Koopkracht vorig jaar fors omhoog

Nederlandse huishoudens zijn er vorig jaar fors in koopkracht op vooruitgegaan. Gemiddeld steeg de koopkracht met 2,7 procent, tegen 1,5 procent in 1997, 1,3 procent in 1996 en 1 procent in 1995.

Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen gemeld.

De stijging van de koopkracht is voor een flink deel te danken aan belastingmaatregelen voor gepensioneerden. Daardoor zag deze groep de koopkracht gemiddeld met 2,8 procent stijgen. Gepensioneerden hadden vorig jaar gemiddeld een besteedbaar inkomen van 39.800 gulden. In 1997 ging de koopkracht van gepensioneerden er slechts met 0,8 procent op vooruit. In de twee jaar daarvoor was de koopkrachtstijging nog geringer.

Werknemers gingen er vorig jaar het meest in koopkracht op vooruit, met een stijging van 3,1 procent. Bij dit cijfer zijn mensen inbegrepen die in 1997 wel een baan hadden, maar in 1998 een uitkering of pensioen. Die groep is erop achteruitgegaan. Exclusief de groep die werkloos is geworden of met pensioen ging bedraagt de stijging van de koopkracht zelfs 3,6 procent. Het gemiddelde inkomen van huishoudens met loon als belangrijkste inkomstenbron was vorig jaar 56.600 gulden.

Huishoudens met een uitkering gingen er 2,7 procent op vooruit. Dat cijfer is positief beïnvloed doordat mensen die in 1997 een uitkering hadden een jaar later soms een baan hadden gevonden. Zonder die groep blijft een stijging van 2,2 procent over. Huishoudens met een uitkering hadden vorig jaar een gemiddeld inkomen van 28.100 gulden.

Achter de gemiddelden die het CBS presenteerde gaat een scheve verdeling schuil: ruim een derde van de huishoudens is er meer dan 5 procent op vooruitgegaan, terwijl een derde van de huishoudens juist koopkracht kwijtraakte. Desondanks is de kloof tussen arm en rijk volgens de definitie van het CBS niet toegenomen. De 50 procent armste huishoudens verdienen 27,7 procent van het inkomen. Dat percentage is al sinds 1990 vrijwel gelijk. Daarvóór nam de kloof wel toe. In 1985 verdiende de 50 procent armste huishoudens nog 29,8 procent van het totaal.