Humanitaire hulp lost geen conflicten op

Vandaag krijgt de organisatie Artsen zonder Grenzen de Nobelprijs voor de Vrede voor haar humanitaire hulpacties. Austen Davis meent dat die humanitaire hulp onafhankelijk moet zijn en niet beïnvloed mag worden door politieke agenda's. De internationale politiek en internationale organisaties zijn echter onmisbaar als het gaat om het vinden van oplossingen voor tal van conflicten.

Vandaag ontvangt Artsen zonder Grenzen (AzG) in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede. Dat is een grote eer, maar het voelt ook ongemakkelijk aan: op hetzelfde moment woeden oorlogen in Tsjetsjenië, Angola, Soedan en Sri Lanka en zijn er conflicten in meer vergeten gebieden zoals in Birma, India, China en Oeganda. Bij recente pogingen tot interventies, de meest opmerkelijke in Kosovo en Oost-Timor, is de uitkomst steeds weer dubieus; de ultieme prijs van wereldvrede is nog niet gewonnen.

Humanitaire hulpverlening, het werkterrein van AzG, brengt geen vrede. Het is wel een minimale poging menselijkheid terug te brengen in situaties die bolstaan van geweld en minachting voor de menselijke waardigheid en de mensenrechten. De bestaansgrond voor onze internationale organisatie, met duizenden vrijwilligers en miljoenen donateurs, is verontwaardiging. Steeds weer zijn onschuldige mensen het slachtoffer van geweld en onderdrukking. Miljoenen mensen lijden of sterven aan ziekten die in feite eenvoudig te behandelen zouden zijn.

Ondanks de gulle steun in Nederland aan organisaties als AzG, is er tegelijkertijd een algemene teleurstelling in de samenleving dat buitenlandse hulp niet werkt en dat oorlogen evengoed doorgaan. Humanitaire hulp maakt echter wel degelijk verschil voor vele duizenden gewone mensen, die in de hel op aarde zijn beland zonder dat zij daar enige schuld aan hebben: hun leven wordt gered en zij worden bijgestaan in hun ellende. Voor de ernstige crises, waarin op grote schaal mensenrechten worden geschonden, is humanitaire hulpverlening echter niet genoeg. Als ooggetuigen van het leed willen wij dat het grote publiek weet heeft van de omvang van het menselijk lijden – en niet simpelweg de televisie uitzet.

Waar het lijden van mensen ontstaat door toedoen van wrede, gewelddadige regimes, of door het ongebreidelde streven naar macht en rijkdom van overheden of multinationale ondernemingen, wil AzG deze oorzaken van lijden nadrukkelijk blootleggen. Alleen als zij worden weggenomen kan er een einde komen aan het lijden. De hongersnood in Ethiopië in 1984 was geen `bijbelse straf van God', maar een door de mens ontworpen catastrofe met als doel een oorlog te winnen.

AzG roept waar nodig machthebbers op tot (het toelaten van) adequate hulp voor slachtoffers en bescherming van de bevolking tegen gewelddadigheden. Maar vaak moeten de veranderingen niet van de machthebbers of rebellen zelf worden verwacht. In veel gevallen moet de hulp worden ingeroepen van de internationale gemeenschap.

Het zijn de VN en organisaties als het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen die namens de wereldbevolking een mandaat hebben om bescherming en ondersteuning te bieden aan slachtoffers van een crisis en om de internationale politiek te bewegen zich in te zetten voor een oplossing van de crisis. Maar de VN hebben een tekort aan staf en financiële middelen en kampen met managementsproblemen. Het is vaak makkelijk de VN te kritiseren, maar het is ook onvermijdelijk. De wereld moet onder ogen zien dat haar prachtige idealen en retoriek soms maar weinig succesvolle oplossingen opleveren. De VN moeten aan hun mandaat gehouden worden en als ze niet in staat zijn dat uit te voeren, moeten zij worden hervormd en verder worden ontwikkeld.

Ook moeten wij als burgers de acties – of het gebrek daaraan – van onze eigen overheden tegen het licht houden. Elke overheid heeft in bepaalde gevallen een duidelijke morele en juridische verantwoordelijkheid te zoeken naar oplossingen voor ernstige humanitaire crises.

Ten slotte moeten we kritisch kijken naar de gevolgen van de activiteiten van particuliere bedrijven die natuurlijke hulpbronnen exploiteren en markten ontwikkelen zonder beperkingen en zonder zorg voor de samenleving. Zo vormt bijvoorbeeld de handel in olie en diamanten de goeddraaiende motor van het conflict in Angola.

Humanitaire hulpverlening gaat voor AzG gepaard met actie. Zo zou er bij de lokale machthebbers op moeten worden aangedrongen hulp toe te laten of de gezondheidszorg weer op poten te zetten. Ook zouden zij moeten worden gestimuleerd medische structuren op te zetten en gezondheidswerkers te trainen. AzG spreekt zich uit tegen ernstige schendingen van de mensenrechten en roept verantwoordelijke partijen, de internationale politiek en internationale organisaties als de VN op om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Humanitaire actie stopt niet bij het zorgen voor slachtoffers, zij kijkt naar de oorzaken en structuren achter het leed. Een genocide kan niet gestopt worden door artsen, net zomin als chronisch gewapende conflicten door hen kunnen worden opgelost. Hier is een politieke oplossing nodig en in sommige gevallen houdt dat in: een militaire oplossing. Zo riep AzG – en voor het eerst in zijn bestaan ook het Rode Kruis – in Rwanda op tot een gewapend ingrijpen om de genocide te keren. Humanitaire actoren als AzG kunnen op basis van hun waarnemingen de wereld alarmeren dat een politiek of zelfs militair ingrijpen nodig is. Het is aan de politiek en aan instanties als de VN om de juiste oplossingen daarvoor te overwegen en uit te voeren.

Er tekenen zich echter risico's af bij de betrokkenheid van de politiek bij interventies in humanitaire crises. Bij de zogenaamde `militaire humanitaire interventie', zoals die in Kosovo door de NAVO werd uitgevoerd, werd de NAVO nadrukkelijk partij in een gewapend conflict, maar was zij tegelijkertijd actief als humanitair hulpverlenende organisatie. Hoe nuttig het militaire apparaat van de militairen ook kan zijn voor grote logistieke operaties voor bijvoorbeeld vluchtelingenopvang, het is onwenselijk dat dezelfde arm die bommen gooit tegelijkertijd brood uitdeelt.

Het begrip humanitaire actie mag niet worden verward met militaire actie. Humanitaire hulp moet onafhankelijk zijn en mag niet beïnvloed worden door politieke agenda's. Daarom weigerde AzG in die crisis ook nadrukkelijk geld van de NAVO-landen voor haar hulpverlening.

Het zoeken naar oplossingen voor ernstige humanitaire crises moet doorgaan. Zonder daadwerkelijke betrokkenheid van de internationale politiek en internationale organisaties als de VN zullen voor veel conflicten geen oplossingen worden gevonden. AzG zal, vanuit de verontwaardiging over menselijk lijden, blijven pleiten voor die betrokkenheid. De Nobelprijs voor de Vrede is een grote aanmoediging voor dat streven.

Austen Davis is directeur van de Nederlandse sectie van Artsen zonder Grenzen.