Geduldige opmars van een dwarse geest

Een paar maanden geleden kenden maar weinig Amerikanen het enerverende levensverhaal van John McCain. Maar dat verandert nu McCains kansen voor de presidentsverkiezingen stijgen. Op campagne met een rebelse oorlogsheld.

Hij heeft minder geld, minder politieke vrienden en een minder bekende naam dan George W. Bush, de grote favoriet voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van volgend jaar. Maar John McCain heeft andere kwaliteiten: een dwarse, onafhankelijke geest en een levensverhaal waar geen van de andere presidentskandidaten tegenop kan. Daarmee blijkt hij in de strijd om de Republikeinse nominatie een onverwacht sterke rivaal voor Bush te zijn.

Hoe sterk bleek deze week. Voor het eerst gaven twee opiniepeilingen aan dat McCain in New Hampshire, waar op 1 februari de eerste voorverkiezingen worden gehouden, zijn achterstand op Bush heeft omgezet in een kleine voorsprong. Het weekblad Time publiceerde een groot omslagartikel over de senator uit Arizona. En in een televisiedebat tussen de zes Republikeinse kandidaten, maandagavond, maakte Bush af en toe een onzekere indruk, terwijl McCain overkwam als een ervaren staatsman.

De ochtend na het debat staat McCain (63) om kwart voor acht alweer voor een afgeladen zaaltje in Meredith, een plaatsje in het hart van New Hampshire. Hij maakt eerst wat cynische grappen over zijn kansen op het presidentschap. Daarna spreekt hij bewogen over zijn liefde voor het vaderland, zijn bewondering voor Ronald Reagan en zijn overtuiging dat ,,het Grote Geld'' een verderfelijke invloed heeft op politici van beide partijen. Met geen woord rept hij over zijn ervaringen in Vietnam, waar hij in 1967 als gevechtspiloot werd neergeschoten en vervolgens, zwaargewond, tot 1973 vastzat in de beruchte gevangenis die bekend stond als het Hanoi Hilton.

Hij hoeft het niet te noemen. Een man in de zaal staat op en zegt: ,,Ik wil u bedanken voor het offer dat u voor het Amerikaanse volk heeft gebracht.'' Dankzij een recente stroom publikaties en reclamespotjes over McCain als oorlogsheld, weet iedereen in New Hampshire waar de man het over heeft. Niet alleen is McCain gemarteld en bijna omgekomen in dienst van het vaderland, hij weigerde herhaaldelijk om vrijgelaten te worden als niet ook de krijgsgevangenen die langer vastzaten dan hij naar huis mochten. Als zoon van de admiraal die bevelhebber was van alle Amerikaanse troepen in de regio, weigerde hij een voorkeursbehandeling die de Noord-Vietnamezen konden gebruiken als propaganda. John McCain is ,,a true American hero'', luidt de eerste zin van een van zijn folders.

,,Voor we het verhaal over mijn belevenissen in Vietnam verspreidden, kenden de meeste mensen mij niet'', zegt McCain nuchter als hij even later met een paar journalisten in zijn campagnebus naar de volgende spreekbeurt rijdt. ,,Nu zijn we een stap verder en kunnen we het over politieke onderwerpen gaan hebben.'' Hij zet zijn tanden in een besuikerde donut en kijkt zelfverzekerd om zich heen: ,,We zijn op de goede weg.''

De ontspannen manier waarop hij zijn bus deelt met het zootje ongeregeld van de pers, is een wereld van verschil met de krampachtigheid waarmee de overige kandidaten de media tegemoet treden. Iedereen kan McCain vragen wat hij wil, zonder tussenkomst van nerveuze woordvoerders, en iedereen krijgt een serieus antwoord. Om de stemming erin te houden hangt hij af en toe de paljas uit, of vermaakt hij zijn gehoor met sterke verhalen en plagerijen aan het adres van zijn medewerkers. Zijn ongedwongen charme heeft McCain al heel wat good will in krantenkolommen en televisie-uitzendingen opgeleverd.

De top van de Republikeinse partij ziet de opkomst van McCain met argusogen aan. De eigenzinnige senator heeft de afgelopen jaren in Washington veel vijanden gemaakt, ook onder zijn partijgenoten. In veel opzichten is hij een typische conservatieve Republikein: tegen het recht op abortus, tegen beperking van het vuurwapenbezit, voor verlaging van de belastingen en - tijdens het impeachment-proces - voor het afzetten van president Clinton. Maar met zijn strijd tegen de manier waarop verkiezingscampagnes worden gefinancieerd, heeft hij zich van de leiding van zijn eigen partij vervreemd.

Voortdurend hekelt McCain de alledaagse praktijk in Washington, waarbij grote ondernemingen en belangengroepen met politieke donaties invloed kopen op Capitol Hill. Ook voert hij een kruistocht tegen het gebruik dat politici begrotingen optuigen met allerlei projecten die het eigen kiesdistrict geld en banen opleveren, maar die verder weinig nut hebben. Eind jaren tachtig was McCain zelf verwikkeld in een financieel schandaal, als één de zogenoemde `Keating Vijf'. Hij kwam er vanaf met een bescheiden berisping, maar zou sindsdien overtuigd zijn geraakt van de corrumperende invloed van geld op de politiek. Veel collega's vinden zijn tirades tegen grote politieke donaties maar huichelachtig (McCain laat zich gratis vervoeren in vliegtuigen van bevriende ondernemingen), slecht voor de Republikeinen (die het meest van de donaties profiteren) en vooral een doorzichtige verkiezingsstunt.

Met zijn aanhoudende kritiek op de campagnefinanciering, en zijn pogingen om een hervormingsvoorstel door de Senaat te krijgen, heeft McCain zich de afgelopen jaren heel zichtbaar gedistantieerd van de onpopulaire Republikeinse leiders in het Congres. Zijn onafhankelijkheid toont hij ook op andere manieren. Op het gebied van de buitenlandse politiek bijvoorbeeld steunt hij president Clinton soms op cruciale momenten (zoals de oorlog over Kosovo). En voor de welwillende opstelling van zijn Republikeinse collega's tegenover de tabaksindustrie heeft hij geen goed woord over.

Maar daarvoor betaalt hij wel een prijs. De afgelopen weken is er in Washington een fluistercampagne op gang gekomen, volgens de Amerikaanse media aangeblazen door Republikeinse leiders als Trent Lott, om McCain in diskrediet te brengen. Hij zou zo snel zijn zelfbeheersing verliezen en zo'n opvliegend karakter hebben (,,een korte lont''), dat hij ongeschikt zou zijn voor het presidentschap. Geestelijk zou hij niet stabiel zijn, mogelijk door zijn lange jaren in gevangenschap.

Die smaadcampagne lijkt McCain voorlopig weinig kwaad te doen en misschien zelfs te helpen. Zijn rebelse imago vaart er wel bij (,,als ik zie wat het Congres met ons belastinggeld uitspookt kan ik inderdaad heel kwaad worden!''). En met humor haalt hij de angel uit de kwaadsprekerij: ,,Ik ben niet gekker dan ieder ander die president wil worden''. Dit weekeinde maakte McCain zijn 1.500 pagina's tellende medische dossier openbaar (zo dik vanwege al zijn oorlogsverwondingen), waarin zijn emotionele status stabiel wordt genoemd en geen psychiatrische problemen worden vastgesteld.

Wil McCain een serieuze kans maken om George W. Bush de loef af te steken, dan zal hij niet genoeg hebben aan een goed resultaat in New Hampshire.In de rest van het land ligt Bush in de peilingen nog ver op zijn uitdager voor. De strategie van McCain is om in New Hampshire een overwinning te boeken, die zijn campagne vervolgens zoveel vaart geeft, dat de rest van het land volgt. Dat is een onzeker plan, maar McCain denkt een kans te hebben als Bush ondanks alle financiële en politieke steun die hij heeft vergaard, opeens toch kwetsbaar blijkt. ,,Bedenk maar'', houdt McCain de meereizende journalisten voor, ,,dat Clinton om deze tijd in 1991 in landelijke peilingen maar op 2 of 3 procent had. De race is nog niet gelopen.''