Zelfstandigen 1

Alimentatiegerechtigden, meestal 55+ vrouwen, worden als kleine zelfstandigen beschouwd omdat ze geen loon uit arbeid ontvangen en geen uitkering genieten. Om die reden mochten zij niet in het ziekenfonds en moesten zij zich vrijwillig tegen ziektekosten verzekeren. Toen bekend werd dat de kleine zelfstandigen per 1 januari 2000 tot het ziekenfonds zouden worden toegelaten, was de vreugde groot, maar helaas ook van korte duur. Alleen kleine zelfstandigen met een winst- en verliesrekening kunnen, nee zij moeten zelfs toetreden. De hoogte van het inkomen is niet de maatstaf of men zich wel of niet via het ziekenfonds kan verzekeren, de wijze waarop het inkomen is verkregen, is de maatstaf.

Alimentatiegerechtigden worden door het kabinet en de volksvertegenwoordiging gediscrimineerd. Een alimentatiegerechtigde betaalt al gauw ƒ4.350,- per jaar aan premie, heffingen en tandartskosten (het woord solidariteitsheffing is in dit verband een gotspe). Met een bruto alimentatie van ƒ2.000,- per maand is dat 18,1 procent van het bruto inkomen. Voor mensen met een bruto salaris van ƒ10.000,- per maand, dat zijn de mensen die deze wet hebben bedacht c.q. hebben goedgekeurd, zou dat neerkomen op een premie van ƒ1.810,- per maand.

Minister Borst erkent dat kleine zelfstandigen zonder winst- en verliesrekening een probleem hebben. Zij noemt dat een knelpunt en ze heeft toegezegd dat ze volgend jaar over dat knelpunt wil gaan nadenken. Zou ze ook pas volgend jaar gaan nadenken als ze zelf 18,1 procent van haar brutoinkomsten aan premie zou moeten afdragen? Zou een kleine zelfstandige met een winst- en verliesrekening in grotere financiële problemen zijn geweest dan een kleine zelfstandige zonder een winst- en verliesrekening?