HERSENOPERATIE

Erik Rozendaal (35) wachtte ruim vijf maanden op een hersenoperatie.

,,Begin oktober 1998 had ik mijn eerste gesprek met de specialist die mij zou opereren. Ik had een brughoektumor in mijn hoofd, die voor erge pijn zorgde. Uiteindelijk vond de operatie dit jaar op 1 maart plaats.

Als patiënt stel je niets voor. Je bent een nummer op een lijst en als je stil afwacht, schuif je een plaatsje naar achter. Blijf je bellen en aandringen, dan klim je een plek naar boven.

Half januari ging ik maar eens bij de specialist langs. Die zou dan zicht hebben op een operatiedatum. Ik ging erheen met het idee: binnen twee weken ben ik geopereerd. Maar wat bleek: er was een foutje opgetreden, ik stond helemaal niet eens op de wachtlijst. Ik was boos en onzeker. Maar ik wilde ook geen ruzie maken, want die man zou mij op die lijst moeten krijgen en me uiteindelijk gaan opereren. Je beseft heel goed hoe afhankelijk je bent van de welwillendheid van je behandelaar.

De laatste weken voor de ingreep had ik zoveel pijn, dat ik zelf geen actie meer kon ondernemen. Gelukkig bleven mijn huisarts en ouders bellen met het ziekenhuis en aandringen op spoed. Toen kwam het telefoontje: over negen dagen ben je aan de beurt. Onder voorbehoud, want spoedgevallen gaan natuurlijk voor. Ik dacht: eerst zien en dan pas geloven dat het eindelijk zo ver is. Maar het was echt zover, en inmiddels gaat het heel goed met me.

Ik ben zelf arts. Natuurlijk kende ik het probleem van de wachtlijsten. Ik vond het belachelijk als patiënten een jaar op bijvoorbeeld een gewrichtsvervangende operatie moesten wachten. Maar ik nam het tegelijkertijd voor kennisgeving aan. Nu heb ik het zelf meegemaakt. Het wachten is een hel. Dat begrijp je pas echt als je het zelf aan den lijve hebt ondervonden.''