Geen dwang bij verhuizing Filmmuseum

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) heeft zich gisteravond, tijdens overleg met de Tweede Kamer opnieuw uitgesproken voor verhuizing van het Filmmuseum van Amsterdam naar Rotterdam, om daar deel uit te gaan maken van het Instituut voor Beeldcultuur.

Het bestuur van het Filmmuseum blijft zich verzetten tegen verhuizing naar Rotterdam. Deelname van het Filmmuseum, de grootste van de vijf beoogde partners, is een voorwaarde voor het Instituut.

Woordvoerders van PvdA, CDA en VVD vroegen gisteravond aan Van der Ploeg om de patstelling te doorbreken door een dwingend besluit van zijn kant. Onmogelijk, aldus de staatssecretaris, het Filmmuseum is een autonome instelling. Als ze niet naar Rotterdam willen kunnen ze niet worden gedwongen. Stopzetten van de subsidie is geen optie, dat zou pas kunnen na een uitspraak van de Raad voor Cultuur. Alleen het recente aanbod voor extra subsidie van 1,7 miljoen gulden, toegekend in geval van verhuizing, kan worden ingetrokken.

Ondanks de patstelling gaat Van der Ploeg door op de ingeslagen weg: verhuizing van het Filmmuseum naar Rotterdam en aanvullende plannen voor nieuwe, naar disciplines gescheiden initiatieven in Amsterdam. De gemeente Rotterdam krijgt tot 15 maart 2000 de tijd om de inhoudelijke en financiële onderbouwing van het Las Palmas-plan te verbeteren. Een recent rapport van Twijnstra Gudde toont de noodzaak hiervan aan; D66-Kamerlid B. Dittrich sprak in dit verband van `gatenkaas'. Verder zal Van der Ploeg op korte termijn een intendant benoemen, `een vuurtoren, een boegbeeld' die de partners bijeen moet brengen, en een klankbordgroep. Wat organisatie betreft wordt het Instituut geen fusie, maar een bundeling van autonome instellingen. De publieksfuncties die in Amsterdam behouden zullen blijven zijn vertoning, documentatie en educatie. De kosten voor het Instituut zullen ten koste gaan van het Cultuurnota-budget, zo antwoordde Van der Ploeg op een vraag van D66-Kamerlid B. Dittrich.

Dat een deel van het bestuur inmiddels akkoord zou willen gaan met verhuizing, zoals Van der Ploeg aan de Kamer liet weten, is volgens bestuursvoorzitter D. Istha ,,volstrekte onzin''. Ishta: ,,Ons besluit is unaniem onveranderd. Dat Van der Ploeg onjuiste informatie geeft uit een vertrouwelijk gesprek is beneden alle peil. Overleg heeft op deze manier geen enkele zin meer.'' VVD-Kamerlid A. Nicolaï signaleerde ambivalentie in de houding van Van der Ploeg. Enerzijds benadrukt de staatssecretaris dat `het veld' het initiatief heeft genomen voor het Instituut, maar nu het bestuur van het Filmmuseum zich duidelijk heeft uitgesproken, wordt zijn beslissing echter genegeerd.

Uiterlijk aanstaande woensdag moeten alle culturele instellingen hun beleidsplannen voor de periode 2001-2004 bij OCenW indienen. De definitieve keuze van het Filmmuseum zal dan duidelijk worden.