Concert zonder compromissen

De Duitse dirigent Christian Thielemann (1959) heeft een voorliefde voor de term `Kapellmeister'. Als General Musikdirector van de Deutsche Oper in Berlijn voelt hij zich niet boven een dergelijke benaming verheven. Integendeel, een `kapelmeester' staat voor degelijkheid, discipline en vurig musiceren zonder omtrekkende bewegingen en Thielemann lijkt een zelfde artistieke koers na te streven.

Tijdens zijn verdeeld ontvangen debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest twee jaar geleden, boog Thielemann zich over Beethoven en Schumann. Gisteravond verlegde hij zijn actieradius naar muziek die zachtjes duwt tegen de grenzen van de laat-romantiek.

Met het vroege symfonische gedicht Pelléas et Mélisande leverde Schönberg een overdonderend expressionistisch meesterwerk af. Het concertpubliek anno 1907 wist het werk te waarderen, maar de Nijmeegse concertzaal De Vereeniging beoordeelde het programma waarin Thielemann het Concertgebouworkest ook daar zou dirigeren als `te modern', zodat de veeleisende werken van Berg, Pfitzner en Schönberg slechts voor één uitvoering moesten worden ingestudeerd.

Zowel in zijn voorkomen als zijn muzikale signatuur is Christian Thielemann een opmerkelijk fenomeen. `Dirigeren kun je niet leren,' oordeelde hij ooit, en de motorische poot van zijn dirigeerkunst oogt navenant stug. Thielemann zwaait met lange armen, de romp stil, het hoofd stijf. Maar stijfkoppig of niet, in zijn streven naar een gulle klank vertelde hij gisteren zowel in de drie voorspelen uit Hans Pfitzners opera Palestrina als ook in Schönbergs Pelléas et Mélisande meeslepende verhalen.

Goede muziek is goede muziek, ongeacht de politieke achtergrond, vindt Thielemann. Hij schuwt de muziek van een `foute' componist als Hans Pfitzner daarom niet, en wekte deze gisteravond met brede gebaren tot leven. Thielemann doet niet aan klankcompromissen. Zwaar is topzwaar, licht is mild, fluisterzacht is doodgewoon zacht. Die zakelijkheid van ziel uit zich ook in zijn entree. Ferm denderend de trap af, een rappe knipmes beweging in de richting van het publiek en dan zonder adempauze over tot de orde van de muziek.

Thielemann zoekt zijn muzikale voorbeelden in het verleden, en opmerkelijk was de ouderwetse praalklank die hij zelf vervolgens uit het Concertgebouworkest deed opstijgen. Tijdens de Sonate op.1 van Berg in de orkestratie van Theo Verbey omzwachtelde een timbre van rood pluche ook de meer geserreerde passages, en juist daarin schuilt het voornaamste bezwaar van Thielemanns aanpak. Zijn fortissimi zijn wereldschokkend, zijn romantische klankgolven overspoelen als een weldaad. Maar zacht geknisper en mystieke briesjes hebben geen plaats gevonden op zijn muzikaal palet. Of de partituur nu een muzikaal miniatuur voorschrijft of niet, Thielemann laat de allerfijnste penselen onberoerd. En dan klinkt zelfs verdriet vitaal.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Christian Thielemann. Werken van Berg, Pfitzner en Schönberg. Gehoord: 9/12 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 6/2, 14 uur.