Muziekdagen vol gebalde energie

Waar bevindt zich de ziel van de pianist? Dat vroeg Cornelis de Bondt zich af als inleiding op zijn Grand Hotel (1985-88) uit de cyclus Het Gebroken Oor, gisteren uitgevoerd tijdens het openingsconcert van de Nederlandse Muziekdagen in Utrecht. Bevindt de ziel zich in zijn instrument? In dat geval was ze aanwezig op een door de computer aangestuurde vleugel. Ik verkies echter de lijfelijke aanwezigheid van Gerard Bouwhuis, want het is spannend om te zien hoe hij zijn keuzes maakt waartoe de overvolle compositie hem toe dwingt. Alles uitvoeren is fysiek onmogelijk.

Grand Hotel, waarvan de titel verwijst naar de vergane glorie van de tonaliteit, is geïnspireerd op Beethovens laatste pianosonate opus 111, heroïsch in zijn opening, speels in het vervolg met ratelende toonladders en lyrisch verknipt in de analyse van het tweede deel uit de sonate.

Programmeur Jan van Vlijmen koos voor concentratie, voor stukken met een gebalde energie, krachtig en hoogstpersoonlijk, zoals van Jan Boerman en Jan van de Putte. Zij zijn hun eigen weg gegaan, onbeïnvloed door welke mode ook.

Over de ziel van Boermans Vocalise 1994 hoeft geen misverstand te bestaan: die schuilt in Schönbergs Farben uit de Fünf Orchesterstücke op. 16, een experiment in klankkleurmelodiek. Boermans plaatst het slot uit dat werk aan het begin van zijn compositie en het begin aan het slot en citeert ook nog uit het midden. Het werk ontstond uit improvisaties over Schönbergs befaamde vijftonig akkoord en alhoewel dat merkteken slechts enkele malen opduikt, drukt het wel degelijk onderhuids zijn stempel op de gehele compositie.

Met Vocalise-voorstudie had Boerman zich in 1976 voor het eerst gewaagd aan het experiment voor tape met levende klank, in dit geval een sopraansolo. In de definitieve, sterk afwijkende versie, staat alles op de band: schitterende synthetiserende sterke `levende' elektronische muziek.

Waar de ziel van Jan van de Putte's Dans le coin voor viool en elektronica (1999) zich bevond viel evenmin moeilijk te raden: ver weg op de band in een nauwelijks hoorbaar zacht fluisterend ingesproken tekst. Uit geroezemoes groeit de muziek steeds sneller en hoger. Dan pas begint de viool, eerst nauwelijks hoorbaar, ook al fluisterend aan zijn betoog en ontspint zich een duet tussen eenzame, elkaar aftastende viool- en pianoklanken. Als de muziek hartstochtelijker wordt, nemen ook wij er hoestend aan deel, want als het ware namens het publiek vormt een hoester een uitgecomponeerd onderdeel van het stuk. Adembenemend legde violiste Marijke van Koten heel haar ziel en zaligheid in Van Putte's zowel broze als inkervende klankspinsels. Met Boerman heeft Van Putte gemeen dat hij met minieme middelen spanning weet te houden over een geweldige lengte.

De Muziekdagen brengen nog meer werken van Van de Putte en culmineren zondag in de concertante uitvoeringen van twee `gebalde' opera's: Theo Loevendie's Gassir the Hero en Ton de Leeuws Antigone.

Nederlandse Muziekdagen 1999. Gehoord: 9/12 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Voortzetting t/m 12/12.