Packmans laatste reis

Het is hondenweer. Terwijl buiten in de striemende regen de grafdelver nog aan het werk is, zitten wij binnen om afscheid te nemen. De wind beukt, de regen klettert tegen het glas van het dak. Op de katafalk staat de kist, gemaakt naar de speciale wensen van Jerry: beukenhout met rood satijnen binnenbekleding. ,,Zij was mijn alles'', snikt Jerry, terwijl hij een blik in de open kist werpt. ,,Zo trouw, zo sterk, zo eerlijk.'' Ondanks zijn tranen maakt Jerry geen gebruik van de doos tissues die op het tafeltje gereed staat.

Vijf jaar was zijn Staffordshire bullterriër toen ze overleed. Een kampioenshond was ze, bij wedstrijden werd zij uitverkoren als beste van het ras. ,,Packman kwam altijd kwispelend naar me toe. Zij was alles wat een hond voor je kan betekenen. Hoeveel ze waard is, is niet in geld uit te drukken.'' Het moest dan ook een begrafenis worden, absoluut geen crematie, die een hond als Packman waardig was, vond Jerry.

Nog één keer kijkt hij naar de overleden Packman, stil in haar kist, en verzinkt knielend in gebed. Dan is het tijd om de kist te sluiten. Jerry draait zelf de schroeven van het deksel aan en tilt de draagbaar op, samen met Jenny Hazenbroek van de begraafplaats.

Jenny en Gerard Hazenbroek van dierencrematorium en dierenbegraafplaats Dierenzorg in Rotterdam hebben het emotionele afscheid van gestorven huisdieren vaker meegemaakt. Wekelijks verzorgen zij zo'n tachtig tot honderd crematies. Meestal is het de dierenarts die een overleden dier komt afgeven, maar in een enkel geval komt de hele familie afscheid nemen van de dierbare overledene, waarbij verschillende aanwezigen nog een laatste woord spreken. ,,We krijgen regelmatig mensen uit Duitsland'', zegt Gerard Hazenbroek, ,,omdat daar geen gelegenheid is op deze manier afscheid van een huisdier te nemen.''

Als het om het laatste afscheid gaat, speelt geld geen rol. Zoals bij de begrafenis waarbij de familie zowel een pastoor als een dominee en een rabbijn gevraagd had het woord te voeren, omdat men niet met zekerheid kon zeggen welk geloof de overleden poes had aangehangen. Op de oudste dierenbegraafplaats van Nederland (opgericht in 1927) liggen ruim 2.200 dieren begraven. Meest honden en katten, maar ook cavia's, konijnen en een enkele slang rusten onder marmeren en andere natuurstenen zerken. Soms alleen met hun naam (`Moppie'), soms met een uitgebreidere laatste groet: `Hier rust onze lieve trouwe Nora. Wij zullen altijd aan je denken'.

Standaard worden de graven verkocht met een termijn van vijf jaar, maar er zijn mensen die na dertig jaar nog steeds trouw het graf van hun hond of poes komen bezoeken. Ook is er nog steeds het graf uit 1948 van de hond die in Indië de familie het leven redde door alarm te slaan toen hun huis in brand vloog. Testamentair is bepaald dat het graf in stand moet worden gehouden, zolang de familienaam bestaat.

Op de begraafplaats is wegens de grote toeloop voor de begrafenis van Packman de hele middag gereserveerd. Maar van de vijftig mensen en vijftien honden (haar kinderen en kleinkinderen) die afscheid zouden komen nemen, is slechts een enkeling gekomen. Twee van Packmans nakomelingen, volgens Jerry potentiële kampioenen, kijken in de kist, maar lijken zich er niet van bewust dat daar hun moeder ligt. Kwispelend lopen ze mee naar het versgedolven graf, waar Packman plechtig aan de aarde wordt toevertrouwd. Als het graf gedicht is, loopt de kleine stoet terug. Nu nog een monument. Van marmer, dat spreekt vanzelf.