Husse met je neus ertussen

Het zijn slechte tijden voor de dooddoeners. Niet dat ze helemaal aan het verdwijnen zijn – je hoort ze nog volop – maar het enorme standaardrepertoire wordt niet meer van ouder op kind overgedragen. Uiteindelijk zullen dus veel dooddoeners verdwijnen die in de opvoeding van veel generaties Nederlanders en Vlamingen van invloed zijn geweest.

Te denken valt aan antwoorden op de vraag: wat eten we vanavond? Ook in de regering en in de top van het bedrijfsleven zitten nog mensen die als antwoord kregen: `husse met je neus ertussen'. Of: `een bord wasem met een snee karnemelk'. Of wellicht: `gemalen spijkertjes met poppenstront'. Nog een paar mogelijkheden: `apekool met vraagstaartjes', `zand, zeep en soda', `himphamp op een mosterdmolen' en `dat zal je wel zien als het op tafel komt'.

In tienduizenden, zo niet honderdduizenden gezinnen waren dergelijke dooddoeners decennialang aan de orde van de dag. Plus nog tal van andere stoplappen. Zoals tegen een kind dat in zijn of haar neus peutert: `stuur een kaartje als je boven bent', `pas op, je haalt de voering eruit', `laat je hersens zitten'. Om nog maar te zwijgen van de dooddoeners die werden afgevuurd als iemand de deur open liet staan: `We stoken hier niet voor de KLM', `Je woont hier niet in de kerk' enzovoorts.

Openstaande deuren leiden nog steeds tot veel ouderlijk commentaar, maar de vraag wat er gegeten wordt, wordt allang niet meer standaard beantwoord met een dooddoener. Kinderen vragen het niet of krijgen serieus antwoord. De laatste tientallen jaren is onze houding ten opzichte van kinderen ingrijpend veranderd. Er wordt met kinderen onderhandeld. Als ze vragen `waar kom ik vandaan?', krijgen ze niet meer te horen `uit een bloemkool' of `je bent bij het vis bakken uit de pan gesprongen'. Nee, de ouder begint aan een zo begrijpelijk mogelijk verhaal over eitjes, zaadjes en wat daar zoal bij komt kijken.

,,Twee categorieën dooddoeners zijn sinds de jaren zeventig bijgezet in het folkloristisch columbarium'', zegt de Amsterdamse publiciste Inez van Eijk. Zij kan het weten, want ze is de grootste kenner van het genre. Van Eijk verzamelde bijna twintig jaar dooddoeners, stoplappen en `gelijkhebbers', en schreef er drie boeken over. ,,In de eerste plaats zijn de pedagogische dooddoeners verdwenen. Kinderen worden in onze tijd niet meer openlijk beschouwd als `hinderen', maar als mondige leden van het gezin. In het nieuwe opvoeden is geen plaats meer voor `Jij hebt niks in te brengen als lege briefjes'. Volgens Van Eijk zijn ook de dooddoenerige levenswijsheden nagenoeg uit de conversatie verdwenen. ,,Oud en grijs zijn uit de mode geraakt en dus ook opmerkingen als `wijsheid komt nu eenmaal met de jaren'.''

Dat deze categorieën dooddoeners aan het verdwijnen zijn, vindt Van Eijk overigens niet erg. Ze heeft er ruim achtduizend thematisch voor het nageslacht vastgelegd en bovendien: die pedagogische dooddoeners waren opmerkelijk kindonvriendelijk. ,,Veel zijn er onaardig, zelfgenoegzaam, egoïstisch en zelfs wreed. Wat dit allemaal zegt over het milieu, de tijd en de streek waarin die dooddoeners zijn ontstaan, zou nog eens moeten worden uitgezocht.''

Spürest du