VERPLEEGHUIS

Mevrouw Galesloot (89) staat sinds augustus op de `drempellijst' voor een plaats in een verpleeghuis in Utrecht. Zij is dement. Haar zus, mevrouw Peek (76), `staat op instorten'.

,,Vork en mes haalt ze door elkaar. Rok en blouse. Jongen en meisje. Mij kent ze goed, ze vraagt altijd naar mij. Ze is mijn halfzus. Ik ben in de week zo'n veertig uur druk met haar. Als ze terugkomt van de daghulp vang ik haar op. Zaterdag en zondag negen uur per dag.

Ze kan niet alleen zijn, dan gaat ze rare dingen doen. Laatst kwam ik aan, stond ze bij de deur met alleen een hemd aan, haar broek naar beneden, in haar eigen ontlasting. Ze woont in een seniorenflat, maar ze belt niet als er narigheid is. In een verpleeghuis is ze nooit alleen.

In februari kon ze naar het Van Koningsbruggen. Maar ze zei: dat doe ik niet. Ik heb wel doorgedrukt dat ze een week per vijf weken naar Rosendael gaat. Daar sputtert ze over, maar als ze er is, gaat ze zitten en is volgens mij gelukkig. Nu zit ze er voor twee weken, omdat ik aan mijn end ben.

Ik zou het liefst willen dat ze helemaal daarheen gaat, maar ze zeiden dat dat negen maanden gaat duren. Daarom heb ik mijn voorkeur maar geschrapt. Ik ben er niet helemaal voor, ik wil het beste voor haar. Maar ik moet ook aan mezelf denken.''

Annemiek van Doornen van de Wachtlijstservice: ,,Er komt voor mevrouw Galesloot binnen afzienbare tijd waarschijnlijk wel een plek. Ik heb daar geen invloed op, maar de mensen op de drempellijst zijn meestal binnen een halfjaar opgenomen. Nu gaat ze eens in de vijf weken naar een intervalbed en van maandag tot vrijdag naar de daghulp voor mensen met een geheugenaandoening. Ook in het huis waar ze woont zijn veel zorgmomenten. Zoals het nu gaat, is het volgens ons acceptabel.''