Ontspannen én besluitvaardig trio

De ministers van Paars II verdedigen hun tweede begroting. Tiende en laatste deel van een serie.

Als er één ministerie is waarvan de bewindspersonen sterk verschillen van hun voorgangers, is wel het Buitenlandse Zaken. Want naar temperament, werkwijze en inzichten, en ook qua onderlinge verhouding, vormen de ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken, VVD) en Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en staatssecretaris Benschop (Europese Zaken, PvdA) een wel heel ander trio dan het voorafgaande driemanschap: Van Mierlo (D66), Pronk (PvdA)en staatssecretaris Patijn (VVD).

Buitenlandse Zaken heet een ministerie te zijn dat bovenal op continuïteit is gericht. Maar het eerste wat de van Landbouw overgekomen VVD'er Jozias van Aartsen deed, was verklaren dat Suriname, het lastige troetelkind van zijn voorganger Van Mierlo, voortaan niet meer in het centrum van het beleid zou staan. Vrijwel direct zei Van Aartsen ook dat hij de Nederlandse belangen met meer nadruk in het oog wilde houden en daaraan in Europa zonodig wel met `wisselende coalities' van bondgenoten wilde werken. Het een én het ander leek een correctie op Van Mierlo, het boegbeeld van D66 dat bij de VVD sowieso weinig goed had kunnen doen.

Dat was niet alles. Op zijn eerste persconferentie zei Van Aartsen bovendien, zonder met zoveel woorden te herinneren aan de voortdurende competentietwisten tussen Van Mierlo en Pronk, dat hij bij een kopje thee met Eveline Herfkens had afgesproken dat zij vier jaar als goede vrienden zouden samenwerken. Die vriendschap functioneert intussen zestien maanden. En dat is voor Van Aartsen mede belangrijk, omdat Herfkens op Buitenlandse Zaken het grote geld beheert (0,8 procent van het bbp).

Van Aartsen, zoon van een antirevolutionaire minister en ooit assistent van de toen nog jonge politicus Hans Wiegel, was nooit Kamerlid maar hij had een mooie en snelle ambtelijke loopbaan voordat hij minister werd, terwijl Van Mierlo een parlementaire veteraan was. Andere verschillen: de `Europeaan' Van Mierlo is een conceptuele, soms zelfs visionaire man die niet erg van dossiers houdt, de pragmatische `Atlanticus' Van Aartsen is een besluitvaardiger type, wiens dossierkennis volgens zijn medewerkers in ruim een jaar tijd aanmerkelijk is verbeterd. Al klagen die medewerkers wel dat hun minister behalve een manager ook een solist is die net als voor-voorvoorganger Van den Broek ('82-'92), slechts met een heel klein groepje topambtenaren contact houdt. Het overgrote deel van zijn medewerkers liet hij vorig najaar in een interview met Elsevier schrikken met kritiek op hun kwaliteit en met de belofte dat hij aan een beter beheer en een grotere output van zijn departement zou gaan doen.

En dan de verschillen tussen de opeenvolgende ministers van ontwikkelingssamenwerking. Minister Herfkens hoort het niet graag en zij noemt Jan Pronk steeds haar grote voorbeeld, maar haar beleid wordt met recht in zeer brede kring aangemerkt als `ontpronking'. Haar drastische beperking van het aantal landen waarmee Nederland een structurele bilaterale hulprelatie heeft en haar voorkeur voor internationale hulpkanalen (Wereldbank, IMF en dergelijke) maken haar niet populair bij de mede-financieringsorganisaties, noch bij dat deel van de PvdA-achterban waaruit ze zelf voortkomt (de linkerkant dus, waar Pronk een grote held is). Ook bij het CDA, dat traditioneel sterk is vertegenwoordigd in de sector van de particuliere (aanvullende) hulp, wordt Herfkens met argwaan gevolgd.

Een PvdA-Kamerlid dat ongenoemd wil blijven: ,,Ze heeft als minister nu een scherp profiel, maar dat moet ze anders gaan gebruiken, ze moet zich meer laten zien in risico-situaties op de wereld.'' Van Aartsen en staatssecretaris Benschop maken zich soms zorgen over de openlijke `quasi-impulsieve' kritiek van Herfkens op het beleid van andere EU-staten. Maar op het ministerie en in de Tweede Kamer wordt haar drive geroemd en ook haar kennis die zij nog vergrootte door de jaren dat zij in de directie van de Wereldbank zat.

,,En ze is gelukkig niet, zoals Pronk, zo nadrukkelijk de minister van en voor de wereldellende'', zegt Tweede-Kamerlid Hoekema (D66), die staatssecretaris Benschop de golden wonder boy van de PvdA noemt. En dan ironisch vervolgt, met verwijzing naar Benschops recente Hollands Dagboek in deze krant (19 okt.): ,,Het is fantastisch wat die man allemaal in één week kan.''

In de verlegen, soms zelfs stuurs lijkende Benschop zien velen een rijzende politieke ster, een man met toekomst die niet alleen het oog en het oor van premier Kok heeft maar op Buitenlandse Zaken ook diens oog en oor is. Benschops manier van werken is heel anders dan die van zijn voorganger, Patijn, die als ,,superambtenaar en keiharde onderhandelaar'' en als Einzelgänger gold. Benschop, getrouwd met de dochter van een Duitse diplomaat, is een teamspeler die de voorkeur geeft aan lange, geduldige aanlopen en aan verbreding van onderhandelingspakketten. Met Van Aartsen, die van beknopte onderhandelingspakketten houdt, is de verstandhouding ,,redelijk goed, eigenlijk zakelijk'', zegt een medewerker.

,,Dick heeft een groot persoonlijk netwerk, in en buiten zijn partij. Maar hij let op de grenzen van zijn portefeuille, over dingen die daarbuiten vallen zal hij zijn mond niet opendoen.''

Een voorbeeld. Nu Van Aartsen net, tot genoegen van een meerderheid van de Tweede Kamer, zijn reserves heeft laten varen tegen meer Europese defensiesamenwerking, kan worden vastgesteld dat Benschop, die het niet eens was met die reserves, daarover in het openbaar heeft gezwegen.

Alle drie de bewindspersonen, maar vooral Van Aartsen, krijgen voor hun optreden in de Tweede Kamer hoge cijfers. De voorkomende en politiek handige manier waarop Van Aartsen tijdens de Kosovo-crisis met GroenLinks omging, wordt vaak als voorbeeld genoemd. ,,Dat heeft te maken met zijn vader, die als minister in de Kamer ooit door zijn eigen geestverwanten ten val werd gebracht. Dat tekent hem, hij wil geen risico's nemen'', zegt een amateur-psycholoog uit een van de regeringsfracties. Nee, zegt een PvdA'er, ,,hij loopt helemaal niet aan de leiband van de Kamer, hij is eenvoudig een liberale democraat. Dat hij zo aardig was voor GroenLinks tijdens de Kosovo-crisis was geen tactisch gebaar om ons uit de problemen te houden. Dat was ook onnodig, want daarover waren wij niet verdeeld.''

DOSSIER www.nrc.nl