In een politiek moeras

Vorig jaar stelde het rijk een lening van 50 miljoen gulden ter beschikking om de verkoop van De Schelde uit staats- handen te bevorderen. Een jaar later is de verkoop niet rond en stevent het bedrijf opnieuw af op een fors verlies. Er is maar één oplossing, vindt topman Rob van den Heuvel: meer overheidshulp, anders bestaat De Schelde over een half jaar niet meer. ,,Ik word grimmig.''

Als hij toen had geweten wat hij nu weet? R.C. (Rob) van den Heuvel, topman van de Koninklijke Schelde Groep (KSG) in Vlissingen, denkt nog wel eens terug aan 1996, toen de raad van commissarissen en minister Wijers (Economische Zaken) hem vroegen De Schelde te gaan leiden. Hij was gedelegeerd commissaris en wist: die tent draait niet best. In stilte stond de onderneming – voor negentig procent in handen van de staat – al twee jaar te koop.

Wijers, wars van overheidsdeelname in de industrie, zei via zijn directeur-generaal industrie Mich van der Harst aan Van den Heuvel: we brengen het bedrijf binnen twee jaar in private handen. Het lukte niet. En de problemen groeiden. En inmiddels wordt de vraag reëler of De Schelde überhaupt nog te verkopen is. En of het niet beter is dat de staat opnieuw bijspringt. ,,Het is hier al vier jaar doormodderen. Nu ik hier zit zal ik de klus afmaken. Voor de mensen van De Schelde, voor Zeeland, voor de marinebouw. Maar als ik toen de precieze cijfers had gekend, de financiële kruisverbanden, de lijken in de kast, dan had ik misschien wel gezegd: ik blijf wel commissaris.''

Hij had een zwak voor Wijers, al waren ze het zelden eens. ,,Maar je wist wat je aan hem had. Je kon ruzie met hem maken, dan ging het het ergens over. De industrie moest voor hem op eigen benen staan. Hij wenste er geen poot naar uit te steken. Maar de huidige minister...''

Later zal hij de zin afmaken. Toen Van den Heuvel De Schelde ging leiden, probeerde het bedrijf zich staande te houden door naast marinebouw ook onder meer machines, ketels en turbines af te zetten. Van den Heuvel, in 1987 bij Fokker vertrokken uit weerzin tegen Swarttouws losse financiële mores, koos ervoor De Schelde te concentreren op scheepsbouw. De andere onderdelen werden zoveel mogelijk in de verkoop gedaan. Het doel werd: 70 procent omzet halen uit marinebouw, de rest uit vooral civiele scheepsbouw. De Schelde Groep ging van 3350 naar 1200 werknemers nu, de scheepswerf kromp van 1400 naar 900. Zijn tweede jaar, 1997, werd afgesloten met een verlies van 52,7 miljoen netto.

Dus was de gang naar de overheid opnieuw gemaakt. Een gang die ook zijn voorgangers menigmaal aflegden. De bouw van marineschepen maakt de relatie met de overheid (Defensie) nu eenmaal hecht, het aandeelhouderschap van de staat (Economische Zaken) komt daar nog eens bij. Maar deze keer bleek de gang een glijbaan. De fysieke structuur van De Schelde was te duur, stelde Van den Heuvel al in 1996 vast. Een verhuizing uit de Vlissingse binnenstad - geraamde investering 125 miljoen gulden - was noodzaak om überhaupt nog kans op interessant rendement te maken. ,,Wijers zei: maak eens een plan. Het ging in de la. Toen was het: maak een nieuw plan. Ging ook in de la. Zo kwamen we met een kernpunt van de redding van de onderneming in een politiek moeras terecht. Daar zitten we nu nog.''

De zuigende werking trok verder aan. Het kwam erop neer, beaamt Van den Heuvel, dat Wijers geen zin had geld in De Schelde te stoppen. Hij geloofde eenvoudig niet in staatshulp. Toen het deplorabele resultaat van '97 bekend was, werd met de minister onderhandeld over een kapitaalinjectie van 50 miljoen (exclusief de verhuizing). Hij schoof het probleem behendig door. Wijers zou oud-bankier Harry Langman, een oude Fokker-bekende van Van den Heuvel, vragen een advies te schrijven, bleek uit begin 1998 naar deze krant uitgelekte notulen. ,,Maar toen wilde Langman niet meer. En allerlei anderen wilden ook niet. Uiteindelijk belandden we twee maanden later bij organisatieadviseur Max de Jong (ex-NOS-voorzitter en ex-topman van Perscombinatie). Hij was snel klaar. Een helder stuk. De overheid kon het niet maken De Schelde te laten zakken. Er moest geld bij. Ook voor de verhuizing. Maar Wijers stopte óók dit stuk in de la. Toen ben ik erg boos op hem geweest.''

Intussen speelde De Schelde zijn belangrijkste troef uit. De order voor de bouw van vier luchtverdediging- en commandofregatten (LCF's ) voor de marine – omzet 3,1 miljard gulden – loopt immers tot 2002, mogelijk 2003. Een sluiting van De Schelde houdt in dat de fregatten elders afgebouwd moeten worden. ,,Dan moet je ze met noodploegen of bij een buitenlandse werf laten afbouwen. Dat kost tussen de 150 en 200 miljoen gulden. De Nationale Investeringsbank (die de staatsaandelen beheert, red.) heeft dat cijfer serieus genomen. Max de Jong ook. Maar Wijers zei er niks over.''

Zo kwam de erfenis van Wijers' non-interventionisme vorig jaar op het bord van zijn opvolger Annemarie Jorritsma (VVD) terecht. En op dat van Frank de Grave en Henk van Hoof, minister en staatssecretaris van Defensie, beide ook VVD. Allemaal liberalen die de mond vol hebben van de vrije markt: ze zaten er als jong politicus bij toen partijgenoot Gijs van Aardenne zijn Werdegang wegens de RSV-affaire beleefde. Desondanks zagen de drie bewindslieden zich eind vorig jaar genoodzaakt een lening van 50 miljoen gulden aan De Schelde ter beschikking te stellen: de bank trok aan het vloerkleed. ,,Het was trouwens 35 miljoen'', zegt Van den Heuvel. ,,Die 15 miljoen was een niet door de staat geïncasseerde winstuitkering, een sigaar uit eigen doos dus.'' Tegelijk maakte de minister de voorgenomen verkoop van het staatsaandeel bekend. Dus was de lening geen staatssteun, lichtte destijds secretaris-generaal Sweder van Wijnbergen van Economische Zaken toe, maar ,,een optie op verkoop''.

Dat hadden ze beter niet kunnen zeggen, vindt Van den Heuvel. Met maar één serieuze kandidaat-koper - scheepsbouwer Kommer Damen uit Gorkum - kwam De Schelde klem te zitten tussen een afwachtende koper, een impotente overheid en een bank met groeiende argwaan. ,,Ik heb dit jaar het genoegen mogen smaken'', zegt Van den Heuvel, ,,dat ik de helft van mijn kredietlijnen mocht inleveren. We zijn van 80 naar 40 miljoen gegaan. We houden de onderneming overeind met de verkoop van tafelzilver.''

Het is niet alles. ,,De orderportefeuille voor civiele schepen is leeg. Tenzij Defensie tien procent meer betaalt voor marinebouw kan ook De Schelde zonder een sterke verhoging van de generieke Nederlandse staatssteun, de concurrentie met China en Zuid-Korea niet aan. Dat scheelt gewoon te veel. De steun zit nu op 3,5 procent van de omzet, dat zal minimaal naar 9 procent moeten om op die markt enige kans te maken. Andere Nederlandse werven kunnen de productie uitbesteden aan Oost-Europa. Ik niet. Ik zit hier met mijn verplichtingen aan de marine die vergen dat ik een minimum aan personeel in huis houd.''

Door het openbare voornemen tot verkoop verging het De Schelde niet bepaald beter. ,,Ik ben het eens met de staat dat we moeten zoeken naar een nieuwe aandeelhouder. Maar of je dat via de publiciteit moet doen? De minister heeft er met haar openbare aanbod voor gezorgd dat er heel slechte dingen met haar bezit gebeuren. Als ze niet uitkijkt, hoeft ze over een half jaar niet meer te streven naar verkoop want dan is de zaak verkruimeld.''

Door de lege orderportefeuille, het getalm van Damen en een uitblijvende beslissing over de bedrijfseconomisch noodzakelijke verhuizing, is het doemscenario nu gevaarlijk dichtbij gekomen. ,,Voor het eind van het jaar moet er duidelijkheid zijn over Damen. De laatste veertien maanden zijn we niets opgeschoten in de gesprekken met Damen. Iedereen gijzelt iedereen. De bank gijzelt de onderneming, de bank gijzelt de overheid, Economische Zaken gijzelt Defensie, Defensie gijzelt EZ, samen gijzelen ze de onderneming. En intussen begrijp ik dat Damen zoveel zekerheden vraagt dat er redelijkerwijs niet aan tegemoet gekomen kan worden. Kortom – wij willen graag een andere aandeelhouder krijgen, maar de vraag is of dat op dit moment een reële optie is. En in dat geval is het aan de aandeelhouder deze onderneming financieel op de been te houden.''

Vaststaat in ieder geval dat 1999 opnieuw een slecht jaar zal zijn voor De Schelde. Door het uitblijven van nieuwe orders eindigt dit jaar sowieso in de rode cijfers. ,,We zakken ruim door de bodem.'' Een precies getal kan Van den Heuvel nog niet noemen, maar ,,een indicatie is 5 tot 30 miljoen. Dat hangt af van de afwikkeling van enkele ketelbouwprojecten.''

Aldus laat het pakketje maatregelen voor een redding zich eenvoudig schetsen. Zolang Defensie geen hogere prijzen voor marinebouw accepteert, moet de generieke staatssteun voor de scheepsbouw omhoog, zegt Van den Heuvel. ,,Anders kan De Schelde op de civiele markt niet uit de voeten. Gesteld dat dit land marinebouw wil houden dan zullen wij ten minste 30 procent omzet op de civiele markt moeten kunnen maken.''

Ook moet Defensie in principe alle orders voor schepen – de `witte' zowel als de `grijze' – boven de 50 meter aan De Schelde gunnen. ,,En er moet een investeringssom op tafel komen voor de verhuizing. Dat hoeft per saldo niets te kosten, want met de verkoop van de grond in de stad komen we waarschijnlijk een heel eind, mits men althans de stad Vlissingen in staat stelt de grond te kopen. En oude risico's uit de ketelbouw – ik schat ze maximaal 50 miljoen – zullen door Economische Zaken moeten worden afgedekt. Dat geld zal beschikbaar moeten zijn wil je zelfs maar een kans maken op verkoop van de aandelen.''

Het zijn logische eisen. Maar maakt inwilliging een reële kans? Het taboe op staatssteun is geen exclusieve zaak van Wijers: de liberale Teldersstichting, denktank van de VVD, publiceerde nog vorig jaar een rapport waarin financiële overheidsinjecties aan verlieslijdende bedrijven onder alle omstandigheden worden afgewezen. De minister en de staatssecretaris van Defensie laten daarnaast geen gelegenheid voorbijgaan te zeggen dat zij hun inkoopbeleid niet laten beïnvloeden door overwegingen van industriepolitiek.

Dus zal de minister van Economische Zaken het moeten doen.

,,Ik benijd haar niet'', zegt Van den Heuvel. ,,Minister Jorritsma zit duidelijk heel lastig. Ze wil niet de geschiedenis ingaan met een nieuwe RSV-affaire. Als ze zich als aandeelhouder opstelt, stelt ze minstens 50 miljoen beschikbaar en kan ze een verkoop bevorderen. Als het niet wordt verkocht moet er ook geld bij. Door het gemodder van de laatste drie jaar is de zaak alleen maar verergerd. En als ze het bedrijf laat vallen heeft ze én een nijdige minister van Defensie - die een godsvermogen kwijt is - én krijgt ze een optocht uit Zeeland voor de kiezen. Wat ze ook doet, ze doet het nooit goed.''

Maar tempo is geboden. ,,Ook als je wil sluiten, moet je het op zijn minst gecontroleerd doen. Zonder duidelijkheid over de verkoop en 50 miljoen gulden om de risico's af te dekken, klapt de onderneming ergens in 2000 in ieder geval. De Schelde heeft het al Spaans benauwd. Als je nu niets doet wordt het alleen maar erger. En denk eraan: als de klap valt is herstel niet meer mogelijk. Het is ondenkbaar dat je na surseance nog opkrabbelt. Dan loopt het personeel weg, dan verlies je zoveel krediet in de markt – dan is het verhaal uit. Maar ik kan me nog steeds niet voorstellen dat de minister het zo ver laat komen.''