Gelijk loon uitzendkrachten

Uitzendkrachten krijgen voortaan het gebruikelijke loon dat in een sector geldt. Voor veel uitzendkrachten betekent dat een loonsverhoging van 5 procent of meer.

Tot nu toe was de werkgever met hen goedkoper uit, omdat in de uitzend-CAO zaken als bijvoorbeeld scholing niet zijn meegewogen en omdat ze lager werden ingeschaald. Werkgevers en bonden hebben bijna twee jaar onderhandeld voordat dit resultaat op tafel lag.

Voorzitter J. Kamps van de organisatie van uitzendbureaus ABU noemt het akkoord een belangrijke doorbraak. ,,De uitzend-CAO is behoorlijk volwassen geworden'', aldus Kamps.

H. Westerhof van FNV Bondgenoten vindt de overeenkomst ,,van wezenlijk belang'' voor de emancipatie van uitzendarbeid.

Ondernemingen, vooral in de metaalindustrie, brachten personeel vaak onder bij een eigen uitzendbedrijf. Daar is de CAO goedkoper, omdat er bijvoorbeeld voor zaken als scholing geen geld is gereserveerd. De werknemers waren dan in dienst van het uitzendbedrijf, maar bleven hun oude werk doen voor hun oude salaris. De werkgever was goedkoper uit, want hij hoefde niet voor allerlei fondsen te betalen. Nu gaat de sector-CAO gelden zodra meer dan de helft van de lonen in één sector wordt verdiend.

Volgens Westerhof krijgen vakkrachten die via een uitzendbedrijf aan het werk gaan, meteen het loon dat geldt in de sector waar ze werken.

Voor niet-vakkrachten geldt een overgangstermijn van drie maanden. ,,Die concessie hebben we moeten doen, omdat anders geen akkoord zou zijn bereikt'', zo zegt de vakbondsman. De werkgevers wilden dat, omdat zij ook investeren in de opleiding.

Volgens Kamps is de collectieve arbeidsovereenkomst nu redelijk op orde. ,,Dit is een erkenning voor de status van de uitzend-CAO. We zijn geen rest-CAO meer.''

Westerhof noemt het een ,,spoorboekje voor CAO-onderhandelaars'' die het flexwerk in hun bedrijfstak willen regelen. (ANP)