Lopen door een leeg decor

Veel Nederlandse schrijvers hebben de steden, dorpen of landstreken van hun jeugd in hun romans vereeuwigd. Een literaire wandeling door de geboorteplaats van Maarten 't Hart.

Als Metten Anker in Maarten 't Harts roman De Droomkoningin zijn vrouw vergelijkt met `Vergnügte Ruh' uit cantate 170 van J.S. Bach dan wil ik die muziek horen. Maar nooit heb ik de behoefte gehad om op het Hoofd van Maassluis naar de Nieuwe Waterweg te gaan kijken om het droogdok uit Mammoet op Zondag te zien voorbijvaren.

Toch hoort Maassluis bij Maarten 't Hart zoals Harlingen bij Vestdijk, de Lopikerwaard bij Herman de Man en de Peel bij Anton Coolen. Een groot deel van 't Harts boeken heeft Maassluis en zijn directe omgeving als decor. Daarom heeft de Historische Vereniging Maassluis een gids uitgebracht met een literaire wandeling door de plaats waar Maarten 't Hart in 1944 werd geboren en tot 1963 woonde en waarvan hij sinds 1981 ereburger is.

Op een kille zondagmiddag rijd ik het stadje met enige schroom binnen. Zal de voorstelling die ik me van Maassluis heb gemaakt – een voorstelling die gekleurd is door het dijkdorp en de daarachter liggende polder waarin ik ben opgegroeid – bestand zijn tegen de werkelijkheid?

De wandeling begint bij de Patijnestraat, waar Maarten 't Hart werd geboren in een klein huisje aan de voet van de Zuiddijk. Als je de nieuwbouw en de gevolgen van de sanering uit de jaren zeventig wegdenkt, zie je in de doodstille straat de kleine wereld van Maarten terug. ,,Wij woonden onder aan de dijk, maar wij wisten niet dat wij al van de kaart gestreept waren. Wij hielden van onze vervallen buurt. Mij leek geen stadswijk vergelijkbaar met het gebied rondom de vlieten.' Als hij de deur uitstapte keek hij onmiddellijk tegen de in de Zuiddijk ingebouwde elektrische rioolbemaling aan. Vanaf het dak van het gebouwtje, waar Maarten als kind vaak heeft gestaan, heb je een uitzicht over de hele benedendijkse wijk.

Vanaf de rioolbemaling voert de wandeling naar de Zuidvliet, die vanaf de dijk recht de polder inloopt. Aan dit water werd Abraham Kuyper geboren. Een plaquette in de muur naast de drogisterij herdenkt de aartsvader van de gereformeerden, van wier erfgoed Maarten 't Hart wel nooit meer zal afkomen. De verleiding is te groot om hier niet even van de aangegeven route af te wijken en naar de Wippersmolen te lopen. Daarachter lonken de polders en de rietlanden uit Stenen voor een ransuil, maar de koude wind jaagt me terug naar de bescherming van de bebouwing.

Langs de immense Immanuelkerk, een Kuyperiaans bolwerk, en de daartegenover gelegen bescheiden christelijk-gereformeerde kerk gaat het langs de etalage van fotograaf Theunissen uit De jacobsladder via de Veerstraat terug naar de dijk. Als ik bovenaan de trappen naar de Hoogstraat sta, worden de twee kaarsrechte vlieten richting Maasland even verlicht door een waterig zonnetje.

De wandeling voert dan, langs de Geerkade, waar organist Brikke uit Stenen voor een ransuil woonde, naar de Schans, het kerkeiland met de imposante Grote Kerk. Uit het gebouw klinkt het Garrelsorgel uit 1732, maar alle deuren zijn op slot. Met de rug tegen de dikke muren hoor ik psalm 84, de melodie in een uitkomende stem op een bovenklavier. ,,Zelfs vindt de mus een huis, o Heer, de zwaluw legt haar jongskens neer in 't kunstig nest, bij uw altaren.' Het is alsof ik Feike Asma hoor.

Via het centrum en dan over het spoor naar de Nieuwe Waterweg, vanwaar de ponten naar Rozenburg vertrokken. ,,Op een vrije woensdagmiddag stapte ik op de veerpont naar Rozenburg. Geld voor de pont had ik niet, maar ik wist dat men pas midden op het water langs kwam', schrijft Marten 't Hart in Het roer kan nog zes maal om. Een groot zeeschip vaart richting Rotterdam, een douanebootje dat naar zee vaart stampt door de hekgolf van het schip.

Bijna aan het einde van de wandeling ligt de algemene begraafplaats van Maassluis, waar Maartens vader als grafmaker werkte. ,,En langzaam! Rustig een hele dag over één graf', zegt Pau 't Hart in De aansprekers. ,,Toen ik hier pas kwam, had ik soms voor de middag twee graven klaar en als ik me heel erg kwaad maakte nog een kindergrafje erbij.' Achttien 't Harts liggen er nu begraven volgens de lijst bij de ingang. Het is er bijna gezellig druk. Overal staan groepjes mensen te praten. Voor het eerst tijdens de wandeling oogt het anders dan ik me had voorgesteld: veel minder bomen vooral. Allemaal dood gewenst door vader 't Hart. ,,Paul, wat heb jij toch een merkwaardige feeling voor bomen. Als jij zegt: die boom gaat dood, dan gaat hij ook dood.'

De uitgave van Mijn vaderstad komt stellig tegemoet aan de groeiende behoefte om de kloof tussen de echte en literair verbeelde werkelijkheid te overbruggen. Maar wie met dit boek door Maassluis wandelt, loopt wel door een leeg decor. Alleen de verbeelding kan dit decor vullen met de personen die erin thuis horen.

Mijn vaderstad, een literaire wandeling door het Maassluis van Maarten 't Hart, samengesteld door Lenie't Hart en Gerry Hannenman-de Jong en uitgegeven door de Stichting Promotie Maassluis, ƒ11,50. ISBN 9090133739