de Zeedijk een van de eerste plaatsen waar homo's in Amsterdam elkaar ontmoetten. En voor wie dáárin niet is geïnteresseerd is het gewoon een echt Amsterdams café. ,,Je balanceert soms op de grens van toegankelijk maken en quasi-herbeleven'', zegt Wim de Bell.

Houvast zoeken in de belevingswereld van de bezoeker, een link leggen tussen verleden en heden – dat is een andere, veelgebruikte mogelijkheid om reacties los te krijgen van het publiek. Hoe was het om een Romeins jongetje te zijn? Hoe was het om toen naar school te gaan? Het Rijkmuseum voor Oudheden in Leiden lokt jonge bezoekers niet meer met posters met daarop een oude vaas, maar met rollerskates erop, of een zak patat. En dan hopen ze dat degene die daadwerkelijk komt, bínnen begrijpt dat de Romeinen nog geen patat hadden en ook geen skates.

Bij de vernieuwing van het Verzetsmuseum in Amsterdam is even nagedacht over een omgekeerde manier om die vijftig, zestig jaar te overbruggen. Ars Longa wilde een gang maken met gebruiksvoorwerpen uit het heden – een walkman, een computer, een auto, skates, een spijkerbroek, een furby. Alle bezoekers van de tentoonstelling zouden eerst door die gang heen moeten, zodat ze zouden beseffen dat die dingen er allemaal niet waren in de tijd waarover zij nu iets te zien krijgen. Die gang is er niet gekomen.

Het Verzetsmuseum legt nu op een andere manier de link tussen heden en verleden. De bezoeker leert niet alleen over de geschiedenis, maar leert vooral van de geschiedenis. De opstelling eindigt bij een tv met beelden van nu, over rassendiscriminatie – alsof we daar bij de kern zijn gekomen van het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog. Alsof het verzet eigenlijk een Anne Frankstichting avant la lettre was.