Millenniummaand: feestmaand

Over een kleine maand is de millenniumovergang een feit. In deze rubriek is al meer dan eens aandacht besteed aan de gevolgen hiervan voor de geldmarkt. In de verslagweek was het de beurt aan de éénmaands interbancaire rente om op te springen. De vervaldatum van het éénmaandstarief kwam eind november in de buurt van het millenniumeinde waardoor ook het bijbehorende risico toenam. Dit is het risico dat betalingssystemen rond de eeuwwisseling vastlopen en debiteuren daardoor hun verplichtingen niet kunnen nakomen.

De eenmaands interbancaire eurorente steeg in de afgelopen week van 3,06 naar 3,53 procent. Dit is iets lager dan de premie die een maand eerder in de tweemaandsrente kroop. Dat kan te maken hebben met een afgenomen vrees omtrent de gevolgen van de eeuwwisseling. Daarnaast speelde rond het einde van de oktober ook de verwachte renteverhoging door de Europese Centrale Bank een rol in de hogere tweemaandsrente. Op dit moment is de vrees voor een snelle nieuwe renteverhoging praktisch afwezig.

Naast de nadering van het millenniumeinde waren deze maand ook de feestinkopen merkbaar op de geldmarkt. Seizoensfactoren als sinterklaas en vooral kerst zorgen traditioneel voor een toename van de bankbiljetten in omloop. In Nederland was dat de afgelopen jaren in het begin van december circa 250 miljoen gulden. Deze week vertoont een wel erg sterke stijging van de post bankbiljetten in omloop met 9,7 miljard euro. Hoewel sinterklaas Frankrijk en Duitsland links heeft laten liggen, hebben vroege kerstinkopen kennelijk al voor een stijging van de bankbiljettencirculatie gezorgd. Wellicht dat ook inkopen voor een flitsende en feestelijke millenniumwisseling hieraan hebben bijgedragen. Een mogelijke derde verklaring is millenniumvrees, hoewel het daarvoor nog te vroeg is. Tegenover deze geldmarktverkrapping stond een verruiming van een 3 miljard euro royalere basisherfinanciering. Daarnaast werd de markt ook verruimd door de afname van de post schatkistsaldi met 12,1 miljard euro. Kennelijk zijn er in één of meer EMU-landen forse overheidsuitgaven gedaan. Samen met enkele kleine mutaties in de overige posten leidde dit tot een toename van de aanhouding op de reserverekening met per saldo 8,1 miljard euro. Dit duidt op een verruiming van de geldmarkt.

Bron: ING Economisch Bureau