Amsterdam filmstad

In de Jordaan is deze zomer slecht geslapen. Een tv-ploeg van de VPRO maakte opnamen voor een dramaserie over leven en werken van de volkszanger Johnny Jordaan, die volgend jaar wordt uitgezonden met Kees Prins in de hoofdrol. Volgens buurtbewoners schalde Prins' belcanto middenin de nacht zo luid door de nauwe straatjes dat ze geen oog konden dichtdoen. En dat was al de tweede keer binnen enkele maanden, want begin dit jaar ontspoorde met donderend geraas al een tram op de nabijgelegen Rozengracht ten behoeve van de actiefilm Do not disturb van Dick Maas.

Het wordt steeds erger, zegt ook de gemeente Amsterdam. Alleen al dit jaar is op 194 locaties in het centrum gefilmd voor dertien verschillende producties, meldde het ANP deze week. Vergunningen zijn niet nodig; hooguit kan een filmploeg worden tegengehouden op grond van verstoring van de openbare orde. Maar toch wil de gemeente iets doen, al was het maar om een gebaar te maken tegenover de morrende bevolking. Er komt een `centraal meldpunt' waar filmers hun plannen moeten indienen. De gemeente kan dan proberen coördinerend op te treden, om de overlast tot een minimum terug te brengen.

Amsterdam is altijd al een populaire locatie geweest voor filmers. Zeven jaar geleden publiceerde het blad Furore het verbluffende resultaat van het speurwerk van Herwolt van Doornen, René van Praag en Piet Schreuders naar de hoofdstad als decor voor de speelfilms. Ze kwamen op 171 binnen- en buitenlandse films die meer dan 500 locaties te zien gaven. En van al die locaties bleek er één de onverwachte winnaar te zijn: de Staalstraat, een klein straatje dat op weg naar het Muziektheater schilderachtige kruisingen vertoont met de Kloveniersburgwal en de Groenburgwal. Het is onder meer te zien in Komedie om geld, Operation Amsterdam, Diary of Anne Frank en Amsterdamned. Dat zich in die Staalstraat ook een filmboekwinkeltje bevindt, is overigens toeval.

Maar ook buiten dit buurtje heeft de hoofdstedelijke binnenstad veel te bieden wat elders al verdwenen is, of niet meer in die hoeveelheid binnen handbereik ligt. Zo moesten zelfs de producenten van de in het vooroorlogse Rotterdam gesitueerde familiefilm Kruimeltje die deze week in première ging, voor enkele buitenopnamen gebruik maken van de pittoreske geveltjes en hoge bruggetjes nabij de Zeedijk in Amsterdam. De makers van de tv-serie Baantjer zijn zelfs vaste gasten geworden. Regelmatig deponeren ze bij bewoners van de binnenstad een beleefd briefje in de bus: we gaan weer filmen en we bieden bij voorbaat onze excuses aan voor mogelijke overlast.

Dat is onvermijdelijk, en vleiend. Wie in het hart van Amsterdam woont, weet zich omringd door bezienswaardigheden die niet alleen veel toeristen trekken, maar ook een fraai filmdecor vormen. Soms is dat storend en soms moeten er concessies worden gedaan om het voor de bewoners leefbaar te houden. Ook die bewoners dragen immers bij tot het stadsbeeld, al was het maar door hun huizen mooi opgepoetst te houden. Maar er is ook volop reden om trots op al die aandacht te zijn. En trouwens: een stad die alle reden heeft om het Filmmuseum binnen haar poorten te willen houden, moet niet te hard zeuren over de aanwezigheid van filmploegen.