KINDERDAGVERBLIJF

De baby van Mariken Bokeloh (35) uit Utrecht stond acht maanden voor de geboorte op de wachtlijst voor een kinderdagverblijf. Zij wacht nog steeds.

,,Ik heb alle crèches in de buurt benaderd, maar alleen bij Nijntje kon ik me inschrijven. Nijntje neemt in het voorjaar en het najaar een groep baby's tegelijk aan. Die plaatsen worden verloot. Dat vind ik wel eerlijk, anders is degene die het vroegst in het jaar zwanger is altijd het eerst aan de beurt. Dit jaar zou er in elk geval geen plaats zijn.

,,Regelmatig heb ik met de crèche gebeld en ook stuurden we een geboortekaartje. Maar toen ik vorige week weer belde, bleek er nog maar één plaats voor twee dagen over te zijn. Daarvoor zijn 51 gegadigden. Dat kan ik dus wel vergeten. Mensen die een tweede kindje krijgen of recht hebben op een gesubsidieerde plaats, krijgen voorrang. Ik vroeg of ik dan in aanmerking kwam voor de babygroep van volgend jaar september, maar dat kon niet omdat mijn baby dan geen baby meer is. Mijn vaste baan heb ik opgezegd, mede omdat ik voor Veerle geen goede oplossing had. Als de crèche meteen plaats had gehad was ik wel blijven werken. Nu werk ik freelance. In januari wil ik een cursus gaan volgen, maar hoe het dan met Veerle moet weet ik nog niet. Het is erg ingewikkeld om inzicht te krijgen in de kinderopvang in Utrecht. Ik moet veel moeite doen om erachter te komen hoe het werkt.''

Olga Korpel, hoofd van Nijntje: ,,Het is een oerwoud. We werken met door de gemeente gesubsidieerde plaatsen én particuliere plaatsen én bedrijfsopvang. Wie komt waarvoor in aanmerking? Dat iemand moet stoppen met werken omdat er geen plaats is, zou niet moeten kunnen. Er is veel te weinig kinderopvang. Bedrijven moeten er meer in investeren – die hebben de vrouwen hard nodig.''

Foto Joyce van Belkom

Tekst Joke Mat