Van Aartsen weerspreekt `ommezwaai'

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) ontkent dat hij pas sinds begin deze week een positief standpunt heeft over de oprichting van een Europese interventiemacht. Dat hij zich nu zo ronduit voor zo'n macht heeft uitgesproken heeft ermee te maken dat het Finse EU-voorzitterschap voorstellen voor de aanstaande Europese Top in Helsinki heeft gedaan die uit Nederlands oogpunt ,,vele malen beter zijn'' dan wat de afgelopen maanden op tafel lag.

Dit heeft Van Aartsen gisteren in de Tweede Kamer gezegd bij de voortgezette behandeling van zijn begroting. Het Finse voorstel, dat afgelopen maandag pas rond kwam, doet veel beter recht aan de voorwaarden die Van Aartsen al sinds een jaar heeft gesteld, bijvoorbeeld bij de begrotingsbehandeling van vorig jaar, en die sindsdien in ,,een constante lijn'' zijn gebleven. Daarom is er volgens hem, hoewel een meerderheid van de Tweede Kamer die conclusie blijft trekken, geen sprake van een ,,ommezwaai''. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn juist in Nederlandse richting opgeschoven, zei hij. ,,Nederland is nooit uit het hart van de discussie weggeweest, die uitspraak houd ik vol.''

De minister benadrukte dat ideeën van de Franse president, Chirac, over nieuwe organen en instellingen voor de Europese defensiesamenwerking in de EU nu van de baan zijn. In plaats daarvan is de Nederlandse wens gehonoreerd om ten bate van de door Londen, Parijs en Berlijn voorgestelde Europese interventiemacht, 60.000 militairen in 2003, nauwer in de NAVO samen te werken en daardoor mede de Atlantische band met de VS te versterken.

Europa kan weliswaar autonoom tot interventie besluiten maar voor de uitvoering stellen de EU-landen vrijwillig uit hun parate NAVO-eenheden troepen beschikbaar. Nederland wil in 2003 een brigade van 2.300 militairen beschikbaar stellen. Bovendien is er, zoals onder meer Nederland wilde, een overlegmechanisme van de NAVO en de EU voorzien, zei hij.

Verheugd was Van Aartsen ook over de `verklinking' van de geplande EU-macht met het gemeenschappelijk Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB).

De VVD-fractie handhaaft een deel van haar bezwaren tegen de Europese interventiemacht die los van de NAVO optreedt.

Haar woordvoerder Van den Doel gaf het kabinet echter tot zoverre vrij baan dat hij zijn eindoordeel pas eind volgends jaar zal vellen.