Joegoslavische leger bezet vliegveld in Montenegro

Het Joegoslavische leger heeft gisteren het vliegveld van de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica bezet – tot woede van de Montenegrijnse regering. Vanochtend trok het leger zich terug.

Het vliegveld van Podgorica heeft een deel, bestemd voor de burgerluchtvaart, en een militair deel dat ten dienste staat van de Joegoslavische luchtmacht. Formeel werd tot gisteren de luchthaven gecontroleerd door de Joegoslavische luchtvaartmaatschappij JAT, die haar hoofdzetel in Belgrado heeft.

Gisteren evenwel werd in Montenegro een wet van kracht die bepaalt dat de Montenegrijnse autoriteiten de baas zijn op de twee internationale luchthavens op Montenegrijns grondgebied. De regering in Podgorica wil de vliegvelden ter beschikking stellen van een onlangs opgerichte eigen luchtvaartmaatschappij, Air Montenegro.

De bezetting van het vliegveld door zwaarbewapende militairen was waarschijnlijk bedoeld als illustratie van de aanspraken van de federale instanties en als signaal dat zij in staat zijn hun vermeende rechten te verdedigen. Het federale leger heeft geklaagd niet te zijn geïnformeerd over de nieuwe Montenegrijnse wet. Het erkent die ook niet en het eist het recht van zeggenschap op over alle vluchtbewegingen op het vliegveld. ,,Het gaat hier om een zenuwenoorlog. We mogen geen aanleiding geven tot paniek'', zei gisteren de Montenegrijnse minister van Transport, Jusuf Kalamperovic, naar aanleiding van de legeractie. Bij de bezetting is het niet tot incidenten gekomen; wel hebben de militairen Montenegrijns personeel op de luchthaven bedreigd. De federale autoriteiten in Belgrado staakten gisteren het vliegverkeer van en naar Podgorica. Vandaag is het na de terugtrekking van de Joegoslavische troepen hervat, volgens Podgorica onder verantwoordelijkheid van de Montenegrijnse autoriteiten.

Montenegro en de andere deelrepubliek van Joegoslavië, Servië, zijn al lang verwikkeld in een heftig conflict over het politieke en economische beleid van de Joegoslavische leider Slobodan Miloševic. Dat conflict gaat zover dat de Montenegrijnen de federale Joegoslavische regering en het federale parlement in Belgrado niet meer erkennen en alle federale wetgeving uit Belgrado negeren. Montenegro voerde onlangs de Duitse mark in als wettig betaalmiddel, om zich te verdedigen tegen de inflatie die in Belgrado wordt aangewakkerd door het bijdrukken van Joegoslavische dinars. Met dat geld wil Belgrado na de Kosovo-oorlog het land weer opbouwen en de staatsbedrijven in staat stellen voor het eind van het jaar hun rekeningen te betalen. De drukpers in Belgrado draait 24 uur per etmaal en op de zwarte markt daalt de dinar in snel tempo in waarde. (AFP)