Op blote voeten zonder groeten

In de toptien van bizarre bijbelvertellingen scoort `de uitzending van de zeventig' hoog. Het verhaal is te vinden in Lucas 10 vers 1 tot 20. Flarden ervan tref je ook aan in het evangelie van Mattheüs.

Waar het op neerkomt is dat Jezus een aantal discipelen op pad stuurt `naar alle steden en plaatsen waar hij zelf komen zou'. Ze krijgen het bevel om in die steden de zieken te genezen en aldaar aan te kondigen dat het Koninkrijk Gods nabij is gekomen. Vergelijk je de flarden bij Mattheüs met de veel meer uitgewerkte versie van deze geschiedenis bij Lucas, dan valt dadelijk op dat Jezus bij eerstgenoemde evangelist z'n vertrouwde twaalf discipelen op pad stuurt. Lucas vertelt evenwel dat hij maar liefst zeventig mensen – misschien zelfs tweeënzeventig mensen – twee aan twee de steden in stuurt. Waar haalde Jezus opeens zo'n massa extra discipelen vandaan? Het kunnen niet gewoon jongens van de vlakte zijn geweest. Ze blijken namelijk allemaal toegerust met het vermogen zieken te genezen. Door Mattheüs wordt zelfs achteloos meegedeeld dat de uitgezondenen macht krijgen `over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen'. Verderop krijgen ze bovendien het bevel: ,,Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit.'' Blijkbaar was dat indertijd nog een vrij alledaagse aangelegenheid. Je ging twee aan twee op stap `om doden op te wekken'.

Waar ik als kind hevig op heb zitten studeren is de tekst: ,,Draagt geen beurs of reiszak of sandalen en groet niemand onderweg''. Mij leek het reuze lastig om geen portemonnee bij je te hebben. En het leek me vreselijk dat je de hele reis op blote voeten moest lopen. Ook leek het me afschuwelijk dat je onderweg niemand mocht groeten. Merkwaardig vond ik dat meteen na het bevel `groet niemand onderweg', de woorden volgen: ,,Welk huis gij ook binnentreedt, zegt eerst: Vrede zij dezen huize.'' Je mocht niet groeten, maar als je ergens binnenging moest je zeggen `vrede zij dezen huize'. Was dat dan geen groet? Ik begreep er niets van. Meteen na `vrede zij dezen huize' volgde een nog ondoorgrondelijker tekst: ,,En indien daar een zoon des vredes is, dan zal uw vrede op hem rusten, maar zo niet, dan zal hij tot u terugkeren''. Nu kan ik mij daar wel iets bij voorstellen, maar lichtelijk bizar blijft het. Bij gebrek aan een zoon des vredes, retourneert de vrede.

Of die vrede overigens wel of niet terugkeert, maakt verder blijkbaar niet uit, want Jezus vervolgt zijn betoog met de mededeling: ,,Blijft in dat huis, eet en drinkt wat men u geeft, want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere.'' Vanwaar opeens die bizarre woorden: want de arbeider is zijn loon waard? Hebben de (tweeën)zeventig onderweg ergens in loondienst gewerkt? Maar waar dan, en bij wie dan? Maar zo vroeg ik mij als kind af: hoe kun je ooit ergens werk krijgen als je er barrevoets aankomt en het je niet toegestaan is om iemand te groeten.

Elke tekst die volgt maakt het verhaal evenwel raadselachtiger. Na het bevel `blijft in dat huis' volgen de woorden `en als gij in een stad komt waar men u ontvangt, eet wat u wordt voorgezet'. Ik vond dat indertijd zo eigenaardig. Je moest in een huis blijven en in de volgende tekst is er weer sprake van een stad waar men naar toe gaat. Waren de discipelen dan toch niet in dat huis gebleven? Ik huiverde bij de tekst: `Eet wat u wordt voorgezet'. Stel nu dat je die enge kolokwinten uit 2 Koningen 4 vers 39 voorgezet zou krijgen.

,,Maar als gij in een stad komt'', zegt Jezus, ,,waar men u niet ontvangt, gaat naar buiten op uw straten en zegt: Ook het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, wissen wij af tegen u.'' Van dat laatste, die twee woordjes `tegen u' snapte ik ook niets. Betekende het dat je het stof van je blote voeten moest afwissen aan de inwoners van zo'n ongastvrije stad. Maar ja, was het nou zo vreemd dat die inwoners ongastvrij bleken? Ze werden niet eens gegroet door dat rare tweetal dat barrevoets rondbanjerde en huizen binnenging om voedsel van borden te grissen.

Mij lijkt nu duidelijk wat ik als kind niet begreep. Kennelijk worden de discipelen er, zo armzalig mogelijk uitgedost, incognito op uit gestuurd om in diverse steden onder andere de horeca uit te proberen. Blijkbaar valt de gastvrijheid in al die steden waar ze als verspieders op blote voeten zonder groeten doorheen zijn getrokken erg tegen, want Jezus kaffert in het vervolg van het verhaal een aantal steden hevig uit.

Nadat Jezus zo heftig tegen die steden is uitgevaren, is het weer heel bevreemdend om te lezen: ,,En de (tweeën)zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam.'' Het uiterst bizarre antwoord dat Jezus daarop geeft luidt als volgt: ,,Ik zag den satan als een bliksem uit de hemel vallen.'' Vond ik als kind ook reuze vreemd. Indertijd dacht ik: als de satan toen zo'n vreselijke doodsmak gemaakt heeft, waarom is hij dan toch nog steeds zo gevaarlijk?

Na die wonderlijke opmerking over de satan zegt Jezus: ,,Zie, ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden.'' Gelet op het feit dat de discipelen voor ze weggingen eerst te horen hadden gekregen dat ze blootsvoets moesten gaan, is dat reuze aardig. Maar toch ook vrij inefficiënt. Sta je je volgelingen toe om een paar stevige schoenen aan te trekken, dan hoef je ze niet toe te rusten met de macht om op slangen en schorpioenen te treden. Bovendien is het bepaald onachtzaam van Jezus om pas achteraf mee te delen dat de ongeschoeide discipelen als dat zo uitkwam rustig een slang of een schorpioen hadden kunnen vertreden.

Misschien wordt het verhaal (per ongeluk?) niet in chronologische volgorde verteld. Misschien had eerst die mededeling moeten volgen over de terugkeer van de 72. Vervolgens had de evangelist dan iets moeten zeggen over het feit dat de discipelen allerminst tevreden waren over de steden waar zij undercover doorheen waren getrokken, waarna het logisch zou zijn geweest dat Jezus zo enorm heftig tegen die steden te keer gaat. In ieder geval is er duidelijk geen follow up. Hoewel de discipelen alvast vooruitgaan naar de steden `waar Hij zelf komen zou' wordt niet verhaald dat Jezus zich vervolgens inderdaad zelf naar die steden begeeft. De meest waarschijnlijke interpretatie van dit bizarre verhaal blijft dus: de discipelen trekken, vermomd als zwervers, door diverse steden. Op grond van hun bevindingen besluit Jezus vervolgens, ofschoon de onreine geesten in die steden lik op stuk hebben gekregen, en de satan als gevolg daarvan als een bliksem uit de hemel smakte, dat hij die steden maar beter kan mijden. Iets anders kan ik er in ieder geval niet van maken.