De aftocht van een buitengewoon president

De Argentijnse president Carlos Menem stapt vandaag op. Hem wacht mogelijk een ,,lawine aan rechtszaken''. De balans van tien jaar `menemisme'.

,,Ik weet zeker dat ik me niet vergis'', evalueerde Carlos Menem (69) onlangs zichzelf. ,,Ik was de beste president aller tijden. Mijn presidentschap was werkelijk buitengewoon.'' Alle arrogantie ten spijt: de vandaag aftredende president van Argentinië heeft gelijk. Hoe de geschiedenis zijn tienjarige presidentschap ook zal beoordelen, buitengewoon was het zeker.

,,De politieke kleinzoon van Juan Perón.'' Zo werd de Syrische emigrantenzoon genoemd die in 1989 vanuit de pampa bijna letterlijk te paard het presidentiële paleis binnengallopeerde. Een provinciale caudillo en een populist: dat was het imago waarmee de peronistische ex-gouverneur van de provincie La Rioja de tweede vrije verkiezingen na de val van de dictatuur won.

Met veel moed had Menems voorganger Raul Alfonsín geprobeerd de misdaden van de militaire junta's te berechten. Meer dan dertigduizend mensen `verdwenen' tussen 1976 en 1983, de jaren van de Argentijnse generaalsdictatuur. Een nieuwe coupdreiging dwong Alfonsín om lagere officieren vrijuit te laten gaan, maar het was de chaos op economisch gebied die hem in 1989 de kop kostte. Een inflatie van meer dan 200 procent, plunderingen en stakingen dwongen Alfonsín voortijdig op te stappen.

Zodra de flamboyante Carlos Menem het presidentiële paleis betrad, onderging hij een gedaanteverwisseling die vriend en vijand verbijsterde. Niets populisme, maar een rigoureuze neoliberale politiek. Als een razende begon hij te privatiseren, te saneren, handelsbarrières neer te halen. Economisch beleefde Argentinië een boom. Binnen twee jaar had de president het hele monetaire systeem hervormd en de inflatie bedwongen. Zo werd Menem geen nieuwe Perón, maar het boegbeeld van het Latijns-Amerikaanse neoliberalisme. Een rigoureuze vrije-marktpolitiek, corrupt maar succesvol. Zijn regeerstijl kreeg een eigen naam: het `menemisme'.

In zijn tweede termijn trad de schaduwzijde van het menemisme steeds duidelijker op de voorgrond. Corruptie, pracht en praal, mafia-praktijken. ,,Met de herverkiezing van Menem in 1995 dachten we dat de quota die we onderhands aan regeringsfunctionarissen moesten betalen, wel omlaag zouden gaan'', vertelde een Nederlandse ondernemer in Buenos Aires onlangs. ,,We dachten dat alle vriendjes van Menem hun zakken nu wel vol hadden. Maar het tegendeel bleek het geval.''

Inmiddels zette ook een economische recessie in. De werkloosheid steeg naar een recordhoogte en een groot deel van de middenklasse verpauperde. Des te wranger waren de verhalen over verspilling en misbruik door de Menem-clan, over de banden tussen het presidentiële paleis en schimmige figuren als de geldtransporteur Alfredo Yabrán. De ondernemer pleegde zelfmoord toen de politie hem dreigde op te pakken voor de moord op een journalist.

Argentinië is inmiddels zo gewend aan schandalen, dat vorige maand niemand meer warm of koud werd toen bleek dat de weduwe van de legendarische Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar al vier jaar in Argentinië woonde. Ze had een valse identiteit gekregen en waste vrolijk het drugskapitaal van haar overleden echtgenoot wit. De politie ontdekte dit pas twee maanden geleden, Menem wist het al vier jaar.

,,Mijn prestaties als president zijn onvergelijkelijk, niet alleen op politiek en economisch vlak, maar ook in culturele zin'', evalueerde Menem zichzelf onlangs verder. Opnieuw had hij gelijk. De `cultuur van het menemisme' bracht een diepe omslag in de Argentijnse samenleving. Succes, geld, uiterlijk: dat werden de nieuwe waarden.

Wel moesten de wonden van het verleden worden toegedekt. ,,We moeten de dictatuur vergeten'', zei Menem in zijn eerste jaar. Daarom kondigde hij een algehele amnestie af. Hoewel Menem tijdens de dictatuur zelf in de gevangenis had gezeten, bleef hij als president met hand en tand de straffeloosheid van de misdadigers van dictatuur verdedigen. ,,Zand erover'', was zijn recept. ,,We zijn genormaliseerd.''

Toen de oud-marine-kapitein Adolfo Scilingo twee jaar geleden in gewetensnood zijn martelpraktijken begon op te biechten, maakte Menem hem uit voor leugenaar. De man die politieke gevangenen levend uit vliegtuigen in zee had gegooid, kon in Argentinië zijn verhaal niet kwijt. Na bedreigd te zijn en met messen bewerkt, vluchtte Scilingo naar Spanje. Zijn bekentenissen vormden de basis voor het internationale arrestatiebevel dat de Spaanse rechter Garzón vorige maand uitvaardigde tegen 98 officieren en generaals van de Argentijnse militaire dictatuur.

Vandaag trekt Carlos Menem mokkend de deur van het presidentiële paleis achter zich dicht. Als het aan hem lag had hij er nog tien jaar langer gezeten. Niet voor niets belooft hij in het jaar 2003 terug te komen. Maar het `menemisme' lijkt voorbij. Er zijn onderzoeken gestart naar corruptie; aanhangers van Menem voorspelden gisteren somber een ,,lawine aan rechtszaken''. In oktober stemden de kiezers op Fernando de la Rua, die zichzelf bewust als `saai' omschreef.

Ten slotte begint Argentinië eindelijk aan de verwerking van het verleden. Verschillende militairen moeten zich nu verantwoorden voor de ontvoering van kinderen van verdwenen ouders – een van de weinige misdrijven die niet onder Menems amnestie vallen.