Aartsen zoekt naar balans tussen geloof en sport

Stefan Aartsen (24) is christen en zwemmer. In die volgorde. ,,Zonder zwemmen kan ik leven, zonder Jezus val ik in een zwart gat.''

Schampere opmerkingen van collega's hebben hem nog nooit uit zijn evenwicht gebracht. Stefan Aartsen draagt zijn geloof in de Heer uit met een zeker in de macho-sportwereld zeldzaam gevoel van trots. Niet dat hij zielen wil winnen, maar: ,,Ik geloof en daar sta ik voor.''

Aartsen (24) is christen en zwemmer. In die volgorde. ,,Zonder zwemmen kan ik leven, zonder Jezus val ik in een heel diep zwart gat'', zegt de rechtenstudent in Lissabon, waar hij gisteren bij de EK kortebaan met de vijfde tijd (53,16) doordrong tot de finale van de 100 meter vlinderslag.

Weinig sporters die zo weloverwogen in het leven staan als Stefan Aartsen. Zijn woorden kiest de zwemmer van de Kempvis met zorg. In zijn stem weerklinkt geen spoor van twijfel.

Zijn collega's weten niet beter of Aartsen, devoot lid van de Volle Evangelie Gemeente, bidt voor het eten en vlucht als het even kan in willekeurig welke stad een kerk binnen. Alleen dáár komt hij tot rust. En terwijl andere leden van de Nederlandse zwemploeg hun vrije uurtjes doorbrengen met het luisteren naar CD-muziek, leest Aartsen de bijbel, ,,de bron van mijn bestaan'', zoals hij zelf zegt.

God is kortom de leidraad in het leven van de vlinderslagzwemmer die gisteren met de Nederlandse estafetteploeg brons won op de 4x50 meter vrije slag. ,,Mijn lot ligt in handen van de Heer. Hij wijst mij de weg, Hij weet wat goed voor mij is. Die wetenschap verschaft mij rust en vertrouwen. Het is een zekerheid die houvast biedt.'' Gevraagd naar de prioriteiten in zijn leven, dreunt hij moeiteloos op: ,,Eén is het geloof, twee is het zwemmen, drie is mijn studie.''

Aartsen kijkt naar eigen zeggen verder ,,dan een wedstrijd, verder dan een toernooi, ja, zelfs verder dan de Olympische Spelen''. Waarmee hij overigens niet wil zeggen dat hij straks, over ruim negen maanden in Sydney, niet van de partij wil zijn. ,,Maar het leven houdt voor mij niet op bij een zwembad. Sterker nog, ik geloof in het eeuwige leven.''

Laatst hoorde hij het verhaal van een collega-zwemster die vertelde over een van haar dromen. Aartsen, de ogen wijd open gesperd: ,,Ze kwam in de hemel en liet vol trots haar gouden medaille zien aan God. Die glimlachte en wees toen naar de straten, die helemaal van goud bleken te zijn.'' Hij wacht even, laat de woorden inwerken en zegt dan met een twinkeling in de ogen: ,,Om aan te geven hoe betrekkelijk een gouden medaille is.''

Winnen is dan ook niet het ultieme doel dat hij nastreeft. Natuurlijk wil hij niets liever dan straks in Sydney met een gouden medaille om zijn nek op het podium staan. Maar gebeurt dat niet, ook geen probleem. ,,De Heer heeft zijn eigen bedoelingen. Wie zegt dat wat mensen over het algemeen goed vinden – laten we zeggen de eerste plaats – hetzelfde is als wat Hij goed vindt? Waar het Hem vooral om gaat is overgave, om de vraag: hoe sta je in het leven?''

Aartsen erkent dat hij nog altijd zoekende is naar een balans tussen sport en geloof. ,,Ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Te veel relativeren komt mijn zwemprestaties wellicht niet ten goede. Wat ik wel weet is dat zwemmen in wezen een tijdelijke bezigheid is, niet iets waar het leven van afhangt.''

Niettemin brandt hij van ambitie nadat zijn carrière twee jaar geleden min of meer in het slop raakte. Twee tiende plaatsen bij de WK in Perth (op de 100 en de 200 meter vlinderslag) en ,,kleine tegenslagen zoals ziekte die mij altijd maar weer troffen'' brachten hem aan het twijfelen. In samenspraak met zijn trainer, Dick Bergsma, bezocht hij een voedingsdeskundige en heeft hij zijn duurvermogen aanzienlijk vergroot.

Maar al te graag deint hij mee op de golven van het succes, van met name Pieter van den Hoogenband. ,,Pieter is een voorbeeld van iemand in wiens kielzog ik graag wordt meegesleurd. Bovendien opent hij nu deuren die Marcel (Wouda, red.) de laatste jaren al in beweging heeft gekregen. Sponsors zien ons ineens weer staan.''

Wie Aartsen hoort praten, kan niets anders concluderen dan dat nederlagen domweg niet bestaan in het leven van de Rotterdammer. Maar dat blijkt een misvatting. Ook Stefan Aartsen kan verliezen. ,,Ik ben ook maar een mens. Ook ik kan ziek worden of er onbewust met mijn pet naar gooien. Dan is het niet Zijn schuld, maar mijn schuld.''