Van den Hoogenband publiekstrekker op EK korte baan

In Lissabon zijn vanmorgen de EK zwemmen (kortebaan) begonnen. Nederland heeft slechts zeven deelnemers afgevaardigd, onder wie de boegbeelden Pieter van den Hoogenband en Marcel Wouda.

En weer zijn alle ogen gericht op Pieter van den Hoogenband. Stond hij vorige week bij de US Open al in het middelpunt van de belangstelling, in Lissabon is de 21-jarige zwemmer de belangrijkste publiekstrekker bij de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter). In alle aankondigingen dweept de organisatie met de aanwezigheid van ,,de veelbelovende zwemmer die afgelopen zomer zes gouden (!) medailles won bij de EK langebaan''.

Van den Hoogenband, bij de US Open winnaar van zowel de 100 als de 200 meter vrije slag, merkte het al toen hij dinsdag voor het eerst het Piscina do Jamor betrad. ,,Ik was nog niet binnen of al die hoofdjes gingen opzij. Je zag ze denken: hé, daar heb je hem ook.'' Niet dat het hem stoorde. ,,Ze doen maar, inmiddels ben ik wel wat gewend.''

Van den Hoogenband is, samen met ploeggenoot Marcel Wouda, het boegbeeld van de Nederlandse ploeg die in Portugal uit zeven leden bestaat: vier mannen en drie vrouwen. Vorig jaar in Sheffield vaardigde de Nederlandse bond nog ruim twee keer zoveel zwemmers af: zestien. Het geringe aantal heeft alles te maken met de nationale winterkampioenschappen, die vrijdag over een week in Eindhoven beginnen en waar olympische tickets te verdienen zijn.

Dat laatste dachten Wouda, Van den Hoogenband en Kirsten Vlieghuis afgelopen weekeinde al in hun bezit te hebben bij de US Open. Maar tot hun stomme verbazing bleken hun tijden, hoewel ver beneden de limieten, voor NOC*NSF geen reden het drietal definitief op te nemen in de olympische ploeg. ,,Terwijl daar zo'n beetje de gehele wereldtop aanwezig was'', mokte Van den Hoogenband gisteren.

Nog zo'n bron van ergernis: het gedrag van de Australiërs die met liefst 72 zwemmers neerstreken in Texas. Met name Wouda wond zich flink op over ,,het overdreven gedoe'' van de ploeg van wie in eigen land wonderen worden verwacht bij de Olympische Spelen in Sydney. ,,Eén grote luchtballon'', zo typeert de wisselslagspecialist het optreden van de Australiërs. ,,Ze zijn drukker met het elkaar de ogen uitsteken dan met zwemmen. Het geld kan daar kennelijk niet op, want ze weten van gekkigheid niet wat ze moeten doen.''

Nee, dan Nederland. Wouda, ernstig: ,,Het klinkt misschien een beetje arrogant, maar wij zijn goed bezig. Wij Hollanders blijven met beide benen op de grond staan. Weten precies wat we wel en wat we niet moeten doen. En minstens zo belangrijk: wat we wel kunnen en wat we niet kunnen.''

Het toernooi in Lissabon geldt als de op twee na laatste tussenhalte op weg naar Sydney. Volgend jaar volgen nog de Mare Nostrum Tour, een sterk bezette wedstrijdreeks in Zuid-Europa, en de EK langebaan in Helsinki. Na dat toernooi in Finland last de selectie een rustpauze in, waarna de laatste voorbereidingen getroffen worden op weg naar Sydney. Het WK kortebaan, komend voorjaar in Athene, laten de Nederlanders schieten.

Van den Hoogenband beschouwt zijn deelname in Portugal ,,toch een beetje als een veredelde training als ik eerlijk ben''. Ritme en vertrouwen zijn de pijlers van het zwemmersbestaan, weet hij inmiddels. Zijn start- en keerpunten, essentieel op de kortebaan, zijn bovendien nog altijd voor verbetering vatbaar en in Lissabon hoopt hij opnieuw aan te tonen dat hij een mentale barrière heeft doorbroken. ,,Ik weet nu wat winnen is. Nu is het zaak dat vasthouden.''

Wouda onderkent al veel langer de heilzame werking van overwinningen sinds hij bijna drie jaar geleden een wereldrecord zwom. In Lissabon is hij dezer dagen alleen geïnteresseerd in titels en sponsorpremies. ,,De rest is bijzaak.''