Een klein Stanleymesje

MÜNCHEN.,,De helft van wat ik aan heb is gestolen'', zei Anne.

Ze droeg witte kanten handschoentjes, alsof ze ging trouwen.

,,Heb je die ook gestolen?'' vroeg ik.

,,Nee'', zei ze, ,,goedkope kleren steel ik niet.''

Ik hield een taxi aan.

,,Ik heb een hotel voor je geregeld in de Dachauer Strasse'', zei ik, ,,dat zal je wel aanspreken.''

Voor het einde van de eeuw nog een paar dagen in München, dat zou me goed doen, had ik gedacht.

München was toch de hoofdstad van de Beweging, daar was het allemaal begonnen, daar moest het ook maar eindigen.

Een jaar geleden had ik een brief gekregen van Anne die schreef: ,,Mijn moeder kreeg een hartinfarct toen ik voor het eerst naar de synagoge ging. Ik steel kleren om mooier te zijn. Niemand is zo goed als ik met het mes. Misschien interesseert het je.''

Ik had de brief terzijde gelegd.

Een jaar geleden was mijn leven half ingestort en dingen die half zijn ingestort, daar heb je het druk mee.

Onlangs kwam ik die brief weer tegen en toen dacht ik, laat ik maar eens antwoorden.

,,Zullen we kleren gaan stelen in München?'' luidde mijn voorstel.

Het antwoord kwam een week later: ,,Ik ben eigenlijk opgehouden met jatten, ik probeer nu mijn athenaeum af te maken, maar ik wil je wel iets leren.''

Leven is iets dat je misloopt, als een trein.

En vervolgens vergeten dat je het bent misgelopen, dat is leven.

In een Konditorei kreeg ik de eerste les.

,,Je neemt twee of drie kledingstukken het pashokje in. Daar snijd je het alarm eruit.''

Ze liet me een klein Stanleymesje zien.

,,Hoe groter het gat hoe meer je later te repareren hebt'', zei Anne. ,,En soms zit er meer dan één alarm op.''

Ze plukte een kersje van mijn Schwarzwälder Kirschtorte.

,,Je moet het alarm nooit achterlaten in de pashokjes, want die worden gecontroleerd. En als je gepakt wordt moet je beloven dat je het nooit meer doet en gaan huilen en zeggen dat je een zusje hebt met leukemie. Waarom interesseert het je eigenlijk?''

Ik speelde met haar handschoentjes.

,,Leven is iets dat je moet vergeten'', zei ik.

Een week voor ik naar München vertrok had ik een brief ontvangen waarin stond: ,,Het goede nieuws is dat je iets te verliezen hebt. Het slechte nieuws is dat je het gaat verliezen.''

Ik was niet zeker of dat een citaat was of dat de afzender het zelf had bedacht, maar de boodschap was duidelijk.

,,Laten we gaan'', zei ik.

,,Weet je wat je wilt stelen?''

,,Iets voor jou'', zei ik.

We liepen naar de betere winkelbuurt. Er lag sneeuw in München.

,,Vond jouw moeder het ook zo erg toen je naar de synagoge ging?'' vroeg Anne.

,,Mijn moeder vond het erg toen ik niet meer ging, zullen we het over iets anders hebben?''

We gingen een winkel binnen. Ik zei `hallo' tegen de veiligheidsbeambte. We slenterden langs de rekken.Verkoopsters vroegen of ze konden helpen.

Anne was heel charmant. Net een filmster.

We gingen met twee jurken en twee truien het pashokje binnen.

Uit haar broekzak haalde ze een klein Stanleymesje.

Ze had haar oog laten vallen op een zwarte jurk. Met glittertjes.

Ze giechelde.

,,Mijn ouders wilden niet weten dat we joods zijn.''

,,Kun je doorgaan met snijden'', zei ik, ,,dit is voor mij de eerste keer.''

Ik sloot mijn ogen. ,,Het goede nieuws is dat je iets te verliezen hebt.''

Toen was het alarm uit de jurk.

Ze deed de jurk in haar tas.

Daarna paste ze een andere jurk.

,,Heeft u een kleinere maat?'', vroeg ze, ,,deze zit een beetje ruim, vooral van boven.''

Ik moest het voor haar vertalen.

Ik was bang dat ik alles zou verraden.

,,We worden afgevoerd'', fluisterde ik, ,,we hadden de theorie beter moeten doornemen.''

,,Houd je bek'', zei Anne.

Daarna wilde ze nog een andere kleur, en toen toch weer een grotere maat in die andere kleur. Op een gegeven moment hingen er wel zes jurkjes in het pashokje.

Toen zei Anne: ,,Ik moet er over denken, bedankt.''

Het alarm stopten we in een skipak.

Vervolgens liepen we naar buiten, gearmd, de veiligheidsbeambte hield de deur voor ons open.

In een Konditorei bestelden we hete chocolademelk met rum.

,,Wil je beroemd worden?''

,,Soms'', zei Anne, ,,ik wil wandelende reclame zijn, maar ik weet nog niet waarvoor, misschien voor je boeken?''

,,Misschien.''

,,Mijn vriend vindt je een drol'', zei Anne. ,,Je boeken vindt hij ook niets. Je staat op de shitlijst.''

,,Wat is dat?''

,,Op de wc hangt een lijst met dingen die hij shit vindt, daar sta jij op, samen met RTL 4.''

,,Elke lijst waar je op staat is er een, dat zou jij moeten weten. Is hij mooi? Je vriend?''

,,Oerlekker'', zei Anne.

Oerlekker, dat moet ik onthouden.

Die avond huilde Anne omdat ze niet wist hoe ze spaghetti moest eten en ik zei: ,,De een weet niet hoe die spaghetti moet eten, de ander weet niet hoe die kleren moet stelen. Iedereen weet iets anders niet.''

Anne zei: ,,Ik huil niet om spaghetti.''

Die avond zei Anne: ,,Laten we spelen dat we iemand anders zijn.''

Die avond spoog Anne mijn sperma uit in een wijnglas.

Ze liet het me zien.

Het zag eruit als vissenvoer.

,,Doe je dat altijd?'' vroeg ik. ,,Uitspugen in een wijnglas?''

,,Bitter'', zei ze, terwijl we samen het vissenvoer in het wijnglas bekeken.

,,Mijn sperma is het bittere kruid voor jou generatie.'' Ik streelde haar hand.

,,Heb je wel eens klachten gehad over je seksuele prestaties?''

,,Ik ben mijn eigen klachtenbureau'', zei ik.

Mijn ongeluk was mijn beste creatie, jammer dat er zo weinig betalende bezoekers voor waren. Ik sleurde af en toe wel iemand mee naar binnen, maar dan moest ik zelf voor eten en onderdak zorgen.

We vielen in slaap, met het vissenvoer op het nachtkastje.

Die ochtend rookte Anne in drie uur twintig sigaretten.

,,Kun je nog iets signeren?'' vroeg ze.

,,Wat?''

,,Het etiket van de jurk, en mijn buik'', zei ze.

Ze lag op bed, ik pakte een ballpen en schreef op haar buik:

,,Lieve Anne, wat kun je lekker pijpen en dat voor een jodin.''

Het stond heel mooi op haar buik, alsof het er altijd al had moeten staan.

,,Wat heb je geschreven?'' vroeg ze.

Ik las het voor.

,,Wat ga je over mij vertellen?'' vroeg ik.

Ze haalde haar schouders op. ,,Je komt te snel klaar.''

,,Dat is de fantasie.''

Toen bekeek ze zichzelf in de spiegel en zei: ,,Ja, ik ben ook wel heel nauw geschapen.''

Op het vliegveld genaamd Franz-Josef Strauss vroeg ik of er nog iets was dat ik moest signeren.

De ironie ontging haar.

Mij eigenlijk ook.

Er was geen ironie meer.

Er was alleen nog maar dat wat overblijft van verdriet: pijn en pijnstillers.

,,Ik wil jou zien weglopen'', zei Anne. ,,Dan maak ik nog een foto van je.''

Ze gaf me een cadeautje. ,,Zullen we samen op transport gaan?'' vroeg ze.

,,Je moet door de douane heen'', zei ik.

,,Wat gebeurd is, is gebeurd'', zei Anne, ,,maar ik kan het me absoluut niet permitteren het gebeurde voor gebeurd aan te nemen.''

,,Madame'', zei ik, ,,alleen leugens kunnen onze liefde nog veiligstellen. We zullen liegen.''

Ik liep weg zonder om te kijken. Er viel niets om te kijken.

Toen ik zeker wist dat ze me niet meer kon zien, bleef ik staan en ik controleerde of de kraag van mijn jas naar Anne rook.

De kraag van mijn jas rook nergens naar.

Wat was het goede nieuws ook alweer?

Ik pakte het cadeautje van Anne uit.

Het was een mesje.

Twee politieagenten kwamen voorbij.

Ik keek ze strak aan.

Leven is de deceptie zo effectief mogelijk verwoorden.