Japan wordt paradijs voor mobiel zakendoen

Japan heeft de toekomst op de wereldmarkt voor het elektronisch zakendoen. Binnen tien jaar zal het land volgens analisten zijn Europese en Amerikaanse concurrenten in deze sector volledig naar het tweede plan hebben verwezen.

Het is wennen. Amerika, dat volgens waarnemers een nieuw toppunt van macht heeft bereikt en waar op het ogenblik eigenlijk alles de verwachtingen overtreft, ligt volgens IT-specialisten als Forrester en Durlacher twee jaar achter op Europa waar het gaat om mobiele telefonie.

En Europa, waar fabrikanten als Nokia en Ericsson schijnbaar onaantastbare posities hebben verworven op de markt van mobiele telefoons en telecombedrijf Vodafone Airtouch zijn hand niet omdraait voor het grootste vijandige bod op een concurrent, wordt volgens marktanalisten nog overtroffen door Japan. Dan gaat het niet om de snelste groeimarkt van dit moment, zoals beursanalisten de telecommarkt graag aanprijzen. Wel om de snelste groeimarkt van het komende decennium: mobile commerce. Dat wil zeggen elektronisch zakendoen op het Internet per mobiele telefoon.

Japan aan de leiding? Voor sommigen is dat misschien moeilijk voorstelbaar, nu de Japanse economie in het derde kwartaal met 1 procent is gekrompen. Neem als maatstaf de beurswaarde van telecombedrijven. Dat doen beursanalisten tenslotte ook. Een bedrijf als Docomo, met al ruim vier miljoen klanten die met hun datamobieltjes op het Internet surfen, is op de beurs van Tokio een veelvoud waard van Vodafone in Londen City. En het nog geen tien jaar oude mobiele telefoonbedrijf Hikari Tsuchin, geleid door een 34-jarige, heeft een beurswaarde groter dan heel Toshiba. Poeh, zult u zeggen, het Internetbedrijf Yahoo heeft een beurswaarde die gemakkelijk gevestigde fondsen op Wall Street verslaat. Maar Yahoo maakt nauwelijks winst. Bedrijven als Docomo en Hikari Tsuchin daarentegen, zijn enorme winstmakers.

Japan kent nu 50 miljoen mobiele-telefoonbezitters, 40 procent van de totale bevolking (net zo hoog als in Europa) en daarvan heeft naar schatting 10 procent al aansluiting op het Internet. De mogelijkheden zijn nog beperkt. Banken verlenen bijvoorbeeld nog maar mondjesmaat diensten voor het elektronisch zakendoen. E-mails versturen heeft de overhand, maar mobile commerce groeit in Japan snel.

Ook in Europa heeft de mobiele e-commerce zijn intrede gedaan. In Zweden bijvoorbeeld begint Svenska Handelsbanken Internetdiensten te verlenenen. Het Finse Nokia begint er volgend jaar mee, samen met de Leonia Bankgroep, bijgestaan door ICL, de Japanse computerfabrikant die zich hoe langer hoe meer toelegt op intermediaire diensten als service provider. Siemens in Duitsland start zo'n project samen met NEC, net als ICL, ook Japans. Dat bedrijf werd overgenomen door Fujitsu toen nog menigeen dacht dat de op één na grootste economische macht bezig was de nummer 1 te verslaan. Die droom, voor anderen een nachtmerrie, spatte als een zeepbel uiteen.

Net als de Amerikaanse computerfabrikanten zijn gevestigde Japanse concurrenten als Hitachi, Mitsubishi, Toshiba en Fujitsu hun hele concernstrategie drastisch aan het omgooien. Ze worden wat in het e-commerce-tijdperk heet solution and service providers, weg van het maken van de `geïntegreerde elektronische apparatuur'.

Op die intermediaire markt is veel geld te verdienen en de financiële wereldpers staat dagelijks vol met berichten over Amerikaanse en Japanse bedrijven die wereldwijd proberen vliegensvlug marktaandeel op te bouwen. Uiteraard met vermelding van miljarden dollars aan investeringen, zowel op de eigen thuismarkt als overzee, met name in Europa en Azië.

Ook de accountants en consultants weren zich met hun kennis vanzelfsprekend op deze markt, al of niet samen met de jonge generatie elektronicaconcerns als het Amerikaanse Cisco, Microsoft en Sun Microsystems. En niet te vergeten de database-bedrijven, het Amerikaanse Oracle voorop. Overnamegevechten zullen niet lang meer op zich laten wachten. In hoofdzaak is Amerikaans en Japans geweld te verwachten, in de strijd om de beste posities.

Hoe is desondanks de achterstand van de VS op Japan en Europa op het gebied van mobiele telefonie te verklaren? Het antwoord is simpel. Europa koos voor één standaard: GSM, Japan sloot zich daarbij aan. Maar in Amerika strijden wel vijf standaarden om de gunst van de bellers, waaronder zelfs nog analoge. Dit gebrek aan eenheid breekt Amerika zwaar op, zeker nu de mobile commerce op het punt van uitbreken staat.

Dat Japan op dit gebied de leiding heeft genomen, heeft te maken met een typische eigenaardigheid. Japanners zijn hartstochtelijke bellers. Geen wonder dus dat de komst van de mobiele telefonie er een hoge vlucht nam. Vijf jaar geleden, vóór in Nederland de irritatie over het mobiele gebabbel begon, was het in de supersnelle Japanse treinen al verboden ergens anders dan op de balkons te telefoneren. Mobiel telefoneren nam er zo'n vlucht, dat de sarariman die in een gewone trein liever slapen dan door hun chef wakker te worden gebeld, massaal hun mobieltjes zogenaamd verloren. Nu stuurt hun chef een mailtje en kunnen ze die op hun gemak op hun datamobieltje raadplegen als ze zijn uitgeslapen.

In het snel `vergrijzende' Japan zijn ook ouden van dagen verwoede gebruikers van datamobieltjes geworden. Ze kunnen nu hun oudste zoon die geacht wordt voor hen te zorgen met een mailtje bereiken en hoeven hem niet te storen op zijn werk (of in zijn slaap).

Net als mobiele telefonie zal mobile commerce een hoge vlucht nemen, voorspellen consultants. En het zakendoen ingrijpend veranderen. Waarom zou je bijvoorbeeld een boek nog bij de boekhandel bestellen als dat straks direct bij een uitgever kan die de prijs verrekent met het mobiele telefoonbedrijf dat het weer op jouw telefoonrekening zet? En daarmee de bank het nakijken geeft.