Een regenboog niet groter dan een ring

Toen Diet Kloos en Paul Celan elkaar in Parijs ontmoetten was hij nog niet bekend. Der Sand aus den Urnen, zijn eerste dichtbundel, had hij uit woede over de drukfouten uit de boekhandels laten halen; zijn magistrale Todesfuge was alleen in een Roemeense vertaling verkrijgbaar en andere gedichten van hem hadden in een onopvallend Weens tijdschrift gestaan. In Parijs bestond Paul Antschel alias Paul Celan hooguit als vluchteling. Hij woonde op een hotelkamertje en verkeerde in schrijnende geldnood. Hij hield van het Duits in een Franse omgeving en hij had heimwee naar de Boekowina, de verre streek van zijn kinderjaren. Hij volgde wat colleges aan de Sorbonne en voelde zich hopeloos eenzaam. Dus op die dag aan het begin van de maand augustus in het jaar 1949, toen Paul Celan en Diet Kloos elkaar op het terras van café Dupont ontmoetten, toen ging het met Paul maar zozo.

Zijn brieven aan haar zijn nu in Nederland verschenen en door alle neerslachtigheid heen merk je hoe blij hij is dat hij iemand tegen het lijf is gelopen met wie hij práten kan. `Vaak als ik begin te praten', schrijft hij in brief twee, `komt er iets op mijn weg dat zich laat aanspreken en antwoord geeft. Zo ook jij op dit ogenblik, Diet, en ik ben je daarvoor dankbaar [-].' Paul Celan en Diet Kloos waren maar een week samengeweest. Zij was in Parijs op vakantie en volgens bezorger Paul Sars, die voor achtergrondinformatie bij Diet Kloos zelf te rade ging, liet zij daar bij Dupont een boek vallen. De jongeman aan het tafeltje naast haar raapte het op en zo ontstond een hartstochtelijke discussie, eerst in het Frans, toen in het Duits, over literatuur, muziek, hun studies, hun door de oorlog gestolen jeugd.

Diet Kloos-Barendregt studeerde zang aan het conservatorium in Den Haag en was al weduwe. Van een man met wie ze in het verzet had gezeten en ook in het cachot. Jan Kloos werd voor haar ogen door de Gestapo gemarteld; zij kwam vrij;hem schoten ze dood, in 1945. Celan had de oorlog doorstaan in een werkkamp, ook een gevangenis, en zíjn geliefden, zoals zijn mooie moeder, waren eveneens door de nazi's vermoord. De 28-jarige jood uit Czernowicz en de 24-jarige verzetsstrijdster uit Dordrecht herkenden hun lot in elkaar. De brieven van Diet Kloos zijn helaas verlorengegaan. En de twaalf brieven die Celan aan haar schreef, van augustus '49 tot in juli 1950, zijn voor buitenstaanders niet zonder meer te begrijpen. Hier een van die cryptische stukjes: `Laat op de avond van die dag ben ik, waarschijnlijk op het tijdstip dat jouw hyacinthenman naast het bord, waarop men jou je heerlijke souper serveerde, zijn hyacinthenhart legde (dat, wie weet, misschien maar een bloembol was), op die avond dus voelde ik me gedrongen om naar de Rue Jacob te gaan, om de Jacobsladder te beklimmen.'

Duistere metaforen

Niet alleen de haperende grammatica maar ook de duistere metaforen houden de lezer op. Hyacinthenhart? Bloembol? Jacobsladdder? Wat moeten we daarmee? De precieus-ouderwetse vertaling van C.O. Jellema naast de Duitse brieftekst helpt ons amper verder. We zijn aangewezen op de voetnoten en die zijn goddank uitvoerig. Het hyacinthenhart, zegt Sars, sloeg op de kwaliteit van het eten in Kloos' hotel en de bloembol verwees naar de hongerwinter in Holland. En de Jacobsladder was een Parijs' café. Gordon Heath zong daar altijd een lied over de bijbelse Jacob en zijn droom van een tot aan de hemel reikende ladder. Een droom over de terugkeer van de joden naar het Beloofde Land en een droom, in Heaths interpretatie, over de bevrijding van de negers uit de slavernij.

Voor Celans doen zijn deze brieven een wonder van openhartigheid. Hoe summier ook, toch vertellen ze iets over zijn toestand in die moeilijke naoorlogse jaren. Over zijn verwondbaarheid en zijn verlangen naar een nieuwe jeugd, aan de zijde van Diet. Graag herinnert hij haar aan de koosnaampjes die zij hem in hun Parijse week gaf: Ali Baba bijvoorbeeld. En in zijn zesde brief biedt hij zich aan als echtgenoot. `Ik ben een door de wereld geworpene, Diet', schrijft hij, `maar in wezen ben ik toch ook iemand die, als hij de hoek van de straat om slaat, hoopt een kleine regenboog te vinden, niet groter dan een ring. Om weg te geven natuurlijk. Zou jij een gevonden regenboog willen hebben?'

Fataal echtpaar

Na zijn zevende brief komt er een hele tijd niets. Terecht suggereert Sars dat Celan van slag was door het fatale dichtersechtpaar Claire en Yvan Goll. In haar memoires beweert Claire Goll dat Celan in 1950, toen hij op verzoek van haar stervende man in haar hotelkamer overnachtte, had geprobeerd Claire te verkrachten. Nu heeft Claire Goll wel meer leugens over Paul Celan rondgestrooid: zo beschuldigde zij hem in 1953 van plagiaat. Maar spanningen tussen hem en haar waren er beslist: Wolfgang Emmerich bevestigt dat in zijn uitstekende Rororo-monografie over Celan.

Lang zou de relatie met Diet sowieso niet meer duren. Vanaf brief tien smeekt Paul haar naar Parijs te komen, maar Ali Baba-pikanterieën stromen niet meer uit zijn pen. Over zijn eigen persoon toont hij zich diep ontevreden: `Steeds minder lijk ik op de speelse jongen die ik zo graag was.' Ingeborg Bachmann, die net als Kloos in 1950 naar Parijs kwam voor een weerzien met Celan en die toen net als Kloos teleurgesteld was in haar minnaar, formuleerde het zo: `We ontnemen elkaar om onbekende, demonische redenen de adem.' Celans verleden verpestte te vaak het heden, en in 1970 verdronk hij zichzelf in de Seine.

Zo'n knappe vent, zo zonde. De mooiste foto die hij van zichzelf liet maken deed hij cadeau aan Diet. Twee keer staat dat portret in het boek. Alles is te zwaar, omdat alles te licht is is niet het eerste boek met brieven van Celan aan Kloos. Sars, germanist en filosoof in Nijmegen, publiceerde ze zes jaar geleden al in de bundel Der glühende Leertext. Wel zijn de brieven in Alles is te zwaar... voor het eerst integraal vertaald en in facsimile opgenomen. En de gedichten die Celan met zijn brieven meezond staan er ook allemaal in: in een teer, dansend handschrift en in getypte versies. `Rauchtopas' schreef Celan speciaal voor Diet Kloos. Het gedicht, in de Nederlandse vertaling, eindigt met deze regels: `Waar ieder jij een tak is / waaraan ik hang gelijk een blad, nooit als een mens.' Een mens, dat moest Celan nog worden. En Diet Kloos hielp hem een eindje op weg.

`Alles is te zwaar, omdat alles te licht is' - De brieven van Paul Celan aan Diet Kloos-Barendregt. Bezorgd door Paul Sars en vertaald door C.O. Jellema.

Bas Lubberhuizen, 159 blz. ƒ44,90