Harmonicamodel

Waarom verschillen de wachttijden in ziekenhuizen? Een praktijkvoorbeeld: staaroperaties in Utrecht.

DE 65-PLUSSER die een staaroperatie moet ondergaan, ervaart dat de wachttijd doorgaans lang is en per ziekenhuis enorm verschilt. Een praktijkvoorbeeld uit Utrecht en omgeving: in het Diakonessenhuis staat voor een staaroperatie zeven weken wachttijd, bij diens toekomstige partner, het Lorentz Ziekenhuis dertig, in Mesos Overvecht twintig en bij diens fusiegenoot Mesos Oudenrijn zestien weken. De precieze wachttijd varieert per maand. Niet voor niets heeft medisch directeur Henk van der Steeg van het Diakonessenhuis het over ,,het harmonicamodel van de wachtlijst''.

Het ideaal van de ziekenhuizen is een wachttijd van vier tot zes weken voor een staaroperatie. Een langere én een korte periode zijn een probleem, om uiteenlopende redenen. De nadelen van een lange wachtlijst mogen bekend zijn, een korte wachtlijst is evengoed ongewenst, onder meer in verband met de inroostering van personeel. Ook trekt een korte wachtlijst steevast een golf van nieuwe, goed geïnformeerde staarpatiënten aan. De wachttijd is dan al snel weer lang.

Het Diakonessenhuis is redelijk tevreden met de huidige wachtlijststand voor staaroperaties, Mesos Overvecht en Oudenrijn, die anderhalf jaar geleden zijn gefuseerd, streven naar een gezamenlijke verlaging van de wachttijd tot twaalf weken. De eerste gesprekken tussen het Diakonessen en het Lorentz over het toekomstige beleid zijn begonnen. Voor het Lorentz verwacht Van der Steeg een verlaging van de staarwachttijd.

Het probleem van de wachtlijsten bestaat al ten minste vijftien jaar. Voor die tijd hadden ziekenhuizen een `openeindefinanciering', waarbij eventuele tekorten achteraf werden aangevuld. Sinds de verzekeraar hun een jaarlijks budget geeft, dat zij zelf over de afdelingen moeten verdelen, zijn de wachttijden bij bepaalde specialismen opgelopen. Elk ziekenhuis heeft zijn eigen zorgenkindjes, die het gevolg kunnen zijn van de prioriteitenstelling. Mesos en het Lorentz ontkennen echter met klem dat een gebrek aan betrokkenheid van de directie een rol speelt bij hun lange staarwachtlijst.

Sinds twee jaar is de wachttijd voor staaroperaties in het Diakonessen laag. Het ziekenhuis vroeg subsidie aan uit de speciale pot die minister Borst heeft ingesteld om de lange wachtlijsten voor heup-, knie- en oogoperaties te verkorten. Door meer staaroperaties in te roosteren en extra hulppersoneel aan te stellen, daalde de wachtlijst van twaalf tot zeven weken en bleef sindsdien redelijk stabiel. De zogeheten toa's (technische oogheelkundige assistenten), die de eenvoudigere werkzaamheden op het spreekuur hebben overgenomen, zorgen ervoor dat de oogartsen meer tijd hebben om te opereren.

Vindt Van der Steeg van het Diakonessen het oplossen van het wachtlijstprobleem ,,uitsluitend een kwestie van geld'', Mesos zoekt de oplossing in een combinatie van maatregelen. Natuurlijk lost geld een en ander op. Sinds oogarts Paul van Asdonk van de vestiging Oudenrijn vanaf september een halve dag extra operatietijd heeft gekregen (de directie vond nog ergens een restje budget), liep de wachttijd terug van twintig tot zestien weken. Een andere noodmaatregel die altijd werkt, is het (gedeeltelijk) dichtgooien van de polikliniek. Als de oogartsen minder spreekuren lopen, hebben zij meer tijd om te opereren en daalt de wachtlijst snel. Misschien verklaart dit gedeeltelijk de korte staarwachtlijst van het Diakonessen, waar bewust een lange toegangstijd (veertig dagen) is ingesteld voor het spreekuur. Voor een patiënt op de operatiewachtlijst wordt gezet, moet hij eerst deze barrière nemen. ,,Je moet de voordeur natuurlijk niet wagenwijd openzetten'', zegt Van der Steeg.

Als regel lijkt te gelden dat hoe kleiner het ziekenhuis is, des te moeilijker oplosbaar de wachtlijst. Zelfs al zou het Lorentz meer geld krijgen, dan nog mist het de ruimte en mankracht om meer patiënten te behandelen. Hetzelfde geldt voor Mesos Overvecht en Oudenrijn, die net als het Lorentz elk slechts 250 bedden en 2 oogartsen hebben, tegen de 378 bedden van het Diakonessen en 3 oogartsen. De ziekenhuizen verwachten veel van de schaalvergroting die de fusies opleveren. Door de bundeling van krachten komt er meer mankracht en geld vrij.

De manager patiëntenlogistiek van Mesos, Han Karsemeijer, verwacht dat er efficiënter gewerkt kan worden. Binnenkort gaan de oogartsen van beide vestigingen bijvoorbeeld op één locatie werken, waardoor zij hele dagen kunnen worden ingeroosterd op de operatiekamer. Ook wil Karsemeijer afspraken maken over de precieze operatiewijze – per oogarts verschilt de operatietijd – en de vorm van narcose (hoe lichter deze is, des te sneller de patiënt in principe naar huis kan). Daarnaast ziet hij een extra voordeel als oogartsen en hulppersoneel op elkaar zijn ingespeeld en optimaal samenwerken.

Alle partijen hebben sturingsmechanismes en noodmiddelen waarmee zij de wachtlijst kunnen beïnvloeden. Toch onderstrepen zij dat het afwachten blijft hoe de wachtlijst voor staaroperaties er over een jaar uitziet; het Diakonessen rept van `het harmonicamodel' en Mesos van `koffiedik kijken'.