Jaarlijks 20- tot 25.000 keer geweld op straat

Geweld op straat komt in Nederland jaarlijks 20.000 tot 25.000 keer voor. Veertig procent van de daders zijn jongens tussen de 12 en 18 jaar oud.

Dit concludeert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie in zijn rapport `Geweld: Gemeld en geteld', dat minister Korthals (Justitie) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Op basis van een analyse van aangiften uit 1998 van twee representatieve politiekorpsen (Rotterdam-Rijnmond en IJsselland) schetst het documentatiecentrum voor het eerst een landelijk beeld van fysiek geweld tussen onbekenden op straat. Deze analyse vormt het eerste deel van een landelijk onderzoek naar straatgeweld dat het kabinet voortaan elke twee jaar wil laten uitvoeren.

Het WODC concludeert dat het zogenoemde `zinloze' geweld in de meeste gevallen wel degelijk het gevolg is van conflicten en dat het vaker voorkomt in de eigen woonomgeving of het verkeer dan in het uitgaansleven. ,,Geweld zonder enige aanleiding komt nagenoeg niet voor'', aldus het WODC.

Bijna tweederde van de daders en de helft van de slachtoffers is jonger dan 25 jaar. Minderjarigen hebben de grootste kans bij geweldsincidenten betrokken te raken.

Zowel daders als slachtoffers zijn ,,voornamelijk mannen'', aldus het WODC. Bij een op de vijf geweldsincidenten wordt een slag- of steekwapen gebruikt. Vuurwapens worden zelden gebruikt.

In de helft van de onderzochte gevallen van straatgeweld was er één dader, bij eenderde ging het om twee tot vier daders. In de meeste gevallen was er één slachtoffer.

Driekwart van de slachtoffers bood geen enkel verweer tegen het geweld. De meerderheid van de slachtoffers liep geen fysiek letsel op; een vijfde moest zich poliklinisch laten behandelen en vijf procent hield er zwaar letsel aan over.

De helft van de daders was niet eerder met de politie in aanraking gekomen. De andere helft bestaat uit recidivisten. Zij bleken ,,bijna allemaal zwaar fysiek geweld'' te gebruiken, aldus het WODC.

Het onderzoekscentrum merkt op dat de kwaliteit van de registratie van geweldsincidenten te wensen overlaat. De geautomatiseerde registratiesystemen van de 25 regiokorpsen zijn nog te verschillend om gegevens te kunnen vergelijken.