Niertransplantatie

Anja van Heuvelen (36) is vanaf haar zesde nierpatiënt en wacht al acht jaar op een nieuwe donornier.

,,De volgende nier wordt mijn vijfde. De eerste vier heeft mijn lichaam allemaal afgestoten. De laatste heb ik tien jaar lang gehad. Dat het in november 1991 toch mis ging, was een enorme teleurstelling. Je hebt je tien jaar een gezond mens gevoeld, en gaat dan terug naar af: je moet weer dialyseren. Dat doe ik vier keer per week. Mijn man en ik hebben een cursus gevolgd zodat ik thuis mag dialyseren. Dat is een geluk bij een ongeluk. Dialyseren grijpt diep in op je dagelijks leven: ik moet een streng dieet volgen en mag maximaal een halve liter vocht per dag tot me nemen. Gezellig bij iemand op de koffie gaan, wordt daardoor moeilijk, lekker uit eten en drinken gaat ook niet. Door dialyse worden je botten zwakker, je hormoonhuishouding raakt in de war, je menstrueert niet meer, je bent eerder moe en moet minder gaan werken. Het maakt het verlangen naar een nieuwe nier en daarmee een normaal leven zeer groot. Maar ik zit niet bij de pakken neer. Er komt een nier voor mij. Dat telefoontje kan vannacht komen, of over vijf jaar, daar is niets over te zeggen. Het is moeilijk een passende nier voor mij te vinden, omdat ik veel antistoffen in mijn lichaam heb. Dat komt onder andere doordat ik al zo lang ziek ben. Ik blijf optimistisch, maar besef dat de tijd dringt. Ik kan wel boos worden, maar op wie? Een geschikte nier is gewoon een toevalligheid. Wel denk ik dat artsen vaker het moeilijke gesprek met nabestaanden moeten aangaan over transplantatie. Er zijn ziekenhuizen waar geen nier vandaan komt – waar artsen de vraag dus niet durven te stellen.''