Onderzoek EZ stroomnet

Minister Jorritsma (Economische Zaken) gaat onderzoeken hoe de overheid de zeggenschap kan verwerven over het Nederlandse elektriciteitsnet. Eén van de opties is een zogenoemde `golden share'-formule, waarbij de overheid met één aandeel in het net de ultieme zeggenschap behoudt.

Het onderzoek van Jorritsma vindt plaats in opdracht van de Tweede Kamer, die wil dat de minister een aantal alternatieven doorrekent over hoe de overheid aan een meerderheidsbelang in het elektriciteitsnet kan komen. Dat bleek gisteren bij een debat over de zogenoemde bakstenen, de onrendabele contracten uit het verleden. Volgens de commissie-Herkströter, die onlangs advies uitbracht over de verdeling van de niet-rendabele contracten uit het verleden, kan de overheid alleen tegen marktprijzen een aandeel verwerven in netwerkbeheerder Tennet.

De overheid is er altijd vanuit gegaan een minimaal benodigde meerderheid (50 procent van de aandelen plus één extra) te krijgen in ruil voor een bijdrage in het afkopen van de onrendabele contracten. Herkströter besliste echter dat de overheid niet hoeft mee te betalen aan de zogenoemde importcontracten en slechts opdraait voor de projecten stadsverwarming en kolenvergasser Demkolec. Daarmee vervalt de basis voor een uitruil tussen bakstenen en een belang in Tennet.

Jorritsma geeft er de voorkeur aan helemaal geen geld uit te geven aan een overheidsaandeel in Tennet. De waarde van het net wordt door de sector geschat op 2,7 miljard gulden, en Jorritsma wil het geld liever ,,aan andere dingen uitgeven''. Zij wil in plaats daarvan de toezichthouder voor de elektriciteit, de DTe, meer armslag geven en eventueel via wetswijzigingen regelen dat afnemers van elektriciteit leveringsgaranties krijgen.

Een meerderheid van de Tweede Kamer voelt daar helemaal niets voor. Het CDA wil dat de overheid 100 procent van het netwerk in handen krijgt. De PvdA sluit zich hierbij aan. VVD-woordvoerder Voûte wil dat de sector accepteert dat de overheid TenneT deels in handen wil hebben. Net als Jorritsma vindt zij echter dat het overheidsaandeel van tijdelijke aard moet zijn.