Ex-stafchef Barak durft risico met Syrië aan

Syrië en Israel hervatten volgende week hun vredesonderhandelingen. President Assad lijkt, net als indertijd president Sadat, de volledige buit te gaan binnenhalen.

Het scenario van het Israelisch-Syrische vredesproces is niet alleen voorspelbaar, maar ook in geheime diplomatie voorgekookt, met de Amerikaanse president Bill Clinton als hoofdrolspeler. De Israelische premier Ehud Barak en de Syrische president Hafez al-Assad treden in het voetspoor van de Likud-premier Menahem Begin en de Egyptische president Anwar al-Sadat. De geschiedenis staat op het punt zich te herhalen, met dit verschil dat het ditmaal een socialistische Israelische leider is, met een glansrijke militaire achtergrond, die heeft besloten voor vrede de hele Hoogvlakte van Golan tegen vrede met Syrië te ruilen. President Sadat kreeg van premier Begin in geheim vooroverleg in Marokko de belofte dat de hele Sinaï-woestijn voor vrede met de joodse staat weer onder Egyptische soevereiniteit zou komen. President Assad heeft zich met monnikengeduld en strategisch inzicht in dit historische precedent vastgebeten en lijkt nu de volledige buit binnen te gaan halen.

`Veiligheidspremier' Barak straalt de overtuiging uit dat hij in een veranderend Midden-Oosten, met nog slechts vage herinneringen aan de militante Sovjet-invloed, voor het welzijn van zijn land met de opgave van de Golan een weloverwogen veiligheidsrisico neemt. Aan de horizon ziet hij een door nieuwe strategische parameters bepaald Midden-Oosten waarin Israel met vrede met alle aangrenzende Arabische landen, inclusief Libanon, en een vergelijk met de Palestijnen in het verschiet, kan bloeien. Als politiek erfgenaam van de vermoorde premier Rabin legde hij deze visie tijdens de algemene verkiezingen van afgelopen mei aan het Israelische volk voor. Zelfs onder de inwoners op de Golan, die aan de lijve de vredesprijs zullen moeten betalen, kreeg hij een weliswaar kleine doch veelbetekenende meerderheid voor het premierschap.

Barak durft het vredesrisico met Syrië aan omdat hij met kennis van zaken als ex-chefstaf overtuigd is van Israels militaire superioriteit in het Midden-Oosten. Bovendien zal een vredesverdrag dusdanig worden uitgewerkt – met waarschuwingstations, bufferzones, internationale troepenmacht, uitdunning van de strijdkrachten etcetera – dat de kans op oorlog tot een minimum wordt teruggebracht.

Barak deelt de opvatting van ex-premier Shimon Peres dat een lange periode van vrede in het westelijke deel van het Midden-Oosten, langs de kust van de Middellandse zee, ook zal uitstralen naar Irak en Iran en dus ook in positieve zin de strategische balans in het Midden-Oosten zal beïnvloeden. Vanuit deze brede visie, met een bijna heilig geloof in Israels hightech toekomst, brandt Barak van verlangen om in hoog tempo het vredesoverleg met Syrië af te ronden zodat hij ook zijn belofte aan de kiezers kan inlossen dat het Israelische leger zich voor 1 juli 2000, met een vredesverdrag, uit Zuid-Libanon kan terugtrekken.

De niet aan zichzelf twijfelende Barak is ervan overtuigd dat hij de harde binnenlandse strijd om het vredesverdrag met Syrië in zijn voordeel zal beslechten. De gisteren nog door Likud-leider Ariel Sharon uitgesproken verwachting dat de regering Barak over de ,,onverantwoordelijke knieval'' voor Syrië ten val zal worden gebracht, lijkt vandaag al te vervagen doordat de Shas-partij de potentiële vredesdoorbraak met Syrië hartelijk begroet. Zonder de steun van deze sterke fundamentalistisch-orthodoxe partij is Barak in het gevecht om de vrede met Syrië verloren. Zonder de stemmen van Shas is er in de Knesset geen meerderheid om over een clausule in de Golan-wet uit Begins tijd te stappen die territoriale concessies aan Syrië afhankelijk stelt van een parlementaire meerderheid. Na het nemen van deze horde kan Barak volgens alle opiniepeilingen een referendum over het opgeven van de Golan met groot vertrouwen tegemoetzien, zodat nog in het jaar 2000 op het bordes van het Witte Huis, met een stralende Clinton op de voorgrond, een nieuw Israelisch-Syrisch vredesverdrag kan worden getekend en gevierd.

Dat volgende week al in Washington begonnen wordt met de onderhandelingen, op het bijna hoogste niveau, is meer dan een indicatie dat Barak en Assad haast met het vredesoverleg willen maken. Barak zelf gaat naar de Amerikaanse hoofdstad terwijl Assad zijn minister van Buitenlandse Zaken Farouk al-Shara stuurt. In tegenstelling tot president Sadat, zijn strijdmakker en bondgenoot in de oorlog van 1973, wil Assad Barak pas na de vrede is afgerond voor het oog van de wereld de vredeshand reiken.

De Palestijnse leider Yasser Arafat moest zich gisteravond groot houden toen hij de mogelijke vredesdoorbraak tussen Israel en Syrië begroette. Hij beseft beter dan wie ook dat de Palestijnse onderhandelingspositie tegenover Israel door deze nieuwe vredesontwikkeling in het Midden-Oosten wordt verzwakt. Zijn manoeuvreerruimte wordt kleiner en die van Barak groter. Arafat kan alleen maar hopen dat president Clinton en de Europese Unie er in Jeruzalem op blijven hameren dat het Israelisch-Palestijnse conflict de kern is van het lange conflict in het Midden-Oosten is, en Barak wil handelen om zijn vredesvisie rond te maken.